Het lijkt dagelijkse kost. Gent, Mechelen, Sint-Niklaas, het zijn de eersten in een hele rij. De gemeenten zitten in financiële problemen en de besturen (van diverse pluimage) zullen dit oplossen door: (1) het personeelsbestand af te slanken, (2) diensten te privatiseren, (3) de dienstverlening te beperken of hogere tarieven door te rekenen aan de bevolking en (4) het aantal vastbenoemden te verminderen.

Artikel door Marc Van Hecke, voormalig secretaris ACOD-LRB-Dendermonde. Foto: protestactie aan de gemeenteraad van Elsene op 21 maart waarvoor werd opgeroepen door zowel Gauches Communes als PTB

Niemand staat stil bij de oorzaak van de problemen. Wat op nationaal vlak al een tijdje aan de gang is (de crisis van de banksector afwentelen op de gewone bevolking) zet zich door in de lokale sector.

De ballonnetjes worden opgelaten. Als het winterweer is, hoeft er dan nog te worden gestrooid? Is het nog een taak van gemeentebesturen om plaatselijke verenigingen te steunen? Kunnen er geen stadsgebouwen verkocht worden? Waarom zoveel ophaalrondes voor het huisvuil, met minder kan ook.

Achter die ballonetjes zit een ander verhaal. Zowel het personeel van de lokale besturen als de bevolking moeten de tekorten ophoesten.

Weer wordt aan dezelfde melkkoe getrokken, werknemers en gewone bevolking.

Een andere politiek is nodig!

Voor de gemeenteraadsverkiezingen zwegen de meeste politieke partijen over 2013 en de volgende jaren. Alle traditionele politieke partijen – Groen, Sp.a, N-VA, CD&V en VLD – durfden het niet aan de waarheid te vertellen, alhoewel ze maar al te goed wisten wat de toekomst zou brengen. En vandaag wordt het mes van de besparingen (op personeel en dienstverlening) gehanteerd, los van de politieke meerderheid!

Dit noemt men … kiezersbedrog.

Vele burgers die zeggen – stop alle politieke partijen in een zak, schudt er daarna eentje uit, ze zijn allemaal hetzelfde – krijgen gelijk. Al de voornoemde partijen aanvaarden niet alleen het kapitalistische systeem, ze verdedigen het ook!

Er zijn ‘accent-verschillen’. De ene partij wil wat drastischer besparen dan de andere, de ene partij wil een beetje minder afvloeiingen dan de andere, maar fundamenteel is geen enkele van hogergenoemde partijen bereid het systeem in vraag te stellen!

Zolang men het kapitalisme niet in vraag durft te stellen, zolang zal de lijdensweg van de werkende bevolking en degenen die ervan afhangen (gehandicapten, gepensioneerden, zieken, werklozen) steeds verder gaan.

HET VERHAAL

Punt 1. De financiële speculaties. Van overheidsbank naar privé!

Vroeger waren er openbare banken. De ASLK, het Gemeentekrediet, Krediet aan de Nijverheid, waren de meest bekende. Deze banken deden hun werk, maakten zelfs winst, maar de overheid vond het nodig al deze banken over te hevelen naar de private sector.

De private sector ‘werkte immers beter dan de overheidssector’, dus waarom de ‘gouden eieren’ nog beschermen. Een eenmalige verkoop levert geld op, dus verkopen maar.

Het Gemeentekrediet was de financier (geldverstrekker zeg maar) van de lokale besturen. Maar na de verkoop van het Gemeentekrediet werd dit Dexia. Lokale besturen die geld wilden lenen of geld wilden beleggen moesten terecht bij die nieuwe bank. Een private bank die (net zoals andere banken) grote aandeelhouders wenste, die speculeerde op de beurzen, die haar CEO’S overdadig beloonde, maar die vol speculatieve opties en aandelen zat.

De aandelen van Dexia gingen naar omhoog, ‘the sky was the limit’ en de lokale besturen waren tevreden.

Wat Dexia met het geld deed, dat was een andere zaak. Niemand maakte zich zorgen want het ging goed met de banken. Tot bleek dat Dexia, net als andere grootbanken, tot over zijn oren in de schulden zat door slechte kredieten.

De aandelen van de gemeentebesturen zakten, samen met het aandeel Dexia. De bank was failliet.

Gemeenschapsgelden waren gebruikt voor grove speculatie. De crisis van de bankensector in 2008 maakte dit duidelijk.

Ter info: Een aandeel bij Dexia was ooit 20 € waard, het zakte terug naar 1€. Een gemeente die dus 200 miljoen euro aan aandelen had bij Dexia viel terug op 10 miljoen euro!!!

Pikant detail: Toen het Dexia aandeel de dieperik inging leenden vele lokale besturen bij … Dexia … om aandelen van Dexia te kopen.

Punt 2: de pensioenkost van de vastbenoemden. Waarom vastbenoemden?

Ieder van ons kent het verhaal van de kat die alle muizen ving op het stadhuis, maar toen de kat eenmaal vastbenoemd was, liepen de muizen overal rond. Vastbenoemden worden constant afgeschilderd als pertinente luiaards, profiteurs die op het einde van hun loopbaan nog een dik pensioen krijgen.

Het systeem van vaste benoeming is echter veel ouder. In de VS bestaat dat bijvoorbeeld niet. Telkens er een nieuwe president komt wordt de hele administratie afgedankt en komt er een nieuwe in de plaats.

Vaste benoeming is gebaseerd op het principe van continuïteit. Een overheidsadministratie mag niet afhankelijk zijn van de politieke partij die de meerderheid heeft, ze moet beschermd worden tegen politieke willekeur.

De overheid werkte dus een eigen systeem uit voor haar ambtenaren. Omdat vastbenoemden (in principe) niet konden afgedankt worden vielen zij ook niet onder het sociale afdrachtsysteem van personeelsleden in de private sector. De overheid zorgde voor een eigen ziekteregeling van de ambtenaren en een eigen pensioensysteem.

Vaste benoeming is de regel?

Een fabeltje. Ondanks het feit dat in alle collectieve arbeidsovereenkomsten van de lokale sector stond ingeschreven dat ‘vaste benoeming’ de regel was en ‘alternatieve tewerkstelling’ de uitzondering, was de realiteit totaal anders.

Tijdelijke tewerkstelling, gesubsidieerde contractuelen, gewone contractuelen, seizoentewerkstelling, sociale tewerkstelling, project-tewerkstelling, sociale maribel, tewerkstelling van moeilijk plaatsbare personen, … de lokale sector werd een proeftuin, niet voor groenten maar voor ‘alternatieve tewerkstellingsvormen’.

Toen ik in 1976 begon te werken bij een centrumstad, was nog meer dan negentig procent van de personeelsleden vastbenoemd, vandaag is dit nog ongeveer één derde!

Intussen hebben de meeste lokale besturen diensten afgestoten naar de private sector. Vroeger bestonden in bijna alle steden openbare ziekenhuizen. Ze zijn (enkele uitzonderingen niet te na gesproken) overgeheveld naar de private sector. Vroeger had men in bijna alle steden openbare reinigingsdiensten, waterdiensten, in de stad Gent zelfs een eigen gas- en elektriciteitsbedrijf, in de stad Antwerpen een eigen havenkapiteindienst, daarnaast waren er de groendiensten, eigen garages, eigen schoonmaakpersoneel. Vandaag rest daar nog weinig van. Uitbesteden is de regel geworden en wat niet wordt uitbesteed komt terecht in ‘autonome overheidsbedrijven’ of ‘VZW’s’.

Personeelskaders zijn afgebroken, de overgrote meerderheid van de personeelsleden zijn tewerkgesteld onder één of andere vorm van contractuele tewerkstelling’ maar blijkbaar is het nog niet genoeg, er moet opnieuw bespaard worden!

Het pensioenprobleem

Zowel in de private als de openbare sector kennen we ‘het repartitiesysteem’. De actieven betalen de gepensioneerden van vandaag.

Deze pensioenkassen zijn volledig gescheiden. Vastbenoemden hebben immers een andere berekingswijze voor hun pensioen. Omdat het aantal vastbenoemden daalt is het aantal ‘actieven’ dat afdraagt voor de pensioenen steeds gedaald, de pensioenkassen raken dus leeg.

Een fictief voorbeeld:

Situatie vroeger

Een stad (en OCMW) hebben gezamenlijk 2.000 personeelsleden.

Ze hebben:

  • een eigen waterdienst (20 personen)
  • een eigen reinigingsdienst (60 personen)
  • een eigen ziekenhuis (500 personen)
  • een eigen garage (20 personen)
  • de rest van het personeel (1400) werkt verspreid over werkliedendiensten, administratie, verzorgende diensten.

Veertig jaar geleden waren al deze personeelsleden vastbenoemd, er was dus geen probleem voor de pensioenkas voor de vastbenoemden, want als iemand uit dienst ging, kwam er een vastbenoemde voor in de plaats.

Situatie vandaag

Privatisering van de waterdienst, de reinigingsdienst, het ziekenhuis en de garage. Tegelijk is nog slechts één derde van het personeel vastbenoemd.

Resultaat: 420 vastbenoemde personeelsleden moeten bijdragen voor het pensioen van 2.000 vastbenoemden.

Om de pensioenen (van de vastbenoemden) nog te kunnen betalen worden lokale besturen verplicht een veel hogere afdracht te doen voor hun vastbenoemden.

Het antwoord daarop van de lokale besturen: we gaan nog minder vastbenoemden aanwerven want ‘ze zijn te duur’!

Punt 3 : Toegenomen kosten door de nationale soberheidspolitiek!

Steeds meer mensen komen in de problemen.

Leningen die niet meer kunnen worden afbetaald, werklozen die niet meer rond komen van hun uitkering, toenemende werkloosheid die ertoe leidt dat mensen hun hypothecaire lening niet meer kunnen afbetalen, gepensioneerden die hun rusthuis niet meer kunnen betalen, mensen die hun ziekenhuisopname niet meer kunnen betalen, ouderen die beroep doen op bijstand in hun huis … .

Waar komen die mensen terecht? Bij het OCMW. Het OCMW staat immers niet alleen in voor het leefloon, tevens is het een taak van het OCMW mensen te helpen die problemen hebben maar daarvoor heb je personeel nodig, de kosten gaan dus omhoog en worden slechts ten dele gecompenseerd.

OCMW’s doen dezelfde besparingen als gemeentes. Er is onvoldoende omkadering in de rusthuizen, men eist steeds meer van (hetzelfde) personeel. Zieken worden niet meer vervangen. Een vicieuze cirkel.

HET ANTWOORD VAN DE TRADITIONELE PARTIJEN

Lokale besturen, onafgezien van hun politieke samenstelling, hebben steeds dezelfde ‘mirakeloplossingen’ klaar:

  • Nog meer privatiseren
  • Besparen op het personeel
  • De vaste benoeming nog verder afbouwen
  • (Eventueel) verhogen van de gemeentebelasting
  • Afbouw van de dienstverlening

De slachtoffers: het personeel van de lokale besturen maar tegelijk de doorsnee burger die minder service krijgt!!!

HET ANTWOORD VAN DE VAKBONDEN

De vakbonden uit de lokale sector reageren heel terecht tegen de afbraak van de openbare sector. Helaas doen zij dit bestuur per bestuur. Waar de vakbonden sterk staan, kunnen zij (misschien) de besparingspolitiek voor een deeltje afzwakken, waar de vakbonden zwak staan ‘ondergaan’ zij voor het grootste deel deze afbraak.

Wat vandaag gebeurt in een aantal steden, zal morgen gebeuren in andere steden, ocmw’s en gemeenten.

Het principe van een vakbond is solidariteit. Een eensgezind actieplan van de vakbonden zal meer resultaten afwerpen dan in verspreide slagorde ten strijde te trekken. Daarom is een aktieplan van de vakbonden meer dan ooit nodig om de totale afbraak van de lokale sector tegen te gaan!

NAAR EEN ACTIEPLAN IN DE LOKALE SECTOR

De politiek moet zich uitspreken!

Partijen die in de oppositie zitten reageren tegen de besparingsplannen van de meerderheid.

Laat ons de lokale mandatarissen voor hun verantwoordelijkheid stellen.

Een petitiecampagne die stelt:

– geen afvloeiingen in de lokale sector

– geen aantasting van het personeelsstatuut in de lokale sector

– geen privatiseringen in de lokale sector

– geen afbouw van de dienstverlening

– omzetting van alle contracten van onbepaalde duur in statutaire tewerkstelling

zou lokale mandatarissen voor hun verantwoordelijkheid stellen.

Het zou de – terechte – verzuchtingen van het personeel in de lokale sector en de vakbonden (die hun vertegenwoordigers zijn) kunnen ondersteunen!!! Het zou een bewijs zijn dat vakbonden onafhankelijk zijn, losstaan van politieke partijen en opkomen voor de rechten van het personeel én de burger!

De vakbonden kunnen overal informatievergaderingen houden!

Vakbonden kunnen – in het kader van het syndicaal statuut – op de werkvloer informatierondes organiseren. Het personeel moet geïnformeerd worden in gemeenschappelijke vergaderingen en er moet worden geluisterd naar actievormen die het personeel voorstelt. Vakbonden overschrijden de problemen van één lokaal bestuur, zij kunnen de problematiek terdege toelichten.

De noodzaak van een perspectief

Waar het op neerkomt is én de lokale sector behouden en versterken én hiervoor een actieplan opstellen.

Informatie en sensibilisatie zijn noodzakelijk. Maar vakbonden moeten ook duidelijk maken dat dit niet voldoende is. Een actieplan is dus noodzakelijk.

Zonder een actieplan belandt men onvermijdelijk in de ‘plaatselijke’ strijd, noodzakelijk maar waarschijnlijk onvoldoende.

Het is aan de vakbonden om dit uit te werken. Maar een aantal syndicale principes (die door alle vakbonden gedeeld worden) kunnen alvast voorop gesteld worden:

  • geen verdere afbouw van de lokale sector
  • geen privatiseringen
  • handen af van het personeelsstatuut
  • geen afbouw van de dienstverlening
  • statutaire terwerkstelling moet terug de regel worden

Een aantal suggesties:

  • respect voor de vroegere cao’s, gemeentes en ocmw’s moeten terug naar de statutaire tewerkstelling en dienen onmiddellijk alle contracten van onbepaalde duur en langdurige gesco’s om te zetten naar statutaire tewerkstelling;
  • oprichting van intercommunales, in openbaar bestuur van energie en huisvuilophaling;
  • oprichting van een nieuwe openbare bank voor gemeentes en ocmw’s – geen betaling van vroegere schulden.

Realisme?

Dit alles klinkt weinig realistisch. Blijkbaar is het realistisch dat de overgrote meerderheid van de bevolking erop achteruit gaat. Dit is het realisme van het kapitalisme.

Tegelijk zien we hoe het ‘realisme van het kapitalisme’ steeds verder onze rechten aantast en tegelijk de dienstverlening aan de gewone burger afbouwt.

Als syndicalist heb ik nooit het kapitalisme aanvaard. Rechten voor werknemers komen onmiddellijk in botsing met het kapitalisme. Soit.

De keuze is aan ons. Gaan we ons laten afslachten of strijden we? Misschien gaan we strijdend ten onder (dat is mogelijk) maar zonder strijd zijn we sowieso verloren!

En waar halen we het geld?

Een heel terechte vraag. Koken kost geld, een goed werkende lokale sector kost geld.

Blijkbaar waren alle politieke partijen bereid om geld te verschaffen voor de banksector die – laat ons dat niet vergeten – door te speculeren aan de rand van de afgrond stond!

Als de politieke wil aanwezig is, kan er geld, zelfs miljarden euro’s vrijgemaakt worden. Waarom niet investeren in betere dienstverlening, betere werkomstandigheden?

De keuze is, kiezen voor sociale rechtvaardigheid (ik noem dat socialisme) of kiezen voor een systeem dat werknemers in de ellende stort (ik noem dat kapitalisme).