Franse arbeiders zeggen ‘NON’ tegen de Europese Grondwet en tegen het establishment

"Wij stemmen tegen. Het is een grondwet voor de burgerij, de multinationals en de bazen. Het gaat allemaal om de economie, concurrentie, winsten, de markt en het kapitalisme. Wij zijn daar tegen, wij zijn communisten. Er zit geen vooruitgang in voor de arbeiders. De meeste arbeiders willen ‘merde’ zeggen en hun middenvinger opsteken. Wij zijn het beu om ja te zeggen aan de politici.” Zo vatte een 32-jarige geschiedenisleraar en sympathisant van de Franse Communistische Partij zijn standpunt samen.

Karl Debbaut

Hoewel een meerderheid van het neen-kamp in het Franse referendum van 29 mei werd voorspeld, kwam dat resultaat toch nog als een schok aan bij het Franse en het Europese establishment. 42 miljoen Fransen waren stemgerechtigd en daarvan kwamen er 70% stemmen. 55% sprak zich uit tegen de grondwet, 45% voor. Alle commentatoren proberen nu uitgelegd te krijgen waarom zo’n duidelijke meerderheid van de Fransen besliste in te gaan tegen alle grote gevestigde partijen en tegen de oproepen van de media en oud-politici.

De Franse president Chirac en premier Raffarin probeerden alles om de kiezers te overtuigen om voor de grondwet te stemmen. Chirac verklaarde dat Frankrijk enkel dan in staat zou zijn om haar belangen te verdedigen in Europa en hij verklaarde dat bij een tegenstem Frankrijk “minstens tijdelijk politiek dood is”. Raffarin waarschuwde voor het “spook van de chaos” die zou neerdalen in Frankrijk. Hij voegde eraan toe: “Ik ken Amerikanen, Chinezen en Indiërs die het niet slecht zouden vinden indien Europa zou opgebroken worden.”

Klassenstandpunt

De media probeert het resultaat van het referendum voor te stellen als een overwinning van extreem-rechts en FN-leider Jean-Marie Le Pen. Dat klopt echter niet. De kiezers van het FN hebben zich wel massaal uitgesproken tegen de grondwet, maar het is niet zo dat de tegenstem een overwinning is voor het nationalisme en extreem-rechts.

De campagne tegen de EU en haar verdedigers bij zowel centrum-links als centrum-rechts vormen een politieke uitdrukking van klassentegenstellingen in de Franse samenleving. Begin 2005 was er volgens de peilingen nog een steun van 65% voor de grondwet. In februari begon dit percentage af te nemen na een reeks mobilisaties en stakingen tegen de regeringsplannen om de 35-urenweek af te schaffen.

Toen de leiding van de CGT (de tweede grootste vakbondsfederatie) – tegen de wil van de nationale leiders in – besliste om op te roepen voor een neen-stem, bereikte de discussie over de grondwet een ander niveau. Het werd een sociaal thema, een politieke strijd tegen het neo-liberaal beleid dat de aanleiding vormde voor de mobilisaties tegen de regering-Raffarin. Dit zorgde voor een enthousiasme onder de activisten en een gepolariseerd debat waarbij er een eenheid ontstond tussen arbeiders uit de publieke en de private sector, tussen jongeren en gepensioneerden, werklozen en deeltijdse werknemers.

Op 5 februari betoogden meer dan 500.000 arbeiders voor de verdediging van de 35-urenweek, waarbij heel wat betogers slogans meedroegen tegen de Europese grondwet. Op 10 maart waren er meer dan 1 miljoen betogers. Deze indrukwekkende vertoning van de kracht van de arbeidersklasse, vormde de belangrijkste mobilisatie sinds de acties tegen de pensioenhervorming in de lente van 2003. Tegelijk waren er bovendien belangrijke acties van scholieren die protesteerden tegen de onderwijshervormingen en daarbij ook overgingen tot bezettingen en een nationale actiedag waaraan 160.000 scholieren deelnamen in 150 betogingen doorheen het land.

Deze opgang van het klassenbewustzijn, vond een uitdrukking in de stemming over de Europese grondwet. Een meerderheid van de arbeiders die minder dan 3.000 euro (bruto) per maand verdienen, stemde tegen. Van diegenen die minder dan 1.500 euro per maand verdienen, stemde 66% tegen. Het Franse dagblad Le Monde schreef dat 79% van de handarbeiders tegen stemde (wat 18% meer was dan bij de stemming over het verdrag van Maastricht in 1992). Onder bedienden stemde 69% tegen. Voor het establishment is dit een uitdrukking van de dieper wordende sociale crisis. Dit blijkt ook uit het feit dat 53% van de zelfstandigen tegen de EU stemde.

Een regering en president in dienst van de bazen

De regering-Raffarin en president Chirac kwamen aan de macht met een grote meerderheid na de presidentsverkiezingen van 2002. Bij de eerste ronde van die presidentsverkiezingen werd Jean-Marie Le Pen tweede, waarbij hij de sociaal-democratische premier Jospin versloeg. Chirac kreeg in die eerste ronde minder dan 20% van de stemmen. Twee weken later werd Chirac herverkozen als president met 82% als gevolg van de massale mobilisatie tegen Le Pen, waarbij de mobilisatie leidde tot een campagne om voor Chirac te stemmen. Jospin nam ontslag en centrum-rechts nam de controle over het parlement en de regering over. In de drie daaropvolgende jaren was er een offensief van de Franse burgerij tegen de openbare diensten, de sociale zekerheid en de arbeiders en armsten. De patroonsfederatie MEDEF, onder leiding van baron Ernest-Antoine Seilière, zag een gunstige periode voor zich openen door het grotere politieke gewicht van de rechterzijde.

In 2003 was er een pensioenhervorming. Nadien volgden privatiseringen of gedeeltelijke privatiseringen van De Post, EDF-GDF (elektriciteit en gas) en een strakker beleid op vlak van openbare uitgaven. Volgens de CGT zijn de lonen in de openbare sector in reële cijfers de afgelopen drie jaar met 5 à 6% gedaald. Ernest-Antoine Seillière, die zichzelf omschreef als een “killer” toen hij het roer van MEDEF overnam in 1997, deed de premier af als die “arme Raffarin” die er niet in slaagde om de macht van de vakbonden te breken. Maar de aandeelhouders hebben het nog nooit zo goed gehad. Het oliebedrijf Total zag haar winsten met 24% stijgen tot 9,04 miljard euro. De cosmectica-groep L’Oréal zag haar winst met 143% stijgen tot 3.351 miljard euro. De winst van de Société Générale ging met 25,4% vooruit tot 3.125 miljard euro.

De klassenpolarisatie in de Franse samenleving bereikt een situatie die vergelijkbaar is met de situatie voor mei ’68. De woede tegenover de corrupte en verspilzuchtige elite, de frustratie tegenover het falen van het kapitalisme om de samenleving uit te bouwen en de woede tegenover de grote winsten doen denken aan 1968. Het vertrouwen van de bevolking in de werkgevers is nog nooit zo laag geweest. Volgens opiniepeilingen had in 1985 56% van de bevolking vertrouwen in de ondernemers. Vandaag is dat gezakt tot 45%, en wat voor het establishment nog erger is, slechts 21% van de werknemers heeft vertrouwen in de eigen patroon.

Politieke verschuivingen

“De centrum-rechtse en centrum-linkse partijen zijn zoals de WTC-torens. We weten dat ze zullen instorten, maar we weten enkel nog niet wie het eerst tegen de vlakte zal gaan.” Dit citaat werd door het persagentschap Reuters toegeschreven aan een leidinggevend lid van het centrum-rechtse UMP van president Chirac. Het is een uitdrukking van de politieke onstabiliteit in het land die verscherpt is door de campagne rond de Europese grondwet. De politieke autoriteit van beide grote politieke centra ligt in duigen. Raffarin nam ontslag en leidde de minst populaire regering in de geschiedenis van de Vijfde Republiek. De populariteit van Chirac is gedaald tot 40%, het laagste cijfer in 8 jaar tijd.

De zwakste schakel is de sociaal-democratische Parti Socialiste (PS). De huidige leider, François Hollande, organiseerde een intern referendum in de PS om het partijstandpunt te bepalen. De ja-stem haalde het toen met 59%. Onder druk van de mobilisaties en in een poging om de eigen carrière een stimulans te geven, begon een deel van de PS-leiding campagne te voeren voor een Neen-stem. Henri Emmanueli, een voormalige topfiguur uit de PS, maakte een aantal scherpe tussenkomsten waarin hij de PS-steun aan de Europese grondwet vergeleek met de socialisten die instemden met de volmachten in 1940 voor het Vichy-regime van maarschalk Pétain dat collaboreerde met de nazi’s. Vorige week nodigde Emmanuelli arbeiders van 25 bedrijven die door delokalisatie bedreigd worden, uit naar het Franse parlement. Hij viel er de voorstanders van de grondwet aan: “Ze begaan een historische fout. Er is een opsplitsing tussen diegenen die zullen meestemmen met Thierry Desmaret – CEO van Total – en de CAC40 [beursgenoteerde bedrijven] , en diegenen die samen met de arbeiders zullen stemmen. Als je dat verschil ziet, weet je waar het bedrog zit.”

De scherpte van het debat in de PS is niet noodzakelijk een uitdrukking van een linkse tendens in de partij, of een toename van de steun voor de partij onder arbeiders. De PS kan electoraal wel vooruitgaan en de rechterzijde verslaan bij de komende verkiezingen, maar dat zou enkel het gevolg zijn van het gebrek aan een alternatief op het beleid van de huidige meerderheid. De bevolking is echter niet vergeten wat het beleid van de regering-Jospin was. Het rechtse beleid van die regering leidde tot de slechte verkiezingsresultaten van Jospin in 2002.

Het is veelzeggend dat de leider van het neen-kamp in de PS Laurent Fabius is. Fabius was de nummer twee van de partij en premier onder president Mitterand in 1983. Hij komt van de rechterzijde van de PS. Niet zolang geleden beweerde Fabius dat hij een aanhanger van de politiek van Blair was, vooraleer Blair die politiek zelf had ontwikkeld. Nu heeft Fabius zichzelf terug uitgevonden in de hoop dat hij de PS-kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2007 kan worden. Het is echter te vroeg om te voorspellen wat er met de PS zal gebeuren. Het enige wat wel zeker is, is dat de PS niet langer een stabiele kracht is en dat een splitsing niet uitgesloten is.

Een nieuwe arbeiderspartij die opkomt voor socialisme

Het afwijzen van de Europese grondwetin in Frankrijk is een afwijzing van het ‘geglobaliseerde’ kapitalisme. Het is een verwerping van de neo-liberale hervormingen, de privatiseringen en de aanhangers van de vrije markt. De Franse arbeidersklasse heeft op straat gevochten tegen het neo-liberalisme van de regering-Raffarin waarbij duizenden arbeiders werden gemobiliseerd. Daarbij is de arbeidersklasse, ondanks het gebrek aan een principiële revolutionaire leiding, ingegaan tegen de hervormingen van de heersende klasse. Nu komt de strijd op een hoger niveau. Het moet opgebouwd worden als een massale politieke kracht op basis van een strijdbaar socialistisch programma. Vertegenwoordigers van de arbeidersklasse in de neen-campagne zouden een oproep moeten doen aan arbeiders, vakbondsleden en activisten om samen te komen en een programma op te maken van strijdbare eisen, waaronder de nationalisatie onder arbeiderscontrole en met arbeidersbeheer van die delen van de industrie die bedreigd worden, waarmee een coördinatie kan gevormd worden voor de strijd tegen het neo-liberalisme. De neen-stem in Frankrijk heeft de arbeidersklasse een voordeel opgeleverd waarvan gebruik moet worden gemaakt.

De Franse en Europese burgerij roept op tot een periode van ‘reflectie’. Wellicht zal de Europese grondwet officieel dood verklaard worden indien de Neen-stem het morgen ook in Nederland haalt. Dat zou een enorme slag toebrengen aan het zelfvertrouwen van de Europese burgerij en zou kunnen leiden tot een verscherping van de arbeidersstrijd tegen neo-liberale maatregelen in de verschillende Europese landen. Het zal echter geen fundamentele koerswijziging teweegbrengen voor het Europese kapitalisme.

Blair en Brown hebben al aangekondigd dat onder het Britse EU-voorzitterschap de neo-liberale agenda zal worden verdergezet. Aanhangers van Barosso, de voorzitter van de Europese commissie, hebben al aangekondigd dat het initiatief “Jobs en groei” zal worden verdergezet. Nelli Kroes, de EU-commissaris voor vrijhandel, stelt dat er striktere regels moeten komen voor staatssteun. Binnen enkele weken zal bovendien de richtlijn-Bolkestein opnieuw op de agenda staan om de liberalisering van de dienstensector in Europa te bespreken.

Socialisten komen op voor de rechten van de arbeiders en nemen deel aan strijd voor hervormingen in het belang van de arbeiders. We wijzen daarbij op het falen van het kapitalisme. Socialisten en arbeiders verzetten zich tegen iedere poging om het Europees project van de grote bedrijven en de rijken verkocht te krijgen aan de bevolking. De EU kan niet gedemocratiseerd worden, noch door een grondwet noch door een grondwettelijke vergadering. Enkel door het wegvegen van deze neo-liberale unie, kan gebouwd worden aan een samenleving die echt gebaseerd is op solidariteit tussen de arbeiders en de armen in Europa. Die solidariteit en eenheid zal gebaseerd zijn op de vrijwillige samenwerking tussen de bevolking van de verschillende Europese landen en op de opbouw van een samenleving waarin de sleutelsectoren van de economie niet langer in handen zijn van bankiers, magnaten en grote aandeelhouders. Een samenleving waarin de economie wordt gepland, beheerd en gecontroleerd door de arbeidersklasse, een socialistische samenleving.

Delen: Printen: