Interview met David Murgia

David Murgia is een geëngageerde artiest die onder meer actief is als acteur en theatermaker. Hij speelde mee in bekende films als Rundskop (als de jonge Bruno Schepers). Naar aanleiding van zijn theaterstuk ‘Toespraak voor de natie’ (‘Discours à la Nation’) spraken we met hem over het stuk, maar ook over de positie van kunstenaars in de samenleving.

Interview door Cécile (Brussel)

In het Nationaal Theater in Brussel bracht je een interpretatie van een tekst van Ascanio Celestini, ‘Discours à la Nation’. In dat stuk plaats je je in de huid van politieke leiders en breng je hun discours met heel wat humor en poëzie. Celestini is afkomstig uit Italië en baseerde zich sterk op het politieke circus van Berlusconi en zijn kliek. Komt enkel de populistische rechterzijde aan bod in jouw toespraken?

“Wat in de voorstelling aan bod komt, is de taal van de macht. Of het nu om politici, patroons, bankiers of voorzitters van raden van bestuur gaat, het zijn mensen van de heersende klasse die ronduit spreken en zich oprecht uiten op een directe en eerlijke manier. “En dan komen er meer intieme verhalen van gewone burgers. Zo is er iemand die vanuit het raam van zijn appartement kijkt zoals naar televisie wordt gekeken. Hij ziet beelden van miserie, barbaarse oorlogen, maar bevindt zich in de veiligheid van zijn salon. Hij voelt niets, maar is niet sadistisch. Alles wat hij ziet, is niet reëel voor hem. Het doet hem niets, hij is optimist.”

Worden de verhalen gekenmerkt door cynisme en fictie?

“Bij het brengen van de toespraken door de machthebbers, speel ik met een zekere onbeschaamdheid en brutaliteit. Ik gebruik die opstelling enkel om het idee van een natie of van een samenleving transparant te maken. We brengen een metafoor van een natie, die niet veel afwijkt van een natie vandaag, als een plaats waar de heersende klassen in een totaal andere realiteit leven als de onderdrukte klassen, een klein land waar de machtige patroons en hun leerlingen-tirannen het marxistische begrip van de klassenstrijd het beste hebben opgenomen. Het is dus niet slechts fictie. De crisis wordt uitgebeeld door de regen en in dit kleine land regent het altijd.

“Oscar Wilde stelde ooit dat cynisme erin bestaat dat de zaken worden gezien zoals ze zijn en niet zozeer zoals ze zouden moeten zijn.”

Dit stuk kent heel wat succes in kringen van theaterbezoekers en de gevestigde media. Hoe sta je daar tegenover?

“Het stuk brengt eigenlijk niets nieuw, er worden enkel bestaande verhoudingen en mechanismen herontdekt. We laten het zien vanuit een ander oogpunt, buiten het ritme van het dagelijkse leven en met metaforen en poëzie.

“De verhalen lijken me interessant als voorstelling van een wereld die bestaat uit sterke tegenstellingen tussen de klassen, tussen de heersende en de onderdrukte klassen. Door die interpretatie van de wereld te onderzoeken, publiek te brengen en te confronteren met andere visies op de wereld (zoals het standpunt dat er geen haalbaar alternatief op het kapitalisme zou bestaan), is het mogelijk om de realiteit opnieuw te definiëren of, anders gezegd, om de algemeen geldende interpretaties van onze samenleving te veranderen. Dat is mogelijk een verklaring voor het enthousiasme voor onze voorstelling.

“De media waren erg positief voor dit project, zelfs indien dezelfde kranten soms andere vormen van sociale kritiek de kop proberen in te drukken. Daarbij denk ik in het bijzonder aan de wijze waarop soms over stakingen wordt bericht.”

In een van de toespraken speel je een onschuldige dief die brood steelt. Er wordt vrij expliciet verwezen naar de diefstal door het patronaat, wat marxisten meerwaarde noemen. Een diefstal die niet bestraft wordt.

“Er worden inderdaad een aantal marx-istische concepten, aangepast aan het theater, door het stuk geweven en er kan zo verwezen worden naar de economische en politieke actualiteit. Zo wordt ingegaan op meerwaarde, privaat bezit, burgerlijke democratie,…”

Kunst wordt vaak gebruikt als middel tot contestatie. Recent herontdekten we – met het nodige plezier – de golf van kritiek op Thatcher bij pop- en rock-muzikanten in de Angelsaksische wereld. Wat denk je daarvan? Is dat ook hoe je het theater benadert?

“Ik hoop dat theater ontspanning brengt maar ook aanzet tot reflectie. Een theater dat het ‘gewone kader van het leven’ door elkaar schudt. Het kan natuurlijk een middel tot contestatie zijn, maar ik wil theater niet enkel zo zien. Als het enkel contestatie is, vormt het geen theater meer. Dan is het enkel protest.

“Theatermakers worden vaak gevraagd of ze ‘politiek theater’ brengen. Maar theater en politiek zijn twee verschillende zaken, twee verschillende talen. Aan politiek doen, vereist directe interactie met de realiteit. Het theater kan dat niet doen. Het theater kan verhalen brengen en het is vervolgens aan de toeschouwer om na te denken wat die verhalen betekenen voor de wereld.”

Even terug naar de reële wereld. In november vorig jaar was er protest van de artistieke wereld. Er werd geprotesteerd aan het kabinet van de minister van cultuur van de Franstalige gemeenschap, Fadila Laanan (PS). Dat protest was gericht tegen de besparingen in de theatersector. Hoe staat het hier vandaag mee?

“De werkgroep ‘Conseildead’, samengesteld uit enkele jonge theatermakers, heeft de dreiging van de minister aangegrepen om de volledige artistieke wereld bij elkaar te brengen. Op 29 mei is er een ontmoeting met de minister gepland om een aantal kwesties te bespreken rond het beheer van de theatersector. Een verslag van dit gesprek zal publiek gemaakt worden op conseildead.be

“Terwijl alle kosten toenemen, zijn de middelen voor cultuur die amper 1% van de begroting van de Franstalige gemeenschap vertegenwoordigen al 12 jaar niet meer geïndexeerd. De volledige artistieke wereld is ongerust en vreest een afbouw van de culturele sector. We weten dat de cultuur in een economische dictatuur niet op een zelfde manier wordt gered als een bank.”

Naar verluidt heb je net als veel collega’s problemen met de werkloosheidsdiensten. Worden artiesten niet erkend?

“Er is geen echt statuut voor artiesten. Het weinige dat bestaat, dreigt bovendien snel te verdwijnen. Een aantal artiesten zijn erkend als werkzoekenden onder de zogenaamde ‘houthakkersregel’ die ook voor vissers geldt [met een soepele controle]. Het gebrek aan erkenning en de constante dreiging voor theatermakers, zowel jongeren als ouderen, leidt tot een ondraaglijke situatie. We zijn nog niet zo ver weg gezakt als onze collega’s in Griekenland, Spanje of Portugal, maar het begint wel die richting uit te gaan.”

Een laatste vraagje. Je richt je regelmatig tot het publiek. Welke boodschap wil je aan hen meegeven? Wat hoop je dat het publiek van je stuk zal meedragen?

“Ik hoop dat ook buiten de instellingen over het stuk zal gesproken worden, op publieke plaatsen of tijdens feesten. Lachen is een fundamenteel revolutionair wapen. We moeten zelf meesters en bezitters van ons eigen leven worden. Ik probeer een ander leven te beschrijven dat de moeite waard is om gespeeld te worden.”


‘Discours à la Nation’ zal in het Nationaal Theater van Brussel gespeeld worden van 26 november tot 14 december 2013. Reservaties via 02/2035303. Tekst en regie: Ascanio Celestini. Gespeeld door David Murgia. Muziek : Carmelo Prestigiacomo. (www.ascaniocelestini.it)