De strijd voor een revolutionaire jongerenorganisatie

Jongeren (scholieren, studenten, jonge werkers) hebben een enorme traditie van strijd en zin voor opoffering. Ze inspireerden de algemene staking van mei ’68 in Frankrijk, brachten een beweging op gang die de Apartheid naar de geschiedenis verwees, trotseerden de stalinistische tanks in China, enz. Ook vandaag hebben jongeren er alle belang bij om te vechten voor een toekomst. Jongeren zijn bij de eerste slachtoffers van crisis en uitbuiting. In Frankrijk staakten recent 10.000-en scholieren tegen hervormingen in het onderwijs. Desondanks houdt de regering het been stijf. We denken dan ook dat de strijd voor onze rechten geen stap vooruit komt door ons af te keren van de politiek.

Emiel Nachtegael

SJW in de jaren ‘30

Als inspirerend voorbeeld van een strijdbare politieke jongerenorganisatie in België was er de SJW (Socialistische Jonge Wacht) – de jongerenorganisatie van de BWP – in de jaren ‘30.

De werkloosheid nam duizelingwekkende proporties aan: het leger van werklozen groeide tot een half miljoen in februari 1932! Jongeren waren het eerste slachtoffer. Sociale onlusten steken overal de kop op. Ze bereiken een hoogtepunt met de mijnstaking van 1932, waarin de SJW, samen met de communisten en trotskisten, een belangrijke rol speelde.

In 1933 kwam Hitler aan de macht, met het geringste verzet van de nochtans machtige sociaal-democratische en stalinistische arbeiderspartijen in Duitsland. Hij schafte de vakbonden af en verbood de sociaal-democratie (SPD) en “communisten” (KPD).

De jonge arbeiders voelden de bedreiging instinctief aan: ze stroomden massaal toe in hun organisaties. Het ledenbestand van de SJW steeg van 6000 in ’29 tot 25.400 in ‘34. In 1935 betoogden maar liefst 35.000 jongeren tijdens de jaarlijkse SJW-mars. Bij de jongeren en aan de basis van de BWP klonken de stemmen steeds luider voor anti-kapitalistische hervormingen – onder meer nationalisaties – in de industrie en de banksector, om zo de crisis te bedwingen. De SJW vertaalde deze radicalisatie door zich op haar congres in 1933 uit te spreken tegen regeringsdeelname, tegen parlementarisme en voor energieke acties tegen het fascistische gevaar.

Fascistische dreiging

In 1934 sloten de SJW, de Communistische jeugd en de trotskistische jongeren een akkoord af tot gemeenschappelijke actie tegen het fascisme. Spoedig volgen ook soortgelijke eenheidsinitiatieven tussen de BWP- en KP-afdelingen op lokaal vlak. De leiding van de BWP weigerde echter om een arbeidersfront te vormen om het fascisme te bestrijden. De BWP-leiding verkoos, in 1935, een regeringscoalitie met de katholieken, in dienst van de bankiers. In tegenstelling tot deze halfslachtige positie stond de SJW vooraan in de strijd: in de gewapende arbeidersmilities, het mobiliseren tegen fascistische meetings, enz.

Op het SJW-congres van 1934 wint de “revolutionaire” vleugel onder leiding van Dauge een meerderheid: de oorlogsdreiging moet worden beantwoord door een algemene staking en een gewapende opstand van de arbeidersklasse. Het congres erkent ook de noodzaak van een revolutionaire partij, maar behoudt een halfslachtige houding tegenover de BWP-leiding – wat door de Russische revolutionair Trotski werd bekritiseerd.

Deze dubbelzinnigheid zou de SJW fataal worden. Zo verzet men zich niet meer openlijk tegen regeringsdeelname van de BWP. Deze politieke fouten zullen leiden tot de neergang van de SJW.

De strijd tegen de crisis ging gepaard met een politieke machtsstrijd: ofwel de macht van de bankiers en de patroons met een fascistisch scenario, ofwel de macht van de arbeiders op basis van een democratisch geplande economie. De BWP deed er echter alles aan om de kapitalistische partijen te depanneren, wanneer die het land niet meer zelf konden leiden.

BWP stapt in regering

In 1935 trad de BWP toe tot de regering van Nationale Unie geleid door de bankier Van Zeeland. Van “niets dan het plan-De Man” komt er van het plan gewoon niks in huis. Wel kweten de socialistische ministers (o.a. De Man!) zich uitstekend van hun taak… door de rijkswacht in te zetten tegen de algemene staking van juni 1936.

Wanneer de regering beslist om de soldaten in de kazernes te houden na hun dienstplicht, organiseren de soldatencomités van de SJW acties in de kazernes. Dit leidde tot soldatenoproer en -betogingen. Tijdens de algemene staking weigeren de soldaten om ingezet te worden tegen de stakers. Het kapitalisme in België daverde op zijn grondvesten, om opnieuw gered te worden door de BWP-leiding…

De polarisering neemt echter toe. Tijdens de verkiezingen in 1936 kwamen de communisten, maar ook de rexisten (fascisten) als grote overwinnaar uit de bus. De leiding van de BWP, daarentegen, gaat over tot uitsluitingen en disciplinaire maatregelen tegen de linkervleugel. Zo werden in 1936 600 SJW’ers uitgesloten, die daarna mee aan de basis lagen van de jeugdorganisatie van de trotskisten.

Door het falen van de leiding om een uitgesproken revolutionair programma naar voor te schuiven en door de BWP-leiding “kritisch te ondersteunen”, glijdt de SJW af tot capitulatie. Het proces van politiek verval, vanaf 1935, leidt in 1940 tot een oproep aan de Belgische jeugd om deel te nemen aan de “nationale defensie”. De SJW-parlementairen stemden voor de oorlogskredieten. Na de ontbinding zullen vele SJW-militanten zij aan zij met de communisten en de trotskisten in het gewapend verzet gaan tegen de bezetting. Maar de SJW zal nooit meer de massale jeugdorganisatie zijn van daarvoor.

LSP denkt dat het vandaag meer dan ooit nodig is om zich te organiseren rond een democratisch bediscussieerd socialistisch programma. De jongeren van LSP sluiten aan bij de strijdbare tradities van de jongeren in de jaren ’30. Wat de jaren ’30 ons ook leren, is dat een strijdbare revolutionaire partij van arbeiders en jongeren onmisbaar is om de overwinning niet door onze vingers te laten glippen!

Delen: Printen: