Saoedi-Arabië: religieuze hardliners winnen verkiezingen

Bij de lokale gemeenteraadsverkiezingen in Saoedi-Arabië wonnen de religieuze hardliners. De gemeenteraadsverkiezingen werden in drie fasen gehouden tussen februari en april 2005. De westerse media juichte de beslissing om verkiezingen te organiseren toe als een historische gebeurtenis en een belangrijke stap voorwaarts in de richting van "democratie" in de olierijke monarchie. De reacties waren meer terughoudend toen het resultaat van de veelgeprezen verkiezingen duidelijk werd. Alleszins waren veel Saoedis niet enthousiast over de verkiezingen.

Khalid Bhatti

Slechts 40% van de stemgerechtigden liet zich registreren om te kiezen. De opkomst was erg laag in alle grote steden. Volgens de staatszender bedroeg de opkomst 31% in de hoofdstad Riyadh en 29% in de commerciële hoofdstad Jeddah. In Jeddah waren bovendien slechts 20% van de stemgerechtigden geregistreerd. Vrouwen mochten niet deelnemen aan de verkiezingen, wat op zich wijst op het gebrek aan enige ‘democratie’ indien zowat 50% van de bevolking al niet mag stemmen. De meerderheid van de bevolking, en zeker de jongeren, toonden weinig interesse in de verkiezingen omdat ze het zagen als een nutteloos gebeuren dat geen belangrijke veranderingen zou teweeg brengen.

Er waren verkiezingen voor 600 zetels in 178 gemeenteraden van het land, de andere zetels worden ingevuld op basis van een nominatie door de koning. De kandidaten die gesteund werden door de religieuze leiders haalden de beste resultaten in Medina, Mekka, Tabuk, Taef en andere steden. Bekende religieuze leiders en geestelijken hadden hun eigen kandidaten, maar kwamen niet zelf op. De religieuze kandidaten scoorden slechter in Al Qassim, een regio 300 kilometer ten noorden van Riyadh die gezien wordt als het bastion van het Wahabi-geloof. Daar wonnen de religieuzen slechts 2 zetels terwijl de andere 5 werden binnengehaald door technocraten en zakenlui uit de regionale hoofdstad Buraida. In Unaiza wonnen de religieuzen slechts 1 van de 5 zetels.

De advocaat Abdul Aziz al Kassem verklaarde: "De winnaars kunnen beschouwd worden als gematigd. Ze zijn meer open dan het officiële religieuze establishment en de Wahhabi-stromingen, het zijn technocraten en zakenlui met religieuze standpunten en die tegen de liberale hervormingen van de theocratische staat zijn." Volgens het regeringsgezinde dagblad Arab News in Jeddah was het verkiezingsresultaat "onverwacht voor zowel de regering als de militante groepen. De winnaars zijn westers geschoolde radicalen die zich verzetten tegen het liberalisme en die Saoedi-Arabië willen behouden als een islamitisch land, maar tegelijk meer inspraak willen in het regeren van het land en dit door middel van verkiezingen. Ze vormen geen partij omdat dit illegaal is, maar ze werken nauw samen op nationaal vlak en kunnen in de nabije toekomst een belangrijke kracht worden. Er zijn verschillende stromingen, maar wat hen bindt is de islam. Dit is het verschijnen van de middenklasse op het politieke toneel."

Middenklasse

Ongetwijfeld is er de afgelopen 20 jaar een nieuwe middenklasse ontstaan. Zowat één miljoen Saoedis genoot een opleiding aan een westerse universiteit of hogeschool. Het gaat om professoren, dokters, advocaten, managers, ambtenaren en zakenlui. Die hebben hun sterkte getoond bij de verkiezingen door zowat 80% van de zetels binnen te halen. Dat is een belangrijke ontwikkeling in een land waar de stammen nog een belangrijke rol spelen. De samenleving maakt zich los van de beperkingen van de traditionele stammenpolitiek. Diegenen die vandaag de middenklasse vormen, hebben gebroken met het leven als arme nomaden rond de woestijn en zijn rijke burgers van moderne metropolen geworden. Deze laag heeft haar invloed enorm uitgebreid de afgelopen jaren, maar het zou fout zijn om hun invloed te overschatten in vergelijking met de rol van de religieuze leiders en de geestelijken.

Meer liberaal

De oude laag van de middenklasse is meer conservatief en steunt de koninklijke familie sterker dan de nieuwe lagen. De nieuwe generatie is meer liberaal ingesteld en wil snelle hervormingen in de richting van democratie en liberalisme.

Een aantal gefrustreerde jongeren richten zich ook naar het islamitisch fundamentalisme. Dat komt vaak door een bezorgdheid rond het gebrek aan werkgelegenheid en de groei van armoede. Daarnaast is er een sterke ontwikkeling van een Arabisch nationalisme onder jongeren als verzet tegen de aanwezigheid van migrante arbeiders in het land. Er wordt een verbod op de tewerkstelling van migranten geëist in bepaalde sectoren en het regime staat onder druk om het aantal migranten te beperken. De Saoedische regering heeft aangekondigd dat het 400.000 arbeiders wil uitwijzen om deze jobs naar de lokale bevolking te laten gaan. Dat is echter niet evident voor de bedrijven omdat het gaat om werknemers die minder geschoold zijn en hogere lonen hebben. Migratie wordt gebruikt voor goedkope arbeid en een grotere uitbuiting. Dit thema zal belangrijk blijven in de komende periode.

Politieke verdeeldheid en hervormingen

De gemeenteraadsverkiezingen toonden de verdeeldheid in de samenleving. De verschillende tegengestelde stromingen komen bovendien sterker tot uiting naarmate er een grote frustratie is rond het trage tempo van de hervormingen. Er zijn twee duidelijke trends: één voor meer vrijheden voor de bevolking en één die op krampachtige wijze vasthoudt aan de islamitische identiteit van het koninkrijk en zich verzet tegen de VS-druk voor hervormingen. Een kiezer verklaarde: "Ik kom stemmen voor kandidaten met een islamitische oriëntatie. En ik hoop dat deze boodschap de VS en het volledige Westen bereikt." Een zakenman stelde: "Er is externe druk om hervormingen door te voeren. Dat is een voorbereiding van een Amerikanizering. Daarom stemde ik voor een islamitische kandidaat." Anderzijds verklaarde een leraar, Saleh Abdul Razzaq: "We willen vrijheid, basis mensenrechten, vakbondsrechten en democratie in ons land. We hebben nood aan verkozen vakbondsstructuren voor leraars, dokters, arbeiders en ambtenaren, om zo hun rechten te verdedigen. We moeten ook het recht hebben om vreedzaam te kunnen betogen."

Een advocaat verklaarde: "We willen dat de gemeenteraad van Shura die verkozen wordt, ook de mening van de bevolking respecteert." De vraag naar hervormingen is het begin van een lang proces dat niet eenduidig zal verlopen. Ook de koninklijke familie is verdeeld over dit onderwerp. Er zijn meningsverschillen tussen kroonprins Abdullah en de broers van koning Shah Fahad. Dit geeft aan dat de oudere generatie van de koninklijke familie het land op eenzelfde wijze met een ijzeren hand wil regeren zonder enige toegeving aan de meer liberale en pro-democratische lagen van de samenleving.

De nieuwe generatie wil beperkte toegevingen doen om hun controle over het land te behouden en ziet in dat dit onmogelijk zal zijn op de oude manier. Een hooggeplaatste functionaris verklaarde: "We voeren nu al twee jaar een strijd tegen een gewelddadige campagne van vermoedelijke Al-Qaeda militanten. We willen geen twee gevechten tegelijk voeren, één met de militanten en een andere met de pro-democratische reformistische beweging. Onze strategie nu is erop gericht om de militanten uit te roeien en met de liberalen een proces van voorzichtige hervormingen uit te werken op basis van de specifieke lokale situatie. We hebben deze strategie reeds uitgelegd aan de Amerikanen."

Bij de verkiezingen is duidelijk geworden dat de traditionele religieuze hiërarchie van de Wahabi-religieuzen, die nauw gelinkt zijn aan het staatsapparaat, haar controle en dominantie van de afgelopen 75 jaar aan het verliezen is. De meest gerespecteerde en populaire geestelijken zijn diegenen die niet direct verbonden zijn met de staat en de koninklijke familie en die zich niet blindelings onderwerpen aan het regime, maar het ook hebben over de verantwoordelijkheden van de heersers tegenover de bevolking. Zij nemen ook standpunten in over sociale en politieke thema’s. Dit werd recent duidelijk toen een aantal hooggeplaatste geestelijken een uitspraak deden dat vrouwen vrijelijk mogen trouwen met wie ze willen, waarbij gedwongen huwelijken als "on-islamitisch" en onmenselijk werden omschreven.

Een aantal populaire geestelijken stelden ook dat vrouwen met de wagen mogen rijden, iets wat nog steeds niet legaal is in het land. Door de afwezigheid van een arbeidersalternatief of een linkse partij, kunnen deze geestelijken met de steun van gematigde islamisten het vacuüm deels opvullen met een radicaal sociaal en economisch programma. Ze kunnen de populaire uitdrukking worden van de bevolking die verandering wil. Deze geestelijken genieten de steun van delen van de middenklasse en kunnen snel opschuiven naar radicalere posities ondanks hun islamitische basis.

Liberale hervormingsbeweging

De hervormingsgezinde beweging in Saoedi-Arabië zal een moeilijke periode kennen. In 2003 kende de beweging een hoogtepunt en domineerde het de politieke scène, maar in 2004 was er een verzwakking omwille van een aantal redenen.

De stijging van de olieprijzen, de toename van geweld van hardline islamistische groepen, de verhoogde staatsrepressie en de het aangehouden belang die het regime hecht aan islamitische politieke strekkingen, zijn de belangrijkste factoren waarom de liberale hervormingsbeweging achteruit gegaan is. De bekende Saoedische journalist Jamal Ghashugi stelde: "De thema’s die opgeworpen worden door de hervormers – meer politieke deelname, de rol van vrouwen, democratische rechten, grondwettelijke beperkingen van de macht van het koningshuis – zijn niet verdwenen, maar voorlopig is alleszins het koningshuis van oordeel dat het er niet op moet antwoorden. In oktober 2004 werden alle illusies doorbroken dat vrouwen stemrecht zouden krijgen bij de verkiezingen van 2005. In september vorig jaar werd al duidelijk gemaakt dat politiek activisme grenzen heeft. Toen stelde de regering dat het voor overheidspersoneel verboden is om tegen het regeringsbeleid in te gaan, en zelfs om petities te ondertekenen. Aangezien veel Saoedis direct of indirect voor de overheid werken, had die waarschuwing als gevolg dat politieke activiteit uitgesloten werd voor de meeste Saoedis."

Er was de zaak van drie Saoedis die weigerden deel te nemen aan een rechtzaak in oktober vorig jaar omdat ze niet akkoord waren met het feit dat de zittingen achter gesloten deuren plaatsvonden nadat eerdere zittingen wel open waren voor het publiek. Die politiek van gesloten deuren stond symbool voor het breken van de hoop op een meer liberaal gematigd regime. De drie maakten deel uit van een groep van 12 activisten die in maart werden opgemakt toen ze een petitie organiseerden waarin werd opgeroepen voor een constitutionele monarchie en voor het opzetten van een onafhankelijke mensenrechtenorganisatie. Honderden aanhangers van de activisten namen deel aan de openbare zittingen en er was zelfs een betoging om hen te ondersteunen. De zittingen gebeurden hierna achter gesloten deuren in de gevangenis waar ze opgesloten zijn.

Jamal Ghashugi stelde: "Het verdwijnen van de ‘Lente van Rijadh’ komt door verschillende factoren, maar de twee belangrijkste zijn de veiligheidselementen en de economische situatie. Voor beide factoren is er een combinatie van korte termijnsuccessen die een onmiddellijke druk zetten en langere termijn elementen die moeilijker zijn en die van het terugdringen van de voorzichtige openheid voor de heersers een aanvaardbare strategie maken. De Saoedis kunnen genieten van de beste olie-export ooit. In 2004 werd het verwachte tekort omgebogen in een overschot van 35 miljard dollar, waardoor nieuwe ontwikkelingsprojecten ter waarde van 11 miljard dollar werden aangekondigd door het regime. Er was een aanhoudende stroom van berichten over nieuwe arbeidsregels die erop gericht waren om buitenlandse arbeidskrachten buiten te houden, de jobkansen voor de eigen bevolking te versterken en de deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt te vergroten. De langetermijnperspectieven voor een verandering van de arbeidsmarkt in het land zijn onzeker, maar de enorme inkomsten hebben de regering het vertrouwen gegeven dat ze in staat zal zijn om de kortetermijngevolgen van werkloosheid op te vangen, terwijl ze tegelijk het geld kan aanwenden voor het omkopen van belangrijke figuren wat een constante praktijk is in het politieke systeem van het land.”

Veel Saoedis verliezen hun vrees voor de staatsrepressie en de vervolgingen. Als gevolg van de economische vooruitgang, is het bovendien mogelijk dat delen van de bevolking zullen opkomen voor hun rechten. Dit kan tot gevolg hebben dat de opkomende arbeidersklasse een cruciale rol gaat spelen, tenminste als ze gebruik maakt van haar enorme potentiële sterkte.

Delen: Printen: