De Europese Unie en haar lidstaten bevestigen het begrotingstraject van discipline en besparingen. Het dogma van de besparingen wordt algemeen aanvaard door alle gevestigde politici, of ze nu sociaal-liberaal, asociaal-liberaal, groen-liberaal of nationalistisch-liberaal zijn. De crisis en de rampzalige gevolgen ervan op onze levensstandaard blijven maar aanhouden. Het besparingsbeleid werkt niet, het verdiept de crisis.

door Alain (Namen)

Volgens sommige gevestigde politici – doorgaans van het soort dat meer dan 10.000 euro per maand verdient – is het allemaal een kwestie van vertrouwen. Europees president Herman Van Rompuy en zijn trawanten doen er alles aan om het vertrouwen te herstellen. Ze doen dat door fabels te vertellen. En te herhalen. In 2011 verklaarde Van Rompuy reeds: “Ik ben een optimist. Als deze crisis achter ons zal liggen, zullen we zien wat in 2010 en 2011 is gerealiseerd. Dan zal blijken dat wat nu aangevoeld wordt als een ‘annus horribilis’ [een verschrikkelijk jaar] eigenlijk een ‘annus mirabilis’ [een mirakeljaar] was.” We zijn intussen twee jaar verder en Van Rompuy blijft maar prediken over het einde van de crisis. Voor de werkende bevolking en het groeiende leger van werklozen is er evenwel nog steeds geen licht aan het einde van de tunnel in zicht.

Morgen wordt het niet beter…

Dat Van Rompuy en zijn kliek maar eens aan de Grieken, Spanjaarden, Portugezen, Cyprioten of dichter bij huis aan de arbeiders van Ford, Arcelor, Carsid, NLMK, Caterpillar en de 18.000 anderen die in 2012 hun werk verloren, komen uitleggen wat voor een mirakeljaar we achter de rug hebben.

Ook in de eerste maanden van 2013 was er weinig goed nieuws voor de meerderheid van de bevolking. Het besparingsbeleid leidt tot een afbraak van werkgelegenheid en productiecapaciteit. De dalende koopkracht en toenemende armoede treffen het volledige sociale weefsel. Wat zij als ‘oplossing’ voor de ziekte voorstellen, richt de slachtoffers van het zieke systeem verder ten gronde.

Hun uitleg dat spoedig alles beter zal gaan, horen we nu al vijf jaar. Maar antwoorden op de crisis hebben ze niet. De patroons en politici zien in de crisis een kans om de aanvallen op onze levensstandaard op te drijven. In hun media schreeuwen ze het uit: enkel als we ‘allemaal’ een inspanning leveren, geraken we er uit. Terwijl de winsten op recordniveau blijven – dat moet nu eenmaal in naam van de concurrentie – wordt onze levensstandaard gekelderd. Met 15% van de bevolking in armoede en een snel stijgende werkloosheid gaan we ook hier de Zuid-Europese toer op.

… tenzij we onze toekomst zelf in handen nemen!

In naam van de concurrentie wordt onze welvaart afgebouwd. Niet concurrentie, maar solidariteit creëert welvaart. Om de neerwaartse spiraal te stoppen, is solidariteit nodig. Die solidariteit moeten we doorheen strijd organiseren en versterken met een socialistisch programma. Zo’n programma moet erop gericht zijn om de controle op de sleutelsectoren van de economie in publieke handen te krijgen. We moeten onze toekomst uit de handen van de winsthongerige parasieten halen!

Het opbouwen van een krachtsverhouding gebeurt het best op zowel syndicaal als politiek vlak. Een bokser die met een hand op de rug gebonden de strijd aangaat, maakt weinig kans. Een syndicale vuist combineren met de opbouw van een politieke vuist, een verlengstuk voor de syndicale eisen en bekommernissen die leven onder de miljoenen vakbondsleden in dit land, is de beste manier om de strijd succesvol te voeren.