Loonstop in Nederland: ook gevolgen voor Belgische arbeiders

Nederland is in recessie. De regering heeft dit niet alleen aangegrepen om een massale aanval op de sociale zekerheid in te zetten – zowel op ziektekosten, verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid en regelingen voor de eindeloopbaan, als op werkloosheidsuitkeringen en banenplannen moet worden bespaard. Maar ook de loonkosten moeten eraan geloven.

Jan Van Emous

De groeiverwachtingen voor de economie zijn voor 2004 0,6% (EU: 2%) en er wordt verwacht dat de werkloosheid in 2004 net als dit jaar met 100.000 zal stijgen. De overheidsbegroting zal, ondanks de zware besparingen, dit en volgend jaar op een tekort afstevenen dat dicht bij de bovengrens van 3% komt die in het Stabiliteitspact van de Europese Munt Unie is vastgelegd.

In Nederland zijn de “sociale” partners (regering, werkgevers en vakbonden) tot een akkoord gekomen over een loonstop voor de jaren 2004 en 2005. In ruil voor een pauze van 2 jaar in het uitvoeren van een onbelangrijk deel van de zware bezuinigingsronde van 17 miljard euro die Balkenende de komende 4 jaar wil doorvoeren, heeft de vakbeweging toegezegd om geen loonstijgingen te eisen bij de CAO-onderhandelingen. Concreet betekent dat voor de Nederlandse loontrekkenden dat ze er in koopkracht op achteruit zullen gaan. Automatische loonindexering – de aanpassing van de lonen aan de prijsstijgingen – is in Nederland al jaren onbestaand.

Ook de andere buurlanden en belangrijke handelspartners van België – Frankrijk en Duitsland – staan er economisch niet al te best voor. Welk gevaar heeft dit voor de Belgische arbeidersklasse? Niet alleen zal de sterk van de export afhankelijke Belgische economie een slechter resultaat boeken dan waar de regering-Verhofstadt op hoopt. Ook hier zullen de patroons luider beginnen te roepen om een meer gematigde groei van de loonkosten. Met de wet op het concurrentievermogen uit 1996 – die stelt dat de Belgische lonen gemiddeld niet sneller mogen groeien dan in de buurlanden Nederland, Duitsland en Frankrijk – hebben ze daar ook een “wettelijke” stok voor achter de deur.

De regering is de patroons al tegemoet gekomen met de lastenverlichtingen die ze de komende jaren als cadeau heeft toegezegd. De vakbondsleiders hebben die uitverkoop van de sociale zekerheid nog maar eens hun zegen gegeven. Het zal voor de bazen echter niet genoeg zijn. Voor dit en volgend jaar samen is er een loonnorm afgesproken van maximaal 5,4%. Nu de lonen veel lager lijken uit te vallen in Nederland zullen de patroons harder aandringen bij de vakbonden om in loononderhandelingen niet het maximale van de loonnorm te vragen.

Het is een reëel gevaar dat de vakbondsleiding – die in het geval van het ABVV in nauw contact staat met de regering via de SP.a – voor de druk zal zwichten om maar geen loon-eisen te stellen. Als het volgend jaar verkiezingen zijn geweest en de economie niet merk-baar beter presteert, zal ook de roep om de loonindexatie af te schaffen weer heviger te horen zijn, in aanloop naar de volgen-de onderhandelingsronde over de loonnorm.

Delen: Printen: