Miljoenen mensen zoeken wereldwijd naar een uitweg uit de miserie van het kapitalisme. Er zijn in vele delen van de wereld opstanden en protestbewegingen. Daarin is er ook veel discussie over nieuwe en oude ideeën om de samenleving te veranderen en te verbeteren. Het idee van een coöperatieve van arbeiders of consumenten is een van de discussies die vandaag opnieuw gevoerd wordt.

Analyse door Kirk Leonard van de Socialist Party (Australië)

Moeten socialisten dergelijke coöperatieven steunen als mogelijkheid om de wereld te veranderen, of moeten we ze gewoon afdoen als fantasie? Het debat hierover is niet nieuw, het is al honderden jaren aan de gang en was ook aanwezig in de socialistische beweging van bij haar aanvang.

Robert Owen was eigenaar van een molen in Schotland eind jaren 1700, begin jaren 1800. Hij wordt algemeen beschouwd als de eerste verdediger en theoreticus van de coöperatieven. De ideeën van Owen waren bij de dominante opvattingen in het utopische socialisme van voor Marx. Owen droomde over coöperatieve zelfvoorzienende dorpen die buiten en weg van de kapitalistische samenleving tot bloei zouden komen. Hij ging over tot experimenten in het reële leven. Jammer genoeg faalden die experimenten en verdween ook zijn beweging. Maar de oorspronkelijke ideeën van Owen bleven een impact hebben op de discussie, theorie en praktijk van de daaropvolgende decennia.

In de jaren na het experiment van Owen begon de arbeidersbeweging doorheen Europa coöperatieve winkels op te zetten om aan de winsthonger van de kapitalisten te ontsnappen en lagere prijzen te bekomen. Arbeiders verzamelden ook middelen om coöperatieve fabrieken op te zetten zonder kapitalistische meesters. Deze fabrieken waren niet zo populair of talrijk als de winkels. Het was tegen deze achtergrond dat discussie over coöperatieven plaats vond in de socialistische beweging. Belangrijke theoretici als Marx, Lenin en Rosa Luxemburg schreven allemaal over dit onderwerp.

De hoge voedselprijzen, de dreigende milieucatastrofe en de aanhoudende jobverliezen in de industrie in de ontwikkelde kapitalistische landen zijn elementen die het idee van coöperatieven bij delen van de arbeidersbeweging terug op de agenda zetten. Zo is er in de Australische regio Victoria een voorbeeld van de coöperatieve ‘Earthworker’, gericht op het opzetten van coöperatieven om groene energie aan te bieden. Het doel van Earthworker is om praktische stappen te zetten “in de opbouw van een nieuw economisch stelsel dat zowel het milieu als de arbeiders respecteert.”

De huidige vakbondsleiders zijn de discussie over alternatieven op het jobverlies, economische crisis en ecologische rampspoed uit de weg gegaan. De afgelopen decennia werden discussies over alternatieve manieren om de samenleving te organiseren weg gemoffeld door de steeds grotere dominantie van de ideologie van de ‘vrije markt’ die ook in de arbeidersbeweging ingang vond. Socialisten verwelkomen en moedigen iedere gelegenheid aan om tot meer discussie en analyse te komen over de problemen waarmee de arbeiders worden geconfronteerd, zeker indien dit gebeurt met het oog op het organiseren van verzet en het ondernemen van actie. Een debat rond de kwestie van coöperatieven is een gezonde manier om over belangrijke elementen te discussiëren.

De coöperatieve beweging zal ongetwijfeld een nieuw leven krijgen naarmate de kapitalistische crisis verder ontwikkelt. De arbeidersklasse zal instinctief op zoek gaan naar methoden om de sociale wonden toe te dekken en om de levenskwaliteit te verbeteren. De afgelopen jaren is het ongenoegen tegenover de supermarkten toegenomen. Het is mogelijk dat er opnieuw coöperatieve kruidenierszaken zullen komen waarbij consumenten middelen verzamelen om eigen winkels op te zetten. Dat kan een zekere steun vinden.

Zowel producenten- als consumentencoöperatieven kennen positieve kanten. Het eerste is dat er een vorm van onmiddellijke verzachting van de verschillende symptomen van het kapitalisme kan worden aangeboden. Er kan een prijsverlaging worden bekomen of een einde gemaakt aan extreme uitbuiting. Als een coöperatieve succesvol is, kan deze potentieel ook financiële middelen voorzien voor stakingsfondsen, vakbonden, campagnes of politieke organisaties die voor de volledige arbeidersklasse opkomen.

Coöperatieven kunnen ook een leerschool zijn voor wie erbij betrokken is. Het gaat om levendige voorbeelden van pogingen om de productie en distributie te organiseren zonder dat er inhalige kapitalisten bij betrokken zijn. Daarmee wordt de mythe doorprikt dat arbeiders niet in staat zouden zijn om zelf de samenleving te beheren en er wordt aangetoond dat de kapitalisten eigenlijk niet nodig zijn. Het maakt het beeld van een alternatieve samenleving concreter.

Langs de andere kant zijn er ook ideologische gevaren voor arbeiders in coöperatieven. Coöperatieven binnen het algemene kader van het kapitalisme zijn nog steeds onderworpen aan de wetten van hoe het huidige systeem functioneert. Ze moeten vaak leningen proberen te vinden bij kapitalistische banken en ze moeten concurreren met de prijzen van private kapitalistische bedrijven. Hierdoor worden coöperatieven in een tegenstrijdige rol geduwd: in hoeverre wordt het eigen personeel uitgebuit om de concurrentie aan te kunnen? Als ze weigeren om de regels van het kapitalistische spel te spelen, dreigen de coöperatieven weg geconcurreerd te worden.

De arbeiders kunnen potentieel veel leren over de noodzaak om de economische en politieke macht uit de handen van de kapitalisten te halen. Vaak wordt in eerste instantie gezocht naar wat de gemakkelijkste of snelste oplossingen lijken te zijn. In plaats van in te gaan op de bredere politieke, economische en sociale kwesties die een coöperatieve kan opnemen, wordt vaak vervallen in een standpunt van kleine zakenlui die enkel oog hebben voor de commerciële problemen van het eigen bedrijfje. Dat heeft er toe geleid dat heel wat voormalige coöperatieven in Europa enkel nog in naam ‘coöperatief’ zijn maar in de praktijk gewoon kapitalistische bedrijven zijn geworden.

Coöperatieven kunnen een legitieme manier zijn om met arbeiders op te komen voor betere omstandigheden. Sommigen gaan evenwel veel verder en stellen dat het een strategie is waarmee de wereld kan veranderd worden. Is het mogelijk om het kapitalisme te overstijgen en te vervangen door een kritische massa van productie- en consumptiecoöperatieven? Het bondige antwoord op die vraag is ‘neen’. Productiecoöperatieven onder het kapitalisme zijn hybride. Het zijn ‘eilanden van socialisme’ in een kapitalistische zee. Ze zijn bovendien constant afhankelijk van die kapitalistische zee: kredietvoorwaarden, prijzen voor grondstoffen, huur, concurrentie, winstgevendheid,…

Ze kunnen slechts tijdelijk druk weg nemen als zee en vaste ‘afzetmarkt’ hebben en ‘concurrentie’ hierdoor kunnen vermijden. Het maakt productiecoöperatieven afhankelijk van consumentencoöperatieven of noties als ‘ethisch consumeren’. Hierdoor is het al een pak moeilijker om in pakweg de zware industrie te beginnen met dergelijke coöperatieven, terwijl ook op dat terrein verandering nodig is.

De mogelijkheden om met coöperatieven de fundamenten van het kapitalisme in vraag te stellen – de wijze waarop goederen en diensten worden geproduceerd – zijn beperkt. Het kapitalisme houdt stand door de controle van de kapitalistische klasse op de staat, de controle op de financiële sector en de meerderheid van de industrie. Als een coöperatieve beweging roet in het eten dreigt te gooien, zal de private winsthonger wel een methode vinden om dit commercieel te saboteren of om andere elementen van de kapitalistische macht ertegen in te zetten.

De coöperatieven bieden geen mogelijkheid om deze macht uit de handen van de kapitalistische klasse te halen. Met de coöperatieve beweging op zich is het niet mogelijk om het kapitalisme omver te werpen. Zoals de Duitse marxiste Rosa Luxemburg het stelde, kunnen coöperatieven slechts een “aanval op de takken van de kapitalistische boom”. We moeten echter ook de wortels aanpakken.

Op dit ogenblik komt het er voor socialisten op aan om de organisatie van de klassenstrijd opnieuw op te bouwen. We hebben daartoe nood aan strijdbare en democratische vakbonden en eigen arbeiderspartijen. Er is een dringende nood om marxistische ideeën ingang te doen vinden in de beweging. Een wetenschappelijk begrip van hoe het kapitalisme functioneert, is essentieel om tot echte verandering te komen.

Als coöperatieve bewegingen opnieuw opduiken, verdedigen socialisten de noodzaak van klassenstrijd en solidariteit. Er is een breder programma nodig waarbij coöperatieven van de arbeidersbeweging ook moeten opkomen voor de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie. Coöperatieven kunnen een hulpmiddel zijn voor de klassenstrijd, maar enkel als ze een bredere strategie hebben om de economische, politieke en sociale macht uit de handen van de kapitalisten te trekken.

Uiteindelijk zal er pas echte verandering komen als de belangrijkste sectoren van de economie niet langer gedomineerd worden door de kapitalisten, maar onder publiek bezit en democratische controle van de arbeiders en de gemeenschap worden geplaatst. Op die manier kan het concept van coöperatieven en samenwerking van onderuit doorheen de hele samenleving worden toegepast met een democratische controle en beheer van de productie en een planmatige aanpak opdat de aanwezige middelen ten dienste zouden staan van de meerderheid van de bevolking waardoor zaken als werkloosheid, milieuvernietiging en dergelijke naar de prullenmand van de geschiedenis kunnen verwezen worden.