Oostenrijk: splitsing van extreem-rechtse FPÖ

De Vrijheidspartij van Jörg Haider is officieel gesplitst nadat er reeds enige tijd spanningen waren binnen de partij. De nationale leiding van de partij heeft onder leiding van Haider en diens zuster die tevens partijvoorzitter was, de vorming van een nieuwe partij aangekondigd: de "Bündnis Zukunft Österreich" (Bond voor de toekomst van Oostenrijk). De oprichting van de BZÖ als nieuwe partij is in feite een voltrekking van een splitsing in de FPÖ waarbij grote delen van die partij niet met de nationale leiding meegaan naar de BZÖ.

Geert Cool

Wij hebben de FPÖ steeds omschreven als een neo-fascistische partij die erin slaagde om met een populistische retoriek een stevige electorale aanhang te verwerven. Het neo-fascistische element bleek duidelijk uit het feit dat de partij geleid werd door figuren met sympathie voor het oude nazisme, of zelfs vrij openlijke neo-nazi’s. Het programma van de partij legde sterk de nadruk op zaken als de "Volksgemeinschaft", de zogenaamde volkseenheid dat iedere vorm van klassentegenstellingen verwerpt.

Dat er een neo-fascistisch kader aanwezig was in de FPÖ en daar een belangrijke rol speelde, wordt nu duidelijk bij de splitsing van de partij. Moest de FPÖ een puur populistische kracht geweest zijn, genre LPF in Nederland, zou het voor Haider eenvoudiger geweest zijn om de FPÖ uit te zuiveren. Nu moest hij echter overgaan tot de vorming van een nieuwe partij omdat hij niet zeker was over de steun aan de basis van de partij. Bij de leiding van de partij in de regering en het nationale parlement, stelt de kwestie zich niet direct. Daar wordt gekozen voor de eigen carrière waarbij een meer ‘aanvaardbare’ partij een positief gegeven is. De enige reden waarom sommigen nog twijfelen, is het verdwijnen van een groot deel van de actieve basis.

De splitsing in het FPÖ leidt tot het ontstaan van twee partijen: het ‘blauwe’ FPÖ en het ‘oranje’ BZÖ. De "nieuwe" FPÖ wordt geleid door figuren als europarlementslid Andreas Mölzer en heeft een meerderheid in de lokale partijafdelingen in een reeks deelstaten. In Voralberg en Oberösterreich koos de partijafdeling ervoor om de FPÖ trouw te blijven maar een ‘onafhankelijkere’ koers te gaan varen. In Wenen splitsten 9 van de 21 gemeenteraadsleden zich af om een eigen beweging te vormen. In Salzburg, Steirer en Tirol blijft de leiding ‘blauw’, waardoor het in Salzburg tot een scheiding komt tussen staatssecretaris Mainoni en de lokale voorzitter Schnell. In Karinthië, de thuisbasis van Haider, is voorlopig een naamsverandering doorgevoerd tot "die Freiheitlichen in Kärtnen" en zal op 14 april een partijdag beslissen over eventuele aansluiting bij de BZÖ.

In Karinthië zijn de meningen wat verdeeld. Europarlementslid Andreas Mölzer, één van de meest gekende leiders van de ‘destructieve elementen’ die in de FPÖ gebleven zijn, was er jarenlang een vertrouwenspersoon van Haider. Mölzer stond jarenlang aan het hoofd van het tijdschrift ‘Aula’ dat geregeld revisionistische artikels publiceerde of reclame maakte voor nazistische boeken. In 1983 haalde Haider hem binnen in de Karintische FPÖ en hij speelde samen met Haider en Kriemhild Trattnig een centrale rol in de machtsgreep binnen de FPÖ in 1986 waarbij de oude liberale leiding aan de deur werd gezet. De voormalige FPÖ-voorzitter en ex-SA’er tijdens WO2, Otto Scrinzi, maar ook Kriemhield Trattnig, spraken zich reeds scherp uit tegen de feitelijke uitsluiting van Andreas Mölzer uit de partij.

De FPÖ wordt vandaag geleid door interimvoorzitter Kabas. Die speelde jarenlang een centrale rol in de FPÖ, onder meer door het introduceren van het vreemdelingenthema in de verkiezingspropaganda van de partij. Kabas was ook nooit verlegen voor zijn banden met radicale groepjes, in 1991 gaf hij bijvoorbeeld een controversieel interview aan een openlijk neo-nazistisch blad (‘Fakten’ van Horst Jakob Rosenkranz, wiens vrouw overigens één van de FPÖ-parlementsleden is die niet overstapt naar de BZÖ).

Een groot deel van de oude fascisten in het FPÖ blijven de partij trouw en stappen niet mee over naar de BZÖ die vooral gezien wordt als een club van carrièristen. De discussie tussen beide groepen kwam vooral tot uiting naar aanleiding van een twist over de regeringsdeelname van de FPÖ. De hardliners wilden uit de regering, een ander deel koos voor de carrière en wou blijven. Haider kreeg duidelijk de hardliners niet zomaar aan de kant, wat een uitdrukking is van hun sterke positie in de oude FPÖ. Meer nog, jarenlang werden die hardliners net gesteund door Haider. Zij vormden het steunpunt waarop Haider zich baseerde om eind jaren ’80 de leiding van de FPÖ over te nemen en de oude liberale leiding aan de kant te schuiven. Nu wil Haider een meer aanvaardbare partij opzetten en een deel van de oude ballast overboord gooien. Hoever hij daarin zal gaan, moet nog blijken. Onder meer in zijn thuisbasis Karinthië zal hij voorzichtig moeten zijn tegenover de oude garde die er nog steeds sterk staat.

Op dit ogenblik lijkt het erop dat aan de basis van de FPÖ de meningen enorm verdeeld zijn, met ook een tendens naar de vorming van lokale partijen op het niveau van deelstaten om de discussie te vermijden of uit te stellen (zoals het geval is in Karinthië).

Regeringsdeelname als basis voor splitsing partij?

Was het de regeringsdeelname die heeft geleid tot de splitsing van de FPÖ en de daaraan voorafgaande electorale achteruitgang? Door de radicalisatie bij het aantreden van de FPÖ in de regering (er waren betogingen met tot 300.000 deelnemers), werd ook de vakbondsleiding onder druk gezet om acties te organiseren tegen het asociale beleid. Zo was er in 2001 een betoging met 50.000 deelnemers tegen de aanvallen op de sociale zekerheid. In juni 2003 gingen meer dan 1 miljoen arbeiders in staking, de grootste staking in het land sinds de Tweede Wereldoorlog. Zelfs de politie en rijkswacht namen deel aan de protestacties. Een meerderheid van de bevolking steunde de acties, wat uiteraard de vraag deed rijzen van een politiek alternatief op de regering.

De SPÖ probeerde zichzelf naar voor te schuiven als alternatief en ook de Groenen gingen sterk vooruit door het protest tegen de conservatieve regering van christen-democraten en de FPÖ. Het is echter duidelijk dat de sociaal-democratische SPÖ geen antwoord te bieden heeft op het rechtse beleid. Ondanks de poging tot het aanmeten van een linkser imago, was de partij bereid om in 2004 in een regering met de FPÖ te stappen in deelstaat Karinthië, de thuisbasis van Jörg Haider. Daarmee wordt het anti-FPÖ gehalte van de SPÖ doorprikt.

Het is de druk van de bewegingen tegen het asociaal beleid die de FPÖ in het defensief geduwd hebben. Dit zou ook zonder regeringsdeelname het geval geweest zijn. Dit zagen we bijvoorbeeld ook in Frankrijk na 1995 toen het Front National van Le Pen splitste na de grote bewegingen van de winter van 95 tegen het asociaal beleid van de conservatieve regering.

Tijdelijk zal de FPÖ een enorme stap achteruit zetten, zeker nu een groot deel van de partijleiding naar de BZÖ is vertrokken. De BZÖ zal proberen op populistische basis te scoren, maar wordt daarbij sterk beperkt door haar regeringsdeelname en het feit dat de partij meer als een ‘aanvaardbare’ establishmentpartij zal gezien worden. Bij gebrek aan een echt politiek alternatief is het mogelijk dat de FPÖ terugkeert. Dat zal echter niet zozeer afhangen van de FPÖ zelf, maar wel van de ontwikkeling van een politiek alternatief dat opkomt voor de belangen van de arbeiders en jongeren.

Gaat het VB dezelfde richting uit?

Ongetwijfeld zullen velen in de huidige splitsing van de FPÖ een gelijkenis zoeken met de interne discussies in het Vlaams Belang. We hebben steeds gesteld dat de interne verdeeldheid in de FPÖ groter was dan bij het Vlaams Belang, onder meer door de historische ontwikkeling van de FPÖ. Sommigen zullen in een figuur als Filip De Man een mogelijke lokale Andreas Mölzer zien die de hardliners organiseert.

Op dit ogenblik is dit niet aan de orde. Het is mogelijk dat onder druk van bewegingen in de samenleving het VB meer in het defensief wordt geduwd waardoor verdeeldheid een grotere rol kan gaan spelen, maar dit is momenteel nog niet het geval. Een belangrijk verschil tussen de FPÖ en het VB is de zwakke positie van diegenen die het VB effectief willen omvormen tot een ‘normale’ partij. Om dat beeld te creëren heeft de huidige VB-leiding een aantal marionetten genre Morel of Verstrepen in het partijbestuur opgenomen, maar die zijn niet in staat om een eigen stroming te gaan organiseren. De burgerlijk-rechtse conservatieven zoals Colen bevinden zich in een erg zwakke minderheidspositie. Op termijn is het mogelijk dat een deel van de leiding rond Dewinter en Vanhecke kiest voor een omvorming van de partij om hun carrière op korte termijn veilig te stellen, maar vandaag lijken de rangen in het VB nog vrij gesloten. De media-aandacht voor beperkte conflicten in het VB mag dan groot zijn, maar dit blijft vooral ‘politiek politicienne’ en gaat voorbij aan de meeste VB-kiezers.

De splitsing van het Oostenrijkse FPÖ zal echter wel een interessante discussie met zich meebrengen in het Vlaams Belang. Jarenlang werden goede contacten met de partij onderhouden. Recent nog waren onder meer Frank Vanhecke en andere partijleiders op werkbezoek in Karinthië. Daarbij zal er ongetwijfeld ook ingegaan zijn op de aankomende splitsing van de partij. Welke kant zullen Vanhecke en co kiezen? Die van Haider en de FPÖ-ministers in de nieuwe BZÖ, of die van hun ‘alte kameraden’ in de FPÖ?

Delen: Printen: