Sneevlietherdenking 2005. Strijd en solidariteit toen, strijd en solidariteit nu. Hoe zou het anders moeten?

Sneevlietherdenking 2005

Een dertigtal belangstellenden woonde dit jaar op 17 april weer de jaarlijkse Henk Sneevliet herdenking bij op de begraafplaats Westerveld bij Driehuis. Familieleden van Sneevliet en zijn makkers Ab Menist, Willem Dolleman, Jan Edel, Rein Witteveen, Jan Schriefer, Jan Koeslag, Cor Gerritsen, Johan Roebers en Aaldert IJmkers, maar ook onderzoekers van de geschiedenis van de arbeidersbeweging en linkse activisten waren er dit jaar weer bij.

Ron Blom, Offensief Utrecht

Op 13 april 1942 stierven deze leden van het Marx-Lenin-Luxemburg-front, de ondergrondse voortzetting van de Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij (RSAP), voor een Duits vuurpeloton. De belangrijkste daarvan was Henk Sneevliet, die een vooraanstaande plaats inneemt in de historie van de Nederlandse arbeidersbeweging en die een pioniersrol vervulde in de socialistische beweging in Indonesië en China.

Dick de Winter sprak namens het herdenkingscomité een rede uit, die we hierbij opgenomen hebben. Ger Groenenboom-Van Tol droeg enkele gedichten voor, waarna we een moment stilte in acht namen voor de gevallenen.

Na de bloemlegging bij het monument (zie foto, met dank aan Mathijs Spaas) vertrokken we naar De Dwarsligger in IJmuiden waar onder het genot van koffie, thee en cake bijgepraat kon worden. Als gast was Bart de Cort uitgenodigd. Hij vertelde over zijn boek ‘Solidariteit in anonimiteit. De geschiedenis van de leden van de Onafhankelijke Socialistische Partij’. Bart getuigde van de grote opofferingsgezindheid van de leden, hij ging in op de cultuurverschillen tussen de leden van deze OSP en de Revolutionair-Socialistische Partij van Sneevliet die zouden samensmelten tot Revolutionair-Socialistische Arbeiders-Partij (RSAP). Verder besteedde hij aandacht aan de jongerenorganisatie. Bart de Cort stelde vast dat de solidariteit het leidende thema was van de OSP-leden. Een motto dat nog steeds actueel is.

Tekst door Dick de Winter namens het comité:

“Beste vrienden aanwezigen,

Hartelijk welkom op deze herdenkingsbijeenkomst van het Sneevliet Herdenkingscomité.

Ook dit jaar zijn weer mensen overleden. Om te beginnen Peter Drenth, de broer van Herman Drenth die ik enige jaren terug hier heb herdacht. Een paar jaar geleden was Peter nog aanwezig bij de herdenking. Broos en vermoeid want Groningen is een heel eind weg. Maar hij was er en dat deed hem goed, zei hij. Als je voor een artikel een beroep op zijn kennis en geheugen deed wilde hij altijd helpen. Dat heb ik zelf ervaren. Peter is ook lid geweest van het NAS, de OSP en, na de fusie met de RSP, van de RSAP. Hij ging over naar de trotskistische Groep Bolsjewiki Leninisten (GBL) en hielp in 1938 mee met het oprichten van de trotskistische 4e Internationale. Daarvan is hij lid gebleven tot in de jaren 50 besloten werd tot een intredepolitiek binnen de sociaal-democratie, de PvdA. In Groningen heeft hij ruim 20 jaar voor die partij zitting gehad in de gemeenteraad. Karel ten Haaf heeft zijn bewogen leven beschreven in het boek In de geest van Oktober. Het verhaal van Peter Drenth. Peter Drenth is 91 jaar geworden.

Ook een andere trotskistische veteraan is overleden: Rein van der Horst.

Soms gekscherend door intimi ‘Brein’ van der Horst genoemd nadat in een tv-quiz was gebleken dat hij een fabelachtige kennis bezat over Trotski. Voor de oorlog was hij lid van de AJC. Toen de Duitsers binnen vielen werd hij lid van het MLL-front, de ondergrondse voortzetting van de RSAP, later in 1942 van het trotskistische Comité van Revolutionaire Marxisten (CRM). Tijdens en na de oorlog was hij lid van de trotskistische 4e Internationale. Hij hield zich vooral bezig met een strijdbare vakbeweging, die hij niet herkende in NVV en later FNV. Hij heeft zich sterk gemaakt voor een strijdbare vakbeweging binnen de groep en het gelijknamige blad Solidariteit. Een kenmerkende uitspraak van hem was: ‘Ik geloof niet in sociaal-democratische illusies’. Ik kan me niet herinneren dat ik hem bij een herdenking gezien heb. We wensen zowel de nabestaanden van Peter Drenth als van Rein van der Horst sterkte.

We leven in een tijd van een dominant economisch liberalisme. Is dat dan erg? Ja, zeg ik, want economisch liberalisme predikt de ideologie van de vrije markt, een markt die volgens de aanhangers bevrijd moet van zoveel mogelijk overheidsbemoeienis. Tegelijk moet het particulier initiatief gestimuleerd worden en daar is op zich niks op tegen maar dan wel graag in een geheel andere sociaal-maatschappelijke context! Bolkestein, nu EU-commissaris af, heeft de markt wel eens gekarakteriseerd als een ontmoetingsplaats, maar dat is poeslief geformuleerd: het is een vechtplaats, een strijdtoneel waar de machtigen aan de touwtjes trekken, hun wil opleggen en waar de zwakste partij, en dat zijn dan voor het merendeel de werkers, in het nadeel zijn. Zij zien als gevolg van dit alles de verzorgingsstaat afgebroken worden. Denk alleen maar eens aan de afbraak door de regering van het solidariteitsbeginsel in de organisatie van de zorg en het toespelen van enorme winsten aan de verzekeraars. En op wereldschaal? Op wereldschaal zien we hoe de messen geslepen worden om de plekken waar de olie in de grond zit te bemachtigen. Bekijken we het eens van de ethische kant, en dat doet Balkenende toch zo graag, dan is het eigenbelang dat op de markt prevaleert, a-moreel. Een hoogleraar ethiek zei het eens zo: ‘Op de markt is de morele zelfbeheersing secundair, het eigenbelang primair’.

Waar leidt dit alles in de praktijk toe? Een kleine binnenlandse keuze:

– het heeft geleid tot de bekend spagaat van Balkenende. Het ene been is ‘ieder -voor –zich’, en het andere been: sussende en valse woordjes over normen en waarden en solidariteit die we met elkaar moeten hebben, terwijl solidariteit van de rijken met de armen onder tafel wordt gewerkt.

– het heeft geleid tot exorbitante zelfverrijking van een kleine groep lieden aan de top die met steun van de regering en werkgeversorganisaties buiten schot blijven, ook al komt ex-Shell-topman Tabaksblatt met afleidende morele codes die als het er echt op aankomt niks voorstellen.

– het heeft weer eens geleid tot het tegen elkaar uitspelen van jongeren en ouderen.

– het heeft ook geleid tot regeringsoptreden à la Thatcher, waarbij de vakbeweging getergd en overbodig gevonden werd: de vakbeweging was uit de tijd! Het ‘museumplein-akkoord’ was het antwoord van grimmig massaal verzet. De getoonde solidariteit die de regering heeft willen breken, hartverwarmend. Kinderen liepen mee. Zo wordt bewustzijn gekweekt.

– het heeft, als laatste van deze korte opsomming, geleid tot het gebruiken van angst als politiek middel om neoconservatieve strafrechtwetten aan te nemen. Effectieve controle is daarbij onmogelijk en voor relatief lichte verdenkingen kan je gemakkelijk voor 2 jaar vast komen te zitten. Donners verruiming van het verbod op ‘haatzaaien’ is een fundamentele inbreuk op het recht op vrije meningsuiting. Donner maakt zich er vanaf met het argument dat toekomstige jurisprudentie zal moeten uitwijzen hoever Nederland binnen Europese regelgevingsgrenzen kan gaan. Wat dit alles voor linkse actiegroepen en organisaties betekent, daar hoeven we niet lang over na te denken. Dat hebben we wel eens eerder meegemaakt.

Wat dan nodig is? Om te beginnen het besef dat de woorden van Karl Marx ‘De bevrijding van de arbeidersklasse kan allen maar het werk van de arbeidersklasse zelf zijn’ nog steeds actueel zijn. Zowel voor partij als vakbeweging.

In het blad Offensief, van een revolutionaire politieke groepering met dezelfde naam onder meer actief binnen de SP, wordt dat concreet gemaakt:

Ik noem een paar actuele eisen:

> eis herinvoering van de automatische prijscompensatie;

> eis een Europees minimumloon dat oneerlijke concurrentie tussen Eurolanden kan voorkomen en jongeren bescherming geeft’

> eis een 32-urige werkweek, want dan heb je minder werkdruk, dus minder stress, dus minder ziekteverzuim, dus meer geluk en plezier in je leven.

De huidige sociaaldemocratische vakbeweging is te zwak, te veel met handen en voeten gebonden aan deze kapitalistische maatschappij. Het moet weer ‘van onderop’ komen, dat is de kern van Marx’ woorden. Met overtuiging, optimisme en vasthoudendheid moet opgekomen worden voor een betere wereld, een socialistische wereld. Daarvoor zijn degenen van wie de as hier achter mij ligt, opgekomen. Dat is een lange tijd geleden, maar steeds was dat, hoe moeilijk ook in die tijd, de leidraad voor hun denken en handelen. Strijd en solidariteit toen, strijd en solidariteit nu. Hoe zou het anders moeten?”

Delen: Printen: