Eind november legden personeelsleden van tientallen fastfood-restaurants in New York het werk neer. Ze vormden stakingsposten en eisten hogere lonen, betere uren en vakbondsrechten. De acties van de slecht betaalde superflexibele arbeiders die doorgaans in stilte hun weinig benijdenswaardige lot ondergaan, vormden een bron van inspiratie voor de volledige arbeidersbeweging.

Jesse Lessinger, Socialist Alternative (VS)

Velen denken dat het personeel van fastfood-restaurants vooral jongeren zijn die wat willen bijverdienen. Maar in New York alleen zijn er ongeveer 50.000 mensen in deze restaurants tewerkgesteld. Voor velen van hen is het de enige bron van inkomen voor zichzelf en hun gezin.

In een fastfood-restaurant werken, omvat meer dan het omdraaien van hamburgers. Er zijn heel wat gevaren, zoals met heet vet, en velen in de sector hebben de nodige littekens waarmee ze die gevaren concreet kunnen voorstellen. Velen werken voor een minimumloon van 7,25 dollar per uur, waardoor velen afhankelijk zijn van voedselhulp en andere bijstand. Met zo’n lage lonen, leven sommige van deze werknemers in daklozenopvang. McDonalds zou naar verluidt zelfs in daklozencentra op zoek gaan naar nieuw personeel.

In het centrum van Manhattan trok het personeel van Burger King, Wendy’s, KFC en andere restaurants de straat op. De enorme uitbuiting van de fastfood-arbeiders staat er in een schril contrast met de glitter van de luxewinkels in deze buurt.

Maar nu komt dit personeel op straat en begint het zich te organiseren. De acties waren onderdeel van de campagne ‘Fast Food Forward’, een campagne ondersteund door de vakbond SEIU. Het is de sterkste poging tot hiertoe om fastfood-personeel te organiseren.

Een van de eisen is een loonsverhoging tot 15 dollar per uur. Dat is een belangrijke eis, er waren in het verleden heel wat acties in slecht betaalde sectoren waarbij beperkte loonsverhogingen werden geëist. De eis van 15 dollar per uur is ambitieuzer. De boodschap is: ‘we willen een leefbaar loon’. En zelfs 15 dollar per uur volstaat in New York amper om rond te komen, zeker voor wie een gezin heeft. Maar het zou wel een grote stap zijn.

Het personeel van de fastfood-restaurants staat niet alleen in de strijd voor betere arbeidsomstandigheden. Er waren de afgelopen maanden ook acties bij supermarktketen Walmart. Op een bepaald ogenblik waren er acties in meer dan 1.000 vestigingen van de supermarkt en dit rond eisen als de erkenning van vakbondsrechten, geen vergeldingsacties tegen wie opkomt voor de rechten van het personeel, betere uren en 13 dollar per uur. Het ging niet om een eenmalige actie, het was onderdeel van een langere campagne onder Walmart-personeel.

Dit jaar alleen verwachten de fastfood-bedrijven inkomsten voor ongeveer200 miljard dollar. In 2011 maakte Walmart 15,7 miljard dollar pure winst. De familie Walmart bezit ongeveer evenveel rijkdom als de 40% armste gezinnen in de VS. Deze obscene rijkdom is niet het resultaat van slimme zakelijke beslissingen, het werd gerealiseerd op de kap van de arbeiders die in ruil voor hun harde werk het moeten doen met armzalige lonen.

In New York waren er enkele pogingen om lageloonarbeiders te organiseren, vooral onder migranten. In Brooklyn werd het personeel van zes grote kruidenierszaken georganiseerd. Er werden ook vakbonden opgezet in vier carwash-bedrijven. Het personeel komt op voor hogere lonen en de betaling van achterstallige lonen. Recent ging het personeel van een vestiging van Hot & Crusty Bakery in actie met een bezetting van de vestiging en een piket dat 55 dagen stand hield. Het zijn voorbeelden van de nieuwe zelforganisatie door arbeiders die daarvoor op een brede steun in de gemeenschap kunnen rekenen. De werkgevers gaven telkens toe onder druk van de vastberaden acties.

Fastfoodbedrijven en Walmart zijn grote werkgevers en machtige bedrijven. Ze zullen er alles aan doen om vakbonden tegen te houden. De acties kregen een zekere media-aandacht waardoor McDonalds zich gedwongen zag om te reageren. Het bedrijf verklaarde open te staan voor dialoog om “een nog betere werkgever” te worden. Denken ze echt dat we daar intrappen? Om iets af te dwingen, zal er echter meer nodig zijn dan mediabelangstelling.

Nood aan brede en eengemaakte actie

Er is nood aan gecoördineerde acties op een massale schaal om de bedrijven tot toegevingen te dwingen. Dat kan met stakingen en werkonderbrekingen bij honderden fastfoodbedrijven en zichtbare piketten in heel het land, bijvoorbeeld met de steun van Occupy en vakbondsactivisten. De arbeiders moeten hun eigen strijd in handen nemen met strijdcomités op de werkvloer die met elkaar in verbinding moeten treden om een strategie en gecoördineerde actie te ontwikkelen.

De strijd tegen deze grote bedrijven moet verbonden worden met lokale campagnes in een verenigde strijd. Beeld je in wat het effect zou zijn als het personeel van honderden restaurants, winkels, kruideniers, supermarkten,… in de hele stad in actie zou komen voor betere lonen en de erkenning van de vakbonden.

We kunnen niet op de Democraten vertrouwen, die zijn net als de Republikeinen een partij van Wall Street en de grote bedrijven. Sommigen laten uitschijnen dat ze aan onze kant staan, zo is er het Democratische gemeenteraadslid Christine Quinn die beweert de arbeiders te steunen. Maar uiteindelijk zitten al deze politici, net als Quinn, in de zak van de grote bedrijven.

We moeten op straat in actie komen, maar hebben ook een stem op het electorale terrein nodig. We zouden de strijd kunnen vooruit helpen door onafhankelijke arbeiderskandidaten voor de gemeenteraad en de burgemeesterspost naar voor te brengen in 2013. Dat kan op basis van een programma van degelijke lonen en vakbondsrechten. De campagne zou kunnen gebruikt worden om de strijd van de lageloonarbeiders te ondersteunen.

Ondanks het karakter van de Democratische Partij waren velen blij dat de rechterzijde de verkiezingen van 2012 verloor. Dit gaf de arbeiders een zeker zelfvertrouwen. Maar ondertussen wordt niets gedaan aan de onderliggende problemen die aanleiding gaven tot de ontwikkeling van de Occupybeweging. Ook dit jaar zal wellicht een jaar van strijd in de VS zijn.

Het leger van lageloonarbeiders is een slapende reus die eens ze opstaat de 1% een zware slag kan toebrengen. Deze jonge energieke arbeiders kunnen de arbeidersbeweging nieuw leven inblazen en nieuwe organisaties van klassenstrijd in plaats van klassensamenwerking vormen.

Het is nog te vroeg om te spreken van een opstand van de lageloonsector, maar anderzijds is het wel duidelijk dat dit soort verzet de toon zal zetten. Vanaf nu zullen strijdbewegingen van lageloonpersoneel een focus vormen voor al wie opkomt voor de belangen van de 99%, voor vakbondsmilitanten die hun organisaties willen versterken als strijdbare en militante verdedigers van onze belangen en voor al wie bereid is om de belangen van de werkenden en jongeren te verdedigen.