Na de aankondiging van de sluiting van haar vestiging in Genk wilde Ford er alsnog alles aan doen om enkele duizenden wagens geproduceerd te krijgen. Dit bleek niet evident te zijn, vooral door het consequente en aanhoudende verzet van de arbeiders bij de onderaannemers. Die vrezen volledig uit de boot te vallen bij een sociaal plan en kwamen in actie voor het behoud van hun jobs. We spraken met Salvatore, een van de voortrekkers van deze strijd.

Door Els Deschoemacker

Jullie zijn sinds maandag [21 januari] onder dwang van de deurwaarder terug aan het werk. Wat is het gevoel op de werkvloer?

“Er is veel discussie. Velen vragen zich af wat we nu bereikt hebben. We hebben wel wat bereikt, we dwongen af dat we uitbetaald worden. Anders zouden we niet opnieuw gaan werken. We krijgen de stakingsdagen uitbetaald als dopdagen, maar moeten twee verlofdagen opnemen. We zitten met een dubbel gevoel. Eigenlijk wilden we loon. Hiermee doen we Ford geen pijn.

“Een ander resultaat is dat de onderhandelingen eindelijk opgestart zijn. Eigenlijk wilden ze daar pas binnen 6 maanden mee starten. Midden februari moet er een sociaal plan op tafel liggen. Zoniet stoppen we alle bedrijven. Dit is niet alleen onze eis [van het actiecomite], maar van alle mensen op de vloer. Daarbij weet iedereen dat we dezelfde voorwaarden willen als de Ford arbeiders. Wij zijn werken net zo goed voor Ford. Iedereen gelijk!”

Hoe denken jullie jullie eis “behoud van jobs of loon tot 2020” te kunnen realiseren?

“In 2011 maakte Ford 9 miljard euro netto winst. Om alle bedienden en arbeiders van Ford en toeleveranciers uit te betalen, vakantiegeld enzovoort inbegrepen, volstaat 1,2 miljard euro. Tot drie weken voor de aankondiging bevestigden ze ons nog dat de fabriek zou openblijven. Het “tenzij” gedeelte in de clausule – dat deze garantie niet zou gelden als het economisch slecht gaat – is te vaag. Wat is er zo wereldschokkend veranderd in die drie weken? Ze hebben ons iets wijgemaakt om het over de verkiezingen te tillen. Wij eisen nu dat de beloftes worden nagekomen.

Wat zijn de verdere plannen van het actiecomité?

“We zitten nu allemaal op onze eigen fabriek. Het grootste gevaar is dat het actiecomité verwatert. Dat de individuele delegees en militanten de druk van de baas en het bedrijf individueel moeten dragen. We hebben niet meer dezelfde samenspraak. Het sociaal plan wordt bedrijf per bedrijf besproken. We moeten goed bekijken wat mogelijk is en onze eisen samen op tafel leggen.”

Kan het actiecomité de syndicale eis van nationalisatie bij ArcelorMittal niet aangrijpen om deze eis ook bij Ford naar voor te brengen?

“Het syndicale antwoord bij Arcelor spreekt inderdaad tot de verbeelding. Onze vakbondsleiding stond al te roepen voor een “goeie sluiting en sociaal plan” toen nog maar over de intentie tot sluiten werd gesproken. De strijd voor het behoud van jobs is nooit aan de orde geweest. Bij ons leefde deze eis niet, het kwam gewoon niet in ons op. Onze ideeën hierover moeten nog ontwikkelen, we hebben te lang alles aan de vakbondsleiding overgelaten. Maar nu wordt de kwestie van nationalisatie in Frankrijk en in Wallonië naar voor gebracht.

“Het zou goed zijn om een grote betoging in Brussel te houden, niet alleen van ons maar ook van ArcelorMittal en van iedereen die hun werk dreigt te verliezen. Ook bij Volvo ben ik er niet gerust op. Als ze beginnen met dopdagen in te lassen, hou je dan vast.”

Een van de argumenten voor de afdankingen bij ArcelorMittal is de sluiting van fabrieken als Ford Genk. De sluiting hier raakt ook de onderaannemers, winkeliers, de hele regio,… Het is een domino van neergang. Een overheid in dienst van de bevolking zou dit bedrijf toch kunnen nationaliseren om het voor de gemeenschap in te zetten. Er is een fabriek, er zijn gronden, er zijn arbeiders, er is een universiteit …

“… onze universiteit in Hasselt is trouwens al bezig met waterstofproductie en zo…”

… er zijn zelfs staalfabrieken. Het smogprobleem oplossen door de productie van waterstofgedreven bussen…

“Alles kan bij ons gemaakt worden! We hebben de media altijd gezegd dat ze niet proper bezig zijn. Wij zijn diegenen die willen werken, die vechten voor het behoud voor onze jobs. Met alle mogelijke middelen!”

Kunnen jullie van een nadeel, geen voordeel maken nu jullie aan het werk zijn en regelmatig algemene vergaderingen organiseren op de werkvloer. Om zo het contact met de hele werkvloer te herstellen?

“Dat is het idee. We willen vanaf nu iedere week informatie over hoe de onderhandelingen verlopen. We vertrouwen niet meer zomaar iedereen. We vertrouwen alleen nog het actiecomité. Er is ook geen enkele reden waarom het actiecomité niet aan de onderhandelingen zou mogen deelnemen. Ze zullen nog van ons horen!”

Wat kunnen wij doen om jullie strijd te ondersteunen? Wat denken jullie bijvoorbeeld van een petitie waarmee steun gezocht wordt voor jullie eisen (zoals de erkenning van het actiecomité) bij syndicale delegaties in andere bedrijven, op straat,… Ook financieel, want de strijd is nog niet gedaan en het steunfonds zal nog broodnodig zijn.

“Zeer goed idee, ik zal het zeker voorstellen!”