Home / Belgische politiek / Nieuwe arbeiderspartij / VOOR EEN POLITIEKE VERTEGENWOORDIGING VAN DE ARBEIDERSSTRIJD!

VOOR EEN POLITIEKE VERTEGENWOORDIGING VAN DE ARBEIDERSSTRIJD!

“Samen een links alternatief bouwen op de kapitalistische crisis”. Dat is het onderwerp van een belangrijke meeting in Charleroi op 27 april. Het is het vervolg op de gedurfde toespraak van Daniel Piron, algemeen secretaris van FGTB-Charleroi-Sud Hainaut, vorig jaar op 1 mei.(1) Daarin stelde hij vast dat “PS en Ecolo de eisen van de werkende bevolking niet langer vertalen”. Hij riep op tot “een bundeling van de krachten links van deze partijen om de hoop en de waardigheid van de werkende bevolking te herstellen.” De meeting in Charleroi is een gezamenlijk initiatief van FGTB Charleroi-Sud Hainaut, CNE Hainaut en zowat alle consequente linkse partijen en groeperingen.(2)

Dossier door Eric Byl uit de mei-editie van ‘De Linkse Socialist’

De toespraak van Piron was geen persoonlijke oprisping, maar het resultaat van rijp overleg met alle centrales van het gewest op basis van discussies met de militanten. Bij de militanten werd ze warm onthaald. Aan de apparaten van de PS, van Ecolo en wellicht ook aan delen van de vakbonden bezorgde ze koude rillingen. De pers, die dergelijke verklaringen doorgaans negeert, was wel verplicht er ruchtbaarheid aan te geven. Piron vertegenwoordigt immers een gewest met 110.000 leden en een sterke traditie. Rechtse en patronale kringen doen wat neerbuigend en hopen wellicht dat het allemaal overwaait, maar het zou ons sterk verbazen dat ze het initiatief niet aandachtig in het oog houden.

De secretarissen van het FGTB-gewest hadden een gemakkelijker weg kunnen kiezen. Zoals zovelen, hadden ze hun schouders kunnen ophalen en wachten tot iemand anders de kastanjes uit het vuur haalde. Er is altijd wel een reden om te stellen dat het te vroeg of te laat is. Ofwel zijn de mensen er niet rijp voor of de andere gewesten volgen niet of het is aan politici om het initiatief te nemen etc. Ze hebben echter gehandeld zoals ze dat van hun beste militanten gewoon zijn. Actie is altijd een risico. Is de patroon niet uit op provocatie? Zal de achterban wel volgen? Zijn de andere vakbonden mee? Loopt men niet het risico zich te isoleren en bloot te stellen aan represailles? Dat zijn terechte afwegingen, waar men niet lichtzinnig aan voorbij mag. Maar wie nooit iets onderneemt, is bij voorbaat verloren.

Wat volgde, was een periode van maanden waarin het terrein werd afgetast, interviews werden verleend en aan debatten deelgenomen werd. Uiteindelijk werd vanaf januari samen gekomen met vertegenwoordigers van de consequente linkse partijen om hun reactie in te schatten en hun voorstellen te overwegen. Van bij het begin maakten de secretarissen duidelijk dat ze niet wilden overhaasten, dat ze geen herhaling wensten van Gauches Unie (3) of wie dan ook onder druk wilden zetten, maar streefden naar een consensus. Maar ze wezen wel op de dringendheid. Hun kop uitsteken, dat hadden ze al gedaan op 1 mei 2012. Ze verwachtten duidelijk een volgende stap, die rekening houdt met de moeilijkheden en de gevoeligheden, maar toch beantwoordt aan de dringendheid.

Dat is hoe we uiteindelijk aanbelandden bij deze meeting, waar de kwestie van een politieke vertegenwoordiging zonder omwegen zal voorgelegd worden aan enkele honderden militanten. Waar militanten van andere vakbonden, andere centrales en gewesten, die misschien nog twijfelen, mee de sfeer kunnen opsnuiven vooraleer ze de sprong wagen. Waar consequente linkse partijen en groeperingen niet alleen hun opinie kunnen delen, maar vooral kunnen komen inschatten hoe de syndicale achterban daarover denkt. Waar tenslotte, en dat is waarom 27 april werd uitgekozen, de basis kan gelegd worden om met de militanten op de talloze 1 mei activiteiten in heel het land, in discussie te treden over die cruciale kwestie.

De Belgische arbeidersbeweging heeft historisch fors geleden onder de talloze verdeel-en-heersmechanismen die de burgerij in ons systeem heeft ingebouwd, vooral die op basis van taal en religie. Maar bij de gewestelijke secretarissen was er gelukkig geen spoor van regionalistische illusies te bespeuren. Vlaamse militanten zijn meer dan welkom, niet als toeschouwers uit een ander landsgedeelte, maar als noodzakelijke bondgenoten. Als het initiatief verder uitbreiding vindt, zullen we daarvoor nog moeten oppassen. Bovendien zal de christelijke bediendenbond CNE plaats nemen op de tribune naast FGTB Charleroi-Sud Hainaut. De uitspraken van haar algemeen secretaris Felipe van Keirsbilck worden wel degelijk gedragen door zijn achterban, ook al geeft het CNE, goed voor 170.000 leden, grif toe dat de discussie met haar militanten nog niet zo ver gevorderd is als in het FGTB-gewest.

Dit verklaart waarom geopteerd werd voor een interne mobilisatie van enkele honderden militanten en nog niet voor een brede publieke mobilisatie met talloze pamfletten in de bedrijven en op publieke plaatsen. Dat volgt hopelijk nog. Tegenstanders van de oproep zullen uiteraard alle zwakheden uitvergroten. Onder de titel “linkse bedreiging voor de PS en Ecolo” wijst het Franstalig magazine Le Vif erop dat “Piron en de zijnen geconfronteerd zijn met een behoorlijk probleem: hun isolement in de socialistische vakbond.” Fijntjes wordt aangehaald dat de CNE uitsluit openlijk op te roepen voor een lijst in 2014. “Onze statuten verbieden ons politieke vrienden te hebben”, citeert het Van Keirsbilck. Maar Van Keirsbilck voegt er wel aan toe dat de verkozenen die binnenkort het Europees verdrag zullen tekenen “ons vertrouwen niet zullen hebben in 2014. In het stemhokje zal dat al een pak kandidaten elimineren.”

Dat er nog een lange weg af te leggen is, zal niemand ontkennen, zeker de initiatiefnemers niet. De kwestie van een gezamenlijke lijst in 2014 is trouwens niet aan de orde. Maar er is wel een reden waarom Le Vif hierover moet schrijven, en waarom ook andere media dit niet in de doofpot kunnen stoppen: dat een volledig gewest van het FGTB en een centrale van het CSC die gezamenlijk 280.000 leden tellen, zich zo expliciet uitspreken voor een links alternatief, is een absolute primeur. Dat zal niet zomaar verdwijnen, het drukt de groeiende kloof uit tussen de vakbondsbasis en hun traditionele politieke partners, een kloof die de komende maanden en jaren enkel zal verdiepen.


Vier vragen om te beantwoorden

WAT ZOU ER GEBEUREN ALS ER GEEN LINKS ALTERNATIEF KOMT?

In zijn toespraak op 1 mei 2012 zei Daniel Piron dat de militanten de toverspreuk “zonder ons zou het nog erger zijn” beledigend vinden voor hun beoordelingsvermogen. Hij citeerde PS’er Jean-Claude Van Cauwenberghe die de stakers van Splintex destijds “een zwarte smet op de kaart van Wallonië” noemde. Lange tijd heeft de PS zich kunnen verschuilen achter “rechts Vlaanderen” en zich opwerpen als oppositie binnen de regering. Daaraan is een einde gekomen. Als premier zette Di Rupo het zwaarste besparingsplan in de stijgers dat ooit doorgevoerd werd in België.

Is dit het einde van “het minste kwaad”? Nog steeds zullen heel wat arbeiders met de knijper op de neus PS stemmen, ook al bij gebrek aan een voldoende uitgebouwd alternatief. Ver hoeven we echter niet te lopen om een idee te krijgen van het scenario dat ook Wallonië en Brussel wacht als er geen links alternatief voor handen is. Veel sneller dan de zusterpartij in Franstalig België, heeft de Vlaamse SP.a komaf gemaakt met haar “socialistisch” verleden en haar traditionele achterban. Van de volkshuizen, het rijke verenigingsleven, de druk bijgewoonde partijvergaderingen en de kritische jongerenafdelingen blijft nauwelijks wat overeind. Bij sociale conflicten vinden arbeiders de SP.a doorgaans aan de andere kant van de barricades.

Toch blijft het ABVV-apparaat de militanten bij elke verkiezing de weg van die partij uitsturen. SP.a-minister voor Werk, Monica De Coninck bedankt het ABVV daarvoor als volgt: “Zodra er wordt onderhandeld over een interprofessioneel akkoord, is er altijd wel iets waar ze niet mee kunnen leven”.(4) Bruno Tobback, SP.a-voorzitter: “Het ABVV heeft geen cultuur om moeilijke zaken uit te leggen. Je kunt niet het behoud van de index eisen en tegelijkertijd verwachten dat er marge overblijft voor loonsverhoging.”(5) De bewering dat het met de anderen nog erger zou zijn, is intussen tot op de draad versleten.

De besparingspolitiek ontwapent de militanten bij de leden. Die kijken bij gebrek aan ernstig alternatief steeds meer in de richting van de meest zichtbare oppositie, zelfs al is die populistisch en economisch rechts zoals de N-VA. In 2010 stemde nog maar 32% van de ABVV leden voor de SP.a, tegen 22% voor de N-VA en 19% voor het Vlaams Belang! Met het ACV is het niet beter gesteld: 27% stemde CD&V, 31% N-VA en 13,5% Vlaams Belang.(6)

EEN VAKBONDSPARTIJ?

De Gentse professor Jan Blommaert schreef in maart: “Waarom geen vakbondspartij?”(7) “Een Partij van de Solidariteit, of van de Sociale Actie, zou best wel wat harten sneller doen kloppen, ook in het stemhokje… Ze zou plots sociaaleconomische thema’s op de agenda plaatsen, en niet in de marge van de debatten maar in het centrum ervan. … De idee van een vakbondspartij komt uit vakbondsmiddens zelf, ik geef dat even mee. Ik pikte ‘m op in discussies met vakbondsmensen. Hoe meer ik er over nadenk, hoe logischer en belangrijker het me lijkt. Als vakbonden hun historische rol ernstig nemen, en hun beginselen eveneens, dan moeten ze deze stap nu zetten. Ze kunnen de machtsvraag in een crisis met een diepgang en impact zoals deze niet uit de weg blijven gaan.”

Blommaert maakt daar een zeer belangrijk punt. Wie zal zijn nek uitsteken? Hij gaat ervan uit dat het dé vakbonden moeten zijn. Graag hadden we de gezamenlijke oproep van de initiatiefnemers op 27 april hier gepubliceerd, maar dat zou teveel plaats innemen. Daarvoor verwijzen we de lezer naar onze website.(8) De oproep herhaalt de vaststelling van 1 mei vorig jaar en bevestigt de actualiteit ervan. Maar hij stelt ook “We moeten dit kapitalistische systeem naar de prullenbak van de geschiedenis verwijzen. Het systeem kan niet hervormd worden. Het moet weg. Het volstaat niet om dit te verklaren vanop deze tribune. We hebben er de middelen voor nodig en een politiek verlengstuk waarmee we onze doelstelling kunnen concretiseren.” Als we daarvoor op dé vakbondsleiding moeten rekenen, dan wacht ons nog een lange lijdensweg.

ANTI-KAPITALISTISCH?

LSP is het eens met de oproep. Wij staan voor een economie gebaseerd op solidariteit, niet op concurrentie. Dat vereist de nationalisatie van de sleutelsectoren, van het financiewezen, transport, energie en ook onderwijs en gezondheidszorg. En verder van de bedrijven die bedreigd worden met sluiting of herstructurering zoals Ford, ArcelorMittal, Caterpillar, NLMK etc. Niet met een manager als Didier Bellens of Johnny Thys aan de top, die het runt als een privébedrijf, maar onder controle van de werknemers en de gemeenschap. Pas dan kunnen we de economie echt democratisch plannen in functie van onze behoeften en niet van de winsten van een handvol kapitalisten die er offshore mee verdwijnen.

We zullen ons programma verdedigen, ook binnen een nog te vormen politiek verlengstuk. Maar als we daar voorlopig niet iedereen kunnen van overtuigen, dan zal ons dat niet stoppen om deel te nemen aan een minder expliciet “anti-kapitalistisch” of “links socialistisch” initiatief. Zolang maar ingegaan wordt tegen elke besparing ten koste van de werknemers of de uitkeringsgerechtigden. Zolang het volledig herstel van de index en welvaartsvastheid van uitkeringen er maar deel van uitmaken. Zolang men maar een algemene verkorting van de werktijd zonder loonverlies voorop stelt als middel om de werkloosheid te bestrijden. Zolang men maar een punt maakt van de verdediging van de openbare diensten.

Volgens de huidige politici kan men ideeën slechts realiseren door aan de macht deel te nemen. Dat is verkeerd, zowel feitelijk als historisch. Alle grote verwezenlijkingen werden afgedwongen door een krachtsverhouding uit te bouwen in strijd. Een écht links alternatief zoekt haar bondgenoten niet in rechtse coalitiepartners die haar meesleuren in de besparingspolitiek, maar in de bedrijven en op straat. We moeten breken met de politiek van besparingscoalities en integendeel bouwen aan een strijdpartij!

SYNDICALE ONAFHANKELIJKHEID?

We begrijpen de vakbondsmilitanten die op de syndicale onafhankelijkheid staan. Vandaag zijn onze vakbondsleiders immers doorgaans meer een transmissieriem voor standpunten van de “politieke vrienden” in de vakbond, dan andersom. Maar het zijn wel de vakbondsleiders, en dan vooral de linkse, die in een zeldzame positie zitten om faciliteiten te bieden, organisatorisch en financieel en vooral door hun delegees en leden te betrekken om zo’n initiatief vorm te laten nemen. En waarom niet door zelf mee op de eerste rij te staan?

We mogen onszelf niets wijsmaken. In vakbondsvormingen wijzen we er onze nieuwe militanten op dat er in onze klassenmaatschappij drie zaken niet bestaan: objectiviteit, neutraliteit en onafhankelijkheid. Syndicale onafhankelijkheid geldt trouwens niet voor de rechtse vakbondsleiders, als het er om gaat om samen te hokken met zij die mee op de eerste rij staan om onze verworvenheden af te breken. Laat het dan ook niet onze syndicale onafhankelijkheid zijn die ons tegenhoudt om een echt alternatief links van PS en Ecolo op poten te zetten. Naast linkse delegees, hebben ook linkse secretarissen en voorzitters in welke vakbond of centrale dan ook, hier een verantwoordelijkheid in.

Om te vermijden dat een echt links alternatief dezelfde weg op gaat van de traditionele politieke partners, hebben we in de eerste plaats democratie nodig, zowel binnen dat links alternatief als binnen onze vakbonden. Dat betekent onder meer dat wie verkozen is, verantwoording moet afleggen en desnoods teruggeroepen en vervangen moet kunnen worden. Het betekent ook dat wie verkozen is, net zoals onze duizenden delegees en militanten in de bedrijven, niet meer moet verdienen dan het gemiddeld loon van diegene die hij of zij vertegenwoordigt. Hoe kan men immers werknemers vertegenwoordigen, als men qua levensstandaard mijlenver verwijderd is van de condities waarin zij moeten leven en werken.


Linkse initiatieven

De oproep van Piron is niet de eerste in die zin. Het dateert niet van vandaag dat de sociaaldemocratie en de groenen zich gedragen als loyale uitvoerders van de politiek van sociale afbraak. Het verzet tegen het Globaal Plan in 1993 leidde al tot de oprichting van Gauches Unie. In 1994 ontstond in Antwerpen de Beweging voor Sociale Vernieuwing. Voor de Europese verkiezingen van 1999 verzamelde Roberto D’Orazio radicaal links op een Europese lijst onder de naam Debout! Maar dat was in de nasleep van de val van de Muur van Berlijn en het stalinisme dat verkeerdelijk werd voorgesteld als “socialisme”. Het ging bovendien gepaard met economische groei in het Westen en de illusie dat het kapitalisme uiteindelijk iedereen zou optillen tot het westers welvaartsniveau. We weten nu wat daarvan aan was.

Sindsdien nam LSP deel aan zowat iedere poging om te komen tot een nieuwe, brede, inclusieve en pluralistische vereniging van links. De meest recente? Het Comité voor een Andere Politiek, ontstaan na de strijd tegen het generatiepact, Rood met voormalig SP.a-kandidaat-voorzitter Erik De Bruyn, Front de Gauche in Charleroi en La Louvière, Front des Gauches en later Gauche Communes in Brussel en ook VEGA in Luik. Was dat verkeerd? We denken het niet, we hebben er enorm veel uit geleerd en hebben nooit nagelaten om tegelijk LSP uit te bouwen.

Maar hoe juist een idee ook mag zijn, het vergt concrete gebeurtenissen vooraleer het opgenomen wordt door bredere groepen in de maatschappij. Het bewustzijn loopt nu eenmaal achter op de materiële omstandigheden om het dan, op basis van concrete gebeurtenissen, in schokken in te lopen. Denk maar aan de revoluties in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. We denken dat het geen toeval is dat drie tot vier jaar na het begin van de grootste crisis van het kapitalisme sinds de jaren 1930, een belangrijk gewest van het ABVV en een belangrijke centrale van het ACV de nood aan een nieuwe linkse formatie zo uitdrukkelijk op de agenda plaatsen.

LSP en PvdA+

LSP wil niets afbieden op de verdienste van de PvdA. Bij de jongste gemeenteraadsverkiezingen heeft die 53 verkozenen behaald. Dat werd voorbereid met een jarenlang volgehouden militante inzet, een belangrijke inplanting in de wijken en de bedrijven, en een slimme mediastrategie. De PvdA is de meest zichtbare component van consequent links. Maar een belangrijke factor in de groei van de PvdA, zowel qua leden als qua kiezers, was de koerswijziging in 2008 naar meer openheid. Het is daardoor dat de PvdA een fractie van het publiek voor een verenigde consequent linkse formatie kon aanboren.

Veel nieuwe leden en nog meer nieuwe kiezers van de PvdA , hebben hun keuze mee laten bepalen door die zichtbare tekenen van meer openheid, niet om daar nu een einde aan te stellen, maar juist om die ontwikkeling aan te moedigen en verder te zetten. Naast de PvdA zijn er talloze politiek georganiseerde en ongeorganiseerde militanten met eveneens een belangrijke inplanting. De logische volgende stap is om ook die te betrekken en het potentieel maximaal te benutten. LSP begrijpt de voorzichtigheid van de PvdA, haar vrees om in een avontuur te stappen en haar absolute wil om haar naam niet te grabbel te gooien, maar dit potentieel onbenut laten zou wel eens een omgekeerd effect kunnen hebben. LSP heeft eerder al een pilootproject gesuggereerd aan de PvdA en de andere consequent linkse partijen en groeperingen. We blijven bereid om daar samen over na te denken.


Noten

  1. http://jeunesfgtbcharleroi.wordpress.com/2012/05/03/discours-de-daniel-piron-secretaire-regional-de-la-fgtb-charleroi-1er-mai-2012/
  2. PvdA-PTB, Rood, Mouvement de Gauche, Front de Gauche Charleroi, Parti Communiste, Parti Humaniste, LCT, LCR-SAP, LSP-PSL
  3. Zie kader
  4. Humo 19 februari 2013
  5. Het Nieuwblad 21 februari 2013
  6. Op basis van verkiezingsonderzoek aan de KUL in 2010
  7. https://jmeblommaert.wordpress.com/2013/03/19/waarom-geen-vakbondspartij/
  8. http://www.socialisme.be/lsp/archief/2013/04/17/charleroi.html

Leave a Reply