Ford Genk: Acties personeel dwingen directie tot toegevingen

De Ford-arbeiders en de syndicale delegaties hebben een eerste overwinning behaald. 2 maanden eerder dan gepland, heeft de directie op papier toegezegd om de nieuwe generatie Mondeo’s in Genk te produceren. Bovendien valt op 15 november aanstaande nog een andere belangrijke beslissing: dan bepaalt de Ford-directie of Genk voortaan ook de Galaxy en het nieuwe cross-overmodel mag produceren.

Eric Byl

Als dat laatste doorgaat, is er minstens tot 2012 werk voor 5 à 6.000 mensen, zoniet voor hooguit 3.000 tot 3.500. Uiteraard is deze overwinning slechts heel voorwaardelijk. Uit ervaring weten we dat de beloftes van de Ford-directie, zelfs als ze op papier staan, geen sluitende garanties zijn. Bovendien bestaat er niet de minste duidelijkheid over het lot van de 3.000 zogenaamde overtollige arbeiders en zijn er bij de toeleveranciers nu al 730 banen gesneuveld.

Niettemin betekent het al heel wat om een multinational als Ford tot zo’n toegeving te dwingen. Zonder 3 weken lang Ford in een wurggreep te nemen door de Transit en belangrijke onderdelen niet te laten vertrekken, zou de directie nooit tot zo’n toegeving zijn overgegaan. De directie zal het misschien niet graag toegeven, net zomin als de politici, maar het stilvallen van de Transit-productie in het Britse Southampton en het feit dat ook in Turkije de productie van de Transit in het gedrang kwam, hebben de doorslag gegeven.

Daarmee wordt meteen geantwoord op de “goede raad” van de politici. Die gooiden de armen in de lucht, verklaarden zich zo goed als machteloos en raadden de arbeiders aan om vooral de overblijvende 6.000 jobs niet in gevaar te brengen door te radicale acties. Zij wisten nochtans net als iedereen op het bedrijf dat de contracten met de onderaannemers slechts liepen tot 2006 en dat het zonder strijd na 2006 met Ford Genk wellicht helemaal afgelopen zou zijn.

Twee maten, twee gewichten

Wie zijn rekeningen niet betaalt, krijgt doorgaans een deurwaarder op bezoek. Betaal je je wagen of je huis niet af, dan wordt er beslag op gelegd. Ben je werkloos, dan behoor je na enige tijd tot het “sociaal profitariaat”. En dat moet uiteraard worden gestraft! Heb je geen papieren? Dan ben je illegaal en kan je opgesloten worden en uitgewezen. Wanneer je echter als patroon de CAO en andere afspraken niet naleeft en duizenden gezinnen van hun inkomen berooft, dan worden je goederen niet in beslag genomen, wordt je niet beboet, opgesloten of uitgewezen, maar biedt de regering je een lastenverlaging aan.

Het antwoord van de regering-Verhofstadt op de woordbreuk van Ford: “we moeten ploegenarbeid aantrekkelijker maken”. Kortom, met gemeenschapsgeld wil Verhofstadt bedrijven als Ford betalen om onze gezondheid te ondermijnen. Hij doet dat, naar verluidt, in ons belang. Wedden dat we weldra beschuldigd zullen worden van medische overconsumptie?

Volgens Verhofstadt en co heeft Ford trouwens een reden om haar eerdere beloftes niet na te leven: de loonkosten zijn “te hoog”, en dus moeten er loonlastenverlagingen worden doorgevoerd. Zou Verhofstadt eens willen overwegen dat mensen hun huur niet graag betalen, dat die huur dikwijls te hoog is en huurverlagingen goed van pas zouden komen?

Van een oppositie die een beetje oppositie is, zou je verwachten dat ze Verhofstadt eens flink aanpakt over de dubbele standaard die hij hanteert. Niets daarvan. Hoewel de loonlast in een bedrijf als Ford slechts 7% bedraagt van het totale kostenplaatje, luidt het bij de oppositie in koor: meer lastenverlaging. Die plaat is ondertussen al grijs gedraaid, maar ondanks alle lastenverlagingen blijft de werkloosheid toenemen en de uitkering afnemen.

Politieke spelletjes en lobbying

Zoals bij iedere grote sanering werden ook bij Ford politieke spelletjes gespeeld. Het heeft nog nooit een fabriek gered, maar net zoals bij Renault en Sabena had het vakbondsapparaat ook nu van politieke lobbying de hoeksteen van haar strategie gemaakt. Een heuse task force van de regering werd aangesteld. De syndicale delegaties werden van ministerie naar ministerie gesleept en hadden zelfs een ontmoeting met de Vlaamse minister-president, Somers dus.

De steun van de politici bleef echter bij een paar mooie kiekjes, om de kiezer te tonen hoe solidair onze politici wel waren. Voorts “kregen” de arbeiders een gratis concert georganiseerd door VLD-kandidaat Herman Schueremans en SP.a kandidaat Chokri Mahassine. En gesponsord door “bevriende multinationals” als Coca Cola, Maes Pils en Pizza Hut.

Wie dat concert mocht meemaken zal zich wellicht afgevraagd hebben wat die pensenkermis met de strijd van Ford te maken had, tenzij een publiciteitscampagne voor de regeringspartijen. Geen wonder dat er heel wat arbeiders gromden: “wij hebben geen muziek nodig, maar werk”.

Eerder die dag (18 oktober) was op de betoging, tussen de talloze delegaties uit bedrijven als Opel en VW, een gezamenlijke delegatie van alle “democratische partijen” opgevallen. Met zoveel politieke steun zou je toch verwachten dat er meer mogelijk is dan de handen in de lucht te gooien en zich machteloos te verklaren.

Die zogenaamde “machteloosheid” is eigenlijk niets meer dan een rookgordijn om medeplichtigheid in dit soort sociale drama’s te verbergen. We weten uiteraard niet wat er deze keer van aan was, maar net als bij Renault en Sabena was er ook nu weer minstens een vermoeden dat de regering al maanden was ingelicht – maar wijselijk zweeg. De baas van de staatsveiligheid verklaarde onomwonden dat ze al van juni op de hoogte waren dat er bij Ford iets stond te gebeuren.

Van industriële maatschappij naar kenniseconomie?

De Ford-directie had haar saneringsplannen nog maar net bekend gemaakt, of de propagandamachine om die aanvaardbaar te maken schoot al in werking. Wereldvreemde “specialisten” als de professoren Blanpain en De Grauwe, of gouverneur Hilde Houben-Bertrand, berekenden ons voor dat het industriële tijdperk voor België is afgesloten en dat we ons voortaan maar beter op de diensten en de kennisjobs kunnen richten.

Yves Desmet – hoofdredacteur van De Morgen, maar vooral iemand die zich doorgaans met de stroom laat meevoeren – vat de argumenten nog eens samen: 40 jaar geleden was Vlaanderen agrarisch, dan begon een industriële cyclus die nu op zijn einde loopt. In het tijdperk van de globalisering is een verschuiving van dit soort industriële activiteit naar lageloonlanden steeds onvermijdelijker. Je kunt die evolutie wat afremmen, maar de trend is onafwendbaar. Conclusie: strijd voor het behoud van die jobs is zinloos. We kunnen beter investeren in “toekomstgerichte sectoren”, waarin “we de rest van de wereld nog wel aankunnen”.

Desmet noch Blanpain, De Grauwe,… lijken zich eraan te storen dat in de zogenaamde “toekomstgerichte” kenniseconomie vorig jaar maar liefst 15.000 jobs verloren ging. Die “trend” zette zich ook in 2003 door met een geschat verlies van 22.000 jobs. Dat is ook logisch. Welk bedrijf wil haar research op middellange termijn immers volledig loskoppelen van haar productie? Als we de productie niet hier kunnen houden, dan zullen onderzoek en diensten onvermijdelijk volgen.

Desmet en co moeten trouwens niet teveel illusies koesteren: de 21e eeuw is niet meer het koloniale tijdperk van weleer, de zogenaamde lage loonlanden beschikken over steeds meer goedkope geschoolde arbeidskrachten. Binnenkort zijn Desmet, Blanpain en co misschien ook wel overtollig, voor zover dat ooit anders is geweest.

Desindustrialisatie en delokalisatie

Wat Blanpain, De Grauwe en Desmet uitbraken, is fors overdreven. Maar hun stellingen zijn uiteraard wel gebaseerd op een evolutie uit het verleden. Delokalisatie van hele sectoren, vooral de arbeidsintensieve, naar lage loonlanden is een kenmerk geweest gedurende tientallen jaren. De textielindustrie heeft daar wellicht het zwaarst onder geleden. De groei van de wereldmarkt en de wereldwijde arbeidsdeling hebben vooral in de zware industrie een grote tol geëist. Zal dat ook in de komende jaren de belangrijkste trend zijn?

Wetenschap en techniek zijn vandaag tot op zo een niveau ontwikkeld dat in hele sectoren de kapitaalvereisten – om telkens weer nieuwe en betere machines en productiemethodes te ontwikkelen – zodanig groot zijn dat de loonkosten eigenlijk slechts een klein onderdeel vormen van de totale kost. De nabijheid van een afzetmarkt, een goeie infrastructuur en politieke stabilititeit nemen toe in belang.

Globalisering is niet enkel, zelfs niet vooral, een economisch verschijnsel. Het is in de eerste plaats een politiek regime – van ongebreidelde flexibiliteit, liberalisering van voormalige diensten, ondermijning van arbeidscontracten, etc. – dat de sterke imperialistische machten aan de rest van de wereld opdringen. Het komt erop neer dat alle sociale beperkingen op de vrije markt moeten worden opgeheven. En dat in “het algemeen belang”. Verhofstadt verwoordde deze illusie met zijn stelling dat er niet minder, maar meer vrije markt nodig was om de armoede op de wereld te bestrijden.

In een periode van economische recessie zullen de handelsbelemmeringen en maatregelen om de eigen burgerij uit de wind te zetten meer en meer toenemen. Meteen zal het belang groeien om in iedere cruciale regio ter wereld, en daarbij behoort ook Europa – potentieel nog steeds de grootste markt ter wereld, een industriële aanwezigheid te hebben.

Na de wet-Renault, de wet-Ford?

Er zijn allerlei argumenten om geen krachtsverhouding op te bouwen. De sluiting van Renault baarde de gelijknamige wet die de patroons voortaan “verplicht” vooraf aan te kondigen wanneer ze ons op straat willen gooien. Intussen heeft oud-Ecolo parlementslid Vincent Decroly in maart van dit jaar, in samenwerking met de Werkgroep Economische Democratie van Attac, een strenger wetsvoorstel ingediend.

LSP zou zo’n wet uiteraard niet afwijzen, maar tegelijk willen we waarschuwen voor illusies. Niet alleen omdat wetten op allerlei mogelijke manieren omzeild kunnen worden, maar bovendien omdat ze onvermijdelijk een krachtsverhouding op een gegeven moment weerspiegelen. Doorgaans worden dat soort wetten, zodra de krachtsverhoudingen gekeerd zijn, uitgehold. Van Decroly en Attac zou je verwachten dat ze zich daarvan bewust zijn.

Delen: Printen: