Home / Op de werkvloer / Metaal / ArcelorMittal-delegee: “We hadden geen goede strategie”

ArcelorMittal-delegee: “We hadden geen goede strategie”

In oktober is het twee jaar geleden dat ArcelorMittal de sluiting van de warme fase van de staalproductie in de Luikse regio aankondigde. Een jaar later volgde de aankondiging dat zeven van de 12 koude lijnen zouden sneuvelen. We spraken met een delegee bij ArcelorMittal over de strijd die gevoerd wordt tegen de afdankingen en sluitingen.

Interview door Nicolas Croes

Hoe kijk je terug op die twee jaar?

Het laat een bittere smaak na. Waarom? Ik denk dat het ons ontbrak aan een duidelijke strategie. Met het gemeenschappelijk vakbondsfront, dat we zoveel mogelijk wilden behouden ondanks verschillen, hebben we niet alles uitgeprobeerd. We moeten daar grondig over nadenken.

Zo hebben we de media onvoldoende bespeeld. Mittal hecht veel belang aan het imago van zijn merk. We hadden daar gebruik van moeten maken. Hij vindt het belangrijk dat er gezegd wordt dat hij goed onderhandelt, maar hoe kunnen we onderhandelen met een multinational die ons voor voldongen feiten zet? Hij verschuilt zich achter het excuus van de crisis, maar die crisis heeft een brede rug. We draaien met een rendabiliteit van 5 tot 7%. Maar Mittal wil een rendement van 15% tot 20%, naar het voorbeeld van de mijnsector. Hij heeft overigens heel wat in die sector geïnvesteerd.

We zijn er ook niet in geslaagd om een Europees precedent te vormen. Met een solidariteit en een coördinatie van het personeel van de sites in de verschillende landen hadden we de tsunami van Mittal kunnen afremmen. Moesten de Franse, Belgische en Luxemburgse ministers duidelijk de kant van de arbeiders gekozen hebben, zou dat ook geholpen hebben.

De syndicale strategie legde veel nadruk op de steun die van de gevestigde partijen werd gevraagd en van minister Jean-Claude Marcourt (PS) in het bijzonder. Heeft dat iets opgeleverd?

Marcourt is de Waalse minister die verantwoordelijk is voor het dossier. We kregen eigenlijk geen steun van de politici van de Waalse of de federale regering, laat staan van Europa. Dat de PS niet links is, wisten we al. Marcourt probeerde de arbeiders hoop te geven, maar hij bleek enkel zand in de ogen te strooien. Voor ons was deze Waalse regering geurloos, kleurloos en smaakloos.

Op de laatste bijeenkomst van de Task Force (een vergadering van syndicale verantwoordelijken, de Waalse regering en verschillende publieke organen), kwam Marcourt opnieuw met een verbijsterende illusie. Patrick Remacle, een journalist van de RTBF, was samen met ons aanwezig en stelde: “Marcourt is er op vooruit gegaan.” Maar de overnemer waar Marcourt van sprak, Quatar Steel, bleek een illusie te zijn. Geen enkele multinational durft het aan om zich tegen Mittal te keren.

Marcourt had verschillende schema’s geanalyseerd en wilde aanvankelijk het schema van een behoud van het bassin met een hoogoven voorstellen. Hij kwam daar niet meer op terug. We werden aan ons lot overgelaten. Door nu enkel vijf koude lijnen te behouden, wordt enkel op korte termijn gedacht.

Er wordt gesproken van 845 VTE’s (voltijdse equivalenten) die gered zijn, maar er wordt niet gesproken over contracten van onbepaalde duur. Het gaat om tijdelijke jobs omdat Mittal het zo oplegt. Daarnaast zijn er enkele jobs die gered kunnen worden door de overname van de Cokes fabriek door Oxbow Mining LLC.

De directie van ArcelorMittal heeft het over de nood aan een nieuwe manier van functioneren, flexibiliteit en onderaanneming om een positieve rendabiliteit te vinden. Alsof er nu een negatieve rendabiliteit is.

Met die 845 VTE’s zet Mittal vooral druk op de vakbonden om het sociaal plan te aanvaarden?

Mittal heeft ingezet op het opdelen van ons bedrijf om met een salamitactiek alles af te breken. Eerst was er de aankondiging van de sluiting van de warme fase waarbij de tewerkstelling in de koude fase als drukkingsmiddel werd gebruikt. Vervolgens werden zeven van de 12 koude lijnen gesloten. Het is een bewuste tactiek. Als alles in een keer werd aangekondigd, zou de schok te groot geweest zijn, net zoals het verzet.

Onze vakbondsleiders waren bang van meer vastberaden acties. Wij willen gerust betogen, maar er zijn ook andere acties nodig. We waren bereid om te betogen aan het Waals Parlement in Namen, het Europees Parlement in Straatsburg en de zetel van ArcelorMittal in Luxemburg – waar we uiteindelijk niet geraakt zijn. Maar dat volstaat niet. In Straatsburg was het duidelijk dat het ontvangstcomité van de oproerpolitie klaarstond om gewelddadig op te treden, zeker na de ontvangst die we in Namen hadden gekregen.

We hadden naar de andere vestigingen van Mittal moeten gaan. Dat zou de strijd versterkt hebben. We moesten de strijd in groep voeren, door lijnen te stoppen en sites te bezetten. We hadden gelijktijdige acties nodig in Sidmar, Florange en misschien zelfs in Bremen en Duinkerken. Maar de syndicale delegaties wilden deze weg niet bewandelen, er werd nooit een solidariteit tussen de sites opgebouwd. Indien Sidmar en Florange platlagen, konden we Mittal nochtans laten plooien. We zouden met dergelijke acties van ons hebben laten horen, wellicht zelfs tot in China toe.

De politici laten de arbeiders aan hun lot over, net zoals dat gebeurde bij Ford Genk, Caterpillar of Carsid. In de Waalse staalsector is er geen enkele actieve hoogoven meer, er zijn enkel nog die van Sidmar in Gent.

Wat denk je van het ordewoord van de nationalisatie van de sites?

Vandaag betalen we een prijs voor het beleid van het verleden. We hadden al lang een publieke staalsector moeten hebben met de twee grote bassins van Luik en Charleroi gekoppeld aan een strategie op lange termijn. Dat moest gepaard gaan met een synergie tussen de twee regio’s. We hebben enorme middelen op vlak van infrastructuur, er is de technologie, een enorme knowhow en we staan volledig voorop met een straf onderzoekscentrum. We hadden dat kunnen gebruiken om hoogwaardige producten te creëren. Mittal was enkel geïnteresseerd in onze kennis en knowhow die hij elders wil gebruiken.

Er was de afgelopen dertig jaar geen industriële strategie in Wallonië, België of Europa. Dat is het neoliberalisme: een gewelddadige politiek met een kortetermijnvisie. De EU heeft geen alternatief op de globalisering en wil daar ook geen antwoord op bieden. De huidige crisis toont nochtans aan dat het neoliberale model faalt. Europa is niet gericht op het welzijn van de arbeiders. Alle sociale verworvenheden worden op de helling gezet en geofferd aan de winsthonger.

Let op, ik ben niet tegen Europa. Maar we hebben nu een euro van speculanten en een Europese Unie van de beurzen. Onze openbare diensten worden door de Europese richtlijnen afgebroken met enorme sociale schade als gevolg. We hebben geen echte sociale bescherming, er is zelfs niet eens een discussie over een Europees minimumloon. Er wordt enkel gedacht aan afbraak van bestaande sociale wetgeving. Het Duitse model wordt als voorbeeld naar voor gebracht, maar dat is een model van hongerlonen en onzekere jobs. Het Duitse model gaat ten koste van de andere Europese landen en de eigen arbeiders.

Hoe denk je dat de strijd van de arbeiders van ArcelorMittal en andere getroffen bedrijven kan versterkt worden?

We hebben geen sociaal Europa en spijtig genoeg ook geen Europese vakbond. Dat is jammer. We hebben een grote kans gemist. We hebben nood aan een Europees syndicalisme, maar daartoe hebben we zowel op nationaal als Europees niveau strijdbare vakbondsleiders nodig.

Daarnaast blijft er ook de kwestie van een politiek alternatief waarbij we in België en de rest van Europa moeten bouwen aan een echte linkerzijde met een echte sociale politiek waarbij de bestaande radicaal-linkse organisaties een rol kunnen spelen. We hebben een nieuwe eengemaakte linkerzijde nodig.

Leave a Reply