Nadat de regering de afgelopen dagen een bijna verdubbeling van het minimumloon voor ambtenaren aankondigde, kwam de belangrijkste onafhankelijke vakbond EFITU met kritiek en woede. De bond stelde dat het te weinig was en bovendien te laat kwam. Er werd meteen gedreigd met een derde arbeidersrevolutie indien de regering geen rekening houdt met de eisen onder de bevolking.

Artikel door Jacques Chastaing, Gauche Révolutionnaire (Frankrijk)

Sinds de beweging van 2008 werd opgekomen voor een loon van 1.200 Egyptische ponden (130 euro). Sindsdien was er een sterke inflatie, soms tot 10% per jaar, waardoor deze eis vandaag achterhaald is. Bovendien kan deze maatregel een reeks bestaande premies omvatten waardoor de beloofde loonsverhoging uiteindelijk weinig voorstelt. De regering lijkt bovendien niet bereid te zijn om de verhoging meteen ook door te voeren in de privésector, waar twee derden van de Egyptische werkenden actief zijn.

EFITU verklaarde tevens dat het project van de regering om een gezondheidsverzekering in te voeren voor de dagarbeiders (60 tot 80% van de arbeidsmarkt), boeren, straatventers en vissers en een belofte om de pensioenleeftijd op 55 jaar te houden, bluf is om de werkenden te kalmeren nadat een harde aanval op hun levensstandaard is doorgevoerd.

De repressie tegen de Moslimbroeders en de dreiging om hen te ontbinden, hebben bovendien geleid tot de afschaffing of verdwijning van een reeks liefdadigheidsinitiatieven op het vlak van gezondheidszorg, onderwijs of verkoop van basisproducten aan goedkope prijzen. Dat betekent dat miljoenen van de armste Egyptenaren het nog moeilijker hebben.

Malek Bayoumi, de nieuwe voorzitter van EFITU (nadat de vorige leider, Kamel Abou-Aita, minister van werk werd), verklaarde: “Ik waarschuw de regering. Als er geen rekening wordt gehouden met de arbeiderseisen […] dan komt er een derde arbeidersrevolutie.”

Verschillende andere oppositiegroepen verklaarden gelijktijdig met EFITU dat de regeringsbeloften slechts bluf waren om een explosie van arbeiderswoede – een woede die algemeen aanwezig en het leger schrik aanjaagt – uit te stellen of onder controle te houden. De stakingen in de metaalsector in Suez en in de textielsector, waaronder in Mahalla, en de acties in andere bedrijven en sectoren toonden het potentieel en de omvang van de woede.

De terugkeer van de sociale kwestie heeft ook meteen gevolgen op het politieke terrein. Een aantal bekende figuren uit de revolutie van 2011 – zoals Ahdaf Soueif, Ahmed Maher, Haitham Mohamadei, Rabab El-Mahdi, Hatem Tallima, Mohamed El-Baqer, Mostafa Shawki, Ali Ghoneim, Mohamed Youssef en Alaa Abdel Fatah – kondigden aan dat een nieuwe formatie wordt gezet: het ‘Front van de Revolutionaire Weg’. Die beweging komt op tegen het leger en tegen de Moslimbroeders en stelt sociale rechtvaardigheid centraal. Het front verenigt het Democratisch Front van 6 April, de Jongerenbeweging van 6 april, de Partij van het Sterke Egypte, de Revolutionaire Socialisten, de beweging van jongeren voor gerechtigheid en vrijheid en een reeks revolutionaire personaliteiten.