Meer middelen voor onderwijs!

Minister Vandenbroucke voert nieuwe besparingen door in het secundair onderwijs. De vakbonden van het secundair onderwijs gaan daar niet mee akkoord. Daarom werd op 20 april actie gevoerd tegen de aanwervingsstop, tegen de bevriezing van de enveloppefinanciering en voor een hogere eindejaarspremie.

Laura Gillis

Eigenlijk krijgt het onderwijs gewoon niet genoeg geld. Wij eisen dat de overheid de middelen voor onderwijs optrekt tot 7% van het Bruto Binnenlands Product (BBP, de waarde van alles wat alle inwoners van België samen op een jaar produceren), zoals dat in 1980 nog het geval was. Nu is dit gezakt tot minder dan 5% van het BBP.

De politiekers zeggen steeds dat ze geen geld hebben. Maar de voorbije 20 jaar is de geproduceerde rijkdom in België meer dan verdubbeld! Het deel daarvan dat naar sociale voorzieningen en onderwijs gaat, blijft echter dalen. Het is dus enkel de politieke keuze om de winsten van de grote bedrijven veilig te stellen, en niet de behoeften van de bevolking.

Het aantal jobs in het Vlaams onderwijs stijgt. Maar de vaste benoemingen dalen constant en worden vervangen door tijdelijke contracten. De stijging van de onderwijsuitgaven volgen de algemene welvaartstijging niet. Toch moet de onderwijssector steeds meer taken op zich nemen, die de maatschapij van zich afschuift.

Een job in het onderwijs is zwaar en stresserend. Een leerkracht is ook maatschappelijk assistent, psycholoog, administratief bediende,… En dat gaat natuurlijk ten koste van de omstandigheden waarin scholieren les krijgen.

Op dit moment zijn de besparingen in het hoger onderwijs veel duidelijker, maar het secundair onderwijs zal niet gespaard blijven.

In 1999 sloten onder meer de lidstaten van de EU het Bologna-akkoord af. Dit zou de Europese universiteiten meer op elkaar afstemmen. Maar het hervormt het hele onderwijs: het onderwijs moet scoren zoals in de VS, onze scholen moeten meer vrije marktgericht worden, er moet meer samenwerking zijn met bedrijven. Een manager moet de school doen draaien met zo weinig mogelijk geld van de overheid.

Zo wordt de school een bedrijf, dat winst moet opleveren en dat niet democratisch is georganiseerd. Dit zie je nu reeds in de universiteiten en hoge scholen in België en in andere Europese landen. Inschijvingsgelden schieten omhoog, sociale voorzieningen worden afgebouwd.

Studenten moeten lenen om te kunnen studeren, wat betekent dat ze al schulden hebben nog voor ze beginnen te werken. In Leuven wordt het inschrijvingsgeld voor een buitenlandse student (die niet behoort tot de 72 armste landen) verhoogt van 505 naar 5000 euro. In de VS heeft een afgestudeerde student een gemiddelde schuld van 17.000 dollar. In België werkt meer dan de helft van de studenten tijdens het academiejaar om zijn/haar studies te betalen. De studiekosten zijn tussen 1986 en 1999 gestegen met 40 tot 60%.

Alles lijkt erop dat er elitescholen komen voor de rijken en vuilbakscholen voor de minder begoeden. Het systeem draait rond winst en macht, niet om wat de mensen echt nodig hebben.

Internationaal Verzet wil strijden tegen besparingen en voor een degelijk en gratis onderwijs. Als de buitenlandse studenten problemen hebben, is dat ook ons probleem.

Wij zijn immers het volgende slachtoffer. We koppelen de strijd van de studenten ook aan die van het personeel, want we hebben dezelfde belangen. Meer leerkrachten bijvoorbeeld komt ook de leerlingen ten goede. Het verenigen van alle betrokkenen is noodzakelijk. Leerlingen moeten samen met de leerkrachten en al het ander personeel samen op straat komen.

Onze school is geen fabriek, onderwijs is een recht voor iedereen! Internationaal verzet zal blijven strijden voor een onderwijs ten dienste van het ontplooien van het individu, het vormen van een kritische en onafhankelijke geest. Deze strijd voeren we samen met de Actief Linkse Studenten en de Linkse Socialistische Partij.

Delen: Printen: