Noord-Ierland: weinig enthousiasme voor lokale verkiezingen

Het was geen verrassing dat bij zowel de Britse parlementsverkiezingen als bij de lokale Noord-Ierse verkiezingen de sectaire partijen een goede uitslag behaalden waardoor de situatie verder geblokkeerd blijft. De vier belangrijkste sectaire partijen behaalden voor de Britse parlementsverkiezingen samen 93% van de stemmen. Daarbij is het opvallend dat er een tendens is naar een versterking van de grootste unionistische partij (partij voor het behoud van de band met Groot-Brittannië), de Democratic Unionist Party, en van de grootste nationalistische partij (voor een eengemaakt Ierland), Sinn Fein.

Peter Hadden, Socialist Party, Belfast

Dit proces is het meest duidelijk langs unionistische zijde. De Ulster Unionist Party (UUP) verloor zowat alle zetels en behoudt slechts één zetel. Ook partijleider David Trimble verloor zijn zetel. Bij de gemeenteraadsverkiezingen verloor de partij eveneens sterk. Trimble heeft ontslag genomen en de partij staat op springen wat een weinig aantrekkelijk perspectief is voor de opvolger van Trimble aan het hoofd van de partij.

Aan nationalistische zijde zien we een gelijkaardig proces, maar het ritme is anders. Er is een verschuiving van gemiddeld 3% van de SDLP naar Sinn Fein. De SDLP behoudt wel haar drie Britse parlementszetels, maar dat verbergt de constante erosie van haar steun sinds de verkiezingen van 2001.

In het district South Down hield de partij enkel stand omdat het zittende parlementslid Eddie McGrady dan toch besliste om zijn pensioen wat uit te stellen in plaats van de plaats te ruimen voor een kandidaat van Sinn Fein die het zou halen. Met de huidige tendens zal Sinn Fein bij de volgende verkiezingen echter deze zetel inpikken. In Newry/South Armagh werd een gelijkaardig resultaat bereikt als in South Down. Het zittende parlementslid van de SDLP, Seamus Mallon, kwam niet meer op en Sinn Fein haalde deze zetel gemakkelijk binnen.

De SDLP behield haar zetelaantal van drie omwille van een grote verschuiving van de UUP naar de DUP in Zuid-Belfast. Voorheen was dit een bastion van de UUP maar hun kandidaat werd slechts derde na de DUP. De verdeeldheid onder de unionisten zorgde ervoor dat de SDLP een zetel kon binnenhalen. Moesten deze verkiezingen nu overgedaan worden, zouden de unionistische kiezers zich wellicht nog sterker achter de DUP scharen zodat deze partij de zetel van de SDLP zou overnemen.

Er zijn een aantal redenen voor de achteruitgang van de SDLP en waarom dit minder snel verloopt dan bij de UUP. De woede tegenover Sinn Fein na de moord op Robert McCartney in Belfast eerder dit jaar en de pogingen om dit in de doofpot te steken, hebben de vooruitgang van Sinn Fein niet gestopt maar wel moeilijker gemaakt. Sinn Fein verloor een zetel in Oost-Belfast terwijl ze elders overal zetels bijwonnen. Dit is een direct gevolg van de moord op McCartney. Zelfs woordvoerders van Sinn Fein moesten toegeven dat hun stemmenaantal aangetast werd door deze situatie en dat ze anders meer stemmen van de SDLP zouden hebben overgewonnen.

De verschuiving van de UUP naar de DUP is een uitdrukking van een groeiende ontgoocheling onder unionisten die het deze partij verwijten een akkoord gesloten te hebben waardoor Sinn Fein in de lokale regering kon komen. Onder katholieken is er geen gelijkaardige houding tegenover de SDLP omdat deze partij gewoon gezien wordt als onrelevant wegens te klein.

Versterkte DUP versus versterkt Sinn Fein

De UUP riskeert een volledige implosie en dreigt te verdwijnen, de SDLP kent een langzamer proces van ineenstorting.

De Britse en Ierse regeringen hadden alle hoop gevestigd op een politieke doorbraak na de bankoverval in december en de moord op McCartney waarbij gehoopt werd dat Sinn Fein daar een prijs voor zou betalen en baan zou ruimen voor een gematigdere republikeinse leiding. In plaats daarvan is er nu een versterking van zowel de DUP als Sinn Fein. Er zal een nieuwe ronde van onderhandelingen komen voor het vredesproces, maar er is weinig hoop op een doorbraak. Er is geen hoop dat er een langdurig akkoord kan komen.

De sectaire politiek vormt geen stap vooruit voor de arbeiders en jongeren. De vier grote partijen liggen misschien wel met elkaar overhoop over het nationale vraagstuk, maar op sociaal en economisch vlak zijn er weinig verschillen. Eens ze aan de macht zijn, nemen ze allen de economische agenda van privatiseringen en besparingen van Blair over.

De belangrijkste vraag is hoe een einde kan gemaakt worden aan het hardere sectaire monopolie. De kleinere partijen die een opgang kenden in de jaren 1990 zijn nu allen verdwenen. De Vrouwencoalitie had nu slechts één kandidaat bij de verkiezingen – een zittend gemeenteraadslid die haar zetel verloor. De Progressive Unionist Party (PUP) had slechts enkele kandidaten en kon slechts twee gemeenteraadszetels behouden.

Toch werd ook bij deze verkiezingen duidelijk dat het mogelijk is om in te gaan tegen de grote partijen. In West Tyrone kwam dokter Deeny op als kandidaat van de campagne voor het openhouden van het ziekenhuis in Omagh. Hij behaalde 11.905 stemmen, 27%. Dit kon nog beter geweest zijn moest hij een organisatie opgezet hebben na zijn goede resultaten voor de lokale parlementsverkiezingen. Nu trok hij zijn lijst voor de lokale verkiezingen terug na een geheim akkoord met de SDLP. Desalniettemin toont zijn verkiezingsresultaat aan dat een kandidaat die opkomt op een sociaal programma een goed resultaat kan behalen.

De nood aan een alternatief werd ook op een negatieve wijze duidelijk met het groot aantal kiezers dat niet ging stemmen. In vergelijking met de algemene verkiezingen van 2001 waren er 90.000 kiezers minder. Dit komt deels door het aantal kiezers dat zich niet liet registreren om te stemmen en deels door het groot aantal kiezers dat niet de moeite deed om te gaan stemmen. De opkomst was vooral laag in arbeidersbuurten, voornamelijk in protestantse arbeidersbuurten.

Dit komt deels door een apathie, maar ook door een volledige desillusie in alle traditionele partijen waarbij velen menen dat het niet uitmaakt om te gaan te stemmen omdat het huidige beleid gewoon wordt verdergezet.

In de context van een verscherpt sectarisme, slaagde de Socialist Party er toch in om goede resultaten te behalen. We kregen een goede respons met onze campagne en onze stemmenresultaten gingen er ook op vooruit. Dit was echter nog op een beperkte schaal, maar we zijn er toch in geslaagd om aan te tonen dat het mogelijk is om met een socialistisch alternatief actief te zijn in alle arbeidersbuurten, zowel katholieke als protestantse buurten.

Het is mogelijk dat er nu een paar jaar geen verkiezingen zijn. In deze periode kunnen massale campagnes ontwikkelen, zoals tegen de waterbelasting of tegen de besparingen in de openbare diensten. Dit kan de arbeidersbuurten verenigen ondanks de pogingen van de politici om verdeeldheid te creëren. We moeten gebruik maken van deze campagnes om de noodzaak naar voor te brengen van een nieuwe arbeiderspartij op basis van de vakbonden en wijkcampagnes om zo een sterk socialistisch alternatief naar voor te brengen.

De belangrijkste partijen in Noord-Ierland

Democratic Unionist Party (DUP): geleid door Ian Paisley en momenteel de grootste unionistische (protestantse) partij

Progressive Unionist Party (PUP): politieke partij verbonden aan de Ulster Volunteer Force (UVF), een paramilitaire organisatie.

Sinn Fein (SF): geleid door Sinn Fein, de politieke vleugel van de ‘Republikeinse Beweging’ (IRA en Sinn Fein) en nu de belangrijkste katholieke/nationalistische partij.

Social Democratic and Labour Party (SDLP): een partij die vooral uit de middenklasse komt en nu overschaduwd wordt door Sinn Fein

Ulster Unionist Party (UUP): traditioneel de belangrijkste unionistische partij, maar nu zowat volledig van de kaart geveegd.

Delen: Printen: