Staking metaalsector op 22 april. Loonnorm doorbreken is noodzakelijk !

Op vrijdag 22 april staken de arbeiders en bedienden uit de metaalsector in België. Na het afspringen van het IPA probeert het patronaat in de verschillende sectoren akkoorden op te leggen onder de loonnorm van 4,5%. Agoria biedt slechts 4% en een resultaatsgebonden premie van 0,5%. Bovendien denkt ze aan provinciale CAO’s om de sector te verdelen. De werknemers uit de voedingssector hebben aangetoond dat met mobilisatie en stakingsacties zaken kunnen afgedwongen worden. Na een korte maar vastberaden reeks van acties werd een akkoord gesloten op 4,8%.

LSP-pamflet

Voor een pdf-versie van dit pamflet, klik hier.

Is 4,5% een loonsverhoging?

Na aftrek van de indexaanpassing, een compensatie voor de waardedaling van ons loon als gevolg van de inflatie, blijft daar 1,2 % van over. Voor de bedienden moet daar nog eens 1% baremieke verhogingen af. Bovendien neemt het aantal lager geschoolde jobs sneller af dan beter betaalde hoog-geschoolde banen, daardoor stijgt het gemiddelde loon met ongeveer 1% op 2 jaar. Alles samen zitten we al boven de indicatieve norm. De productiviteitsgroei, jaarlijks zo’n 1 tot 1,5%, steken de patroons in hun zakken.

Kortom: met een loonnorm van 4,5% leveren we de komende 2 jaar minimum 2 à 3% loon in per éénheid productie. Maar voor de patroons is deze loonsdaling nog niet voldoende.

Patronale agressie van Agoria

De werkgeversfederatie Agoria lijkt het spel zwaar te willen spelen. Naar aanleiding van het afspringen van de onderhandelingen zegt Stijn Ombelets, de woordvoerder van Agoria "niet verwonderd te zijn over de aangekondigde actie. Er is echter geen sprake van dat we meer dan 4 procent loonsverhoging bieden."

In de media horen we de vertegenwoordigers van de patroons en hun politieke vrienden de ene propagandaleugen na de andere uiten. De lonen zijn te hoog, pensioenleeftijd te laag, de sociale zekerheid niet meer betaalbaar. Nochtans worden ondanks dit alles superwinsten geboekt. ’s Werelds grootste staalconcern Arcelor heeft in 2004 een netto-winst van 2,3 miljard euro geboekt. Dat is bijna negen keer zoveel als in 2003 en ook meer dan verwacht. Desondanks wordt de tewerkstelling bij Cockerill en Sidmar bedreigd.

In de automobielsector wordt de overproductiecapaciteit gebruikt om de arbeiders te chanteren. Het zou de grote automobielconcerns slecht voor de wind gaan. Nochtans rijven ze massa’s staatssubsidies binnen voor het “behoud” van de tewerkstelling en boeken ze superwinsten.

De Fordgroep maakte 3490 miljoen dollar winst in 2004, General Motors 4000 miljoen dollar, Volkswagen 910 miljoen dollar. Volvo Gent is de meest winstgevende van de 120 vestigingen in de Ford groep. En toch zou een akkoord van 4,5% te hoog zijn?

Kapitalistische logica doorbreken

Herwig Jorissen schrijft in De Nieuwe Werker dat ABVV-metaal de vraag stelde “of iedereen bereid is om tot een compromis te komen die voor iedereen een win/win situatie betekent”. Winst maken is niet voldoende voor een patroon. Winstmaximalisatie is noodzakelijk om hun concurrentie aan te kunnen gaan. In hun zoektocht naar de hoogste productiviteit voor de laagste productiekost willen ze arbeiders onder elkaar laten concurreren. Ze willen hun concurrentielogica laten slikken door de arbeiders om zo de solidariteit te breken. Telkens wordt er verwezen naar de situatie in andere landen om hier de lonen onder druk te zetten. Agoria beweert dat “onze arbeiders 9% duurder zijn dan in de buurlanden.” Dit is het spel dat de patroons willen spelen.

Wanneer het mogelijk is, worden de arbeiders opgezet tegen die uit de buurlanden en, indien nodig, tegen die uit Oost-Europa en Azië. Waarbij de norm voor de arbeiders neerwaarts is en waarbij de norm voor hun winsten “the sky the limit” is.

Het gevolg hiervan is dat de koopkracht van de werkenden blijft afnemen, onze sociale voorzieningen worden uitgehold en de overheid, uit welke samenstelling de regering ook bestaat, de openbare diensten uitverkoopt.

Hoe kan deze tendens doorbroken worden?

Iedereen die probeert tot een compromis te komen of een “win-win” situatie te bekomen zal uiteindelijk toegeven aan de chantage van het patronaat.

Wat we nodig hebben is een syndicale leiding die haar verantwoordelijkheid opneemt en een duidelijk alternatief formuleert op de kapitalistische afbraaklogica.

Geconfronteerd met de strijdbaarheid en de solidariteit van de werkenden kan het patronaat niet anders dan toegevingen doen. Deze nationale staking in de metaal zou een eerste aanzet kunnen vormen in het opbouwen van zo’n krachtsverhouding. De grootst mogelijke participatie van de arbeiders en bedienden is noodzakelijk om de strijd verder te zetten. Vandaar de noodzaak om te informeren via personeelsvergaderingen op het werk en te activeren via mobilisatie naar massapiketten.

De Linkse Socialistische Partij is voorstander van sterke vakbonden die democratisch functioneren en volledig onafhankelijk zijn van de patroon en de overheid. Militanten van de LSP in de metaalsector zullen deze ideeën verdedigen op de werkvloer.

Delen: Printen: