Op 7 januari kwamen acht mijnwerkers om het leven bij een explosie in een koolmijn in de provincie Zonguldak, aan de Zwarte Zee. De mijnen hebben een reputatie van slechte en onveilige arbeidsomstandigheden, tussen 1991 en 2008 vielen er 2.554 doden en raakten meer dan 13.000 mijnwerkers arbeidsongeschikt. In de mijnen is er ook een traditie van verzet en strijd.

Artikel door Dikili vanuit Turkije

Een stukje geschiedenis

Op 30 november 1990 begint een historische staking in Turkije. 48.000 mijnwerkers, geconcentreerd in de streek van Zonguldak (westelijk deel van de Zwarte Zee) komen samen met hun kinderen en vrouwen op de straat voor een staking van onbeperkte duur. Ongezien, want nog steeds hebben de militairen de touwtjes in handen, er zijn de anti-stakingswetten en de president (Özal) is een vertrouweling van de coupplegers van 1980. Voor het eerst na de staatsgreep van 1980 is er een dergelijke massale actie. Vanuit alle mijnen komen de mijnwerkers samen naar het centrum van Zonguldak, de plaatselijke winkeliers sluiten uit solidariteit hun winkels en zelfs het leger en de ordediensten die massaal zijn opgetrommeld weten niet hoe op te treden tegen het eensgezinde verzet van de mijnwerkers en hun familie.

Het patronaat van de mijnen (onder staatsbeheer) roept onmiddellijk een lock-out uit op 3 december. Het verscherpt alleen het conflict.

De (gematigde) vakbondsleiding is niet direct enthousiast. Eigenlijk zijn ze onder druk van de leden gedwongen de staking uit te roepen. Toch krijgt de staking steun van zowat alle partijen uit de oppositie (zelfs rechtse partijen die niet in de regering zitten) en van zowat alle geledingen uit de arbeidersbeweging in Turkije die na de staatsgreep van 1980 zo goed als vernietigd of verboden waren.

Het is niet alleen een staking tegen het schrijnende lot van de mijnwerkers, het is tevens de eerste politieke staking tegen een regime dat de tussen 1980 en 1990 de lonen heeft gehalveerd (in reële waarde), alles gezet heeft op een exportbeleid en liberalisering, gesteund door de repressie van de militairen die nog altijd de sleutel in handen hebben.

Semsi Denizer, voorzitter van het mijnwerkerssyndicaat, staat zo sterk onder druk van de mijnwerkers dat hij verklaart dat de vakbond bereid is de mijnen te beheren als de regering ze wil overlaten aan de mijnwerkers. Tevens verklaart hij dat ze een mars op Ankara zullen houden als niet tegemoet gekomen wordt aan de eisen van de mijnwerkers.

Door de enorme verlaging van de reële lonen eisen ook werknemers uit andere sectoren (onder andere uit de textiel en metaalsector) een verhoging van de lonen en dit tussen de 400 en 600 procent! Realistisch? Stel je voor dat je loon plots gehalveerd wordt en je moet een huis afbetalen, of huur betalen, of onderwijs betalen voor je kinderen, of gezondheidszorg? En dat gedurende tien jaar! Tegelijk is er een enorme inflatie die ieder jaar je koopkracht nog verder naar beneden duwt.

De staking van de mijnwerkers is een signaal, een signaal dat arbeiders nog steeds kunnen vechten, ondanks alle repressie, een signaal dat terug moed geeft aan een – laat ons eerlijk zijn – arbeidersbeweging die bijna totaal is vernietigd door de militairen.

De staking van de mijnwerkers werkt als een groen licht voor de arbeidersbeweging in Turkije en overal beginnen stakingen. Begin 1991 zijn 180.000 arbeiders voornamelijk uit de mijnsector en de staalsector in staking. En dan starten de mijnwerkers met hun gezinnen (meer dan 100.000 mannen, vrouwen en kinderen) de lange mars (honderden kilometers) naar Ankara. Zij doen dit te voet, middenin de winter! De regering heeft immers de beslissing genomen dat de mijnwerkers zich niet met bussen mogen verplaatsen!

In wintertemperaturen (want de temperaturen duiken iedere nacht onder de vriesgrens) wandelen zij iedere dag verder. Hun mars krijgt steun. Op 6 januari is er een blokkade. Meer dan vijfduizend soldaten, gesteund door de politie en bulldozers versperren de weg. De minister van Binnenlandse Zaken heeft de mars verboden en illegaal verklaard omdat de mijnwerkers en hun familie niet ‘reizen’ maar ‘betogen’. Meer dan tweehonderd mijnwerkers worden opgepakt en … in het voetbalstadion van Mengen ondervraagd door de politie. Daarna worden ze afgevoerd naar Ankara om voor een uitzonderingsrechtbank (waarvan de voorzitter een militair is) te komen en veroordeeld te worden.

Maar in plaats van te verzwakken wordt de mars van de mijnwerkers groter. De staking en de mars heeft immers overal in Turkije een symboolfunctie gekregen en velen sluiten zich erbij aan.

Op 8 januari 1991 (er is weerom een blokkade) beslist de syndicale leiding (onder luid protest) de mars op te geven. Semsi Denizer gaat aan de onderhandelingstafel zitten. De vakbondstop weigert verdere confrontaties (hoewel de solidariteit op dat moment enkel toenam). De mijnwerkersmars is ten einde.

De volgende dag (9 januari 1991), komt de overkoepelende internationale vakbond in beweging. Ze veroordelen eensgezind de houding van de Turkse regering. Maar daar blijft het bij.

De dynamiek van de mijnwerkersmars heeft echter gevolgen voor de arbeidersbeweging want op 13 januari 1991 is er een algemene staking waaraan meer dan één miljoen werkers deelnemen! In de centra van de grote steden wordt de staking het best gevoeld. Ook de Koerden gaan in staking! Daar ligt alles plat. Zelfs in de openbare diensten (waar het verboden is te staken, nu nog steeds trouwens) is de staking te voelen. Daar staat staking gelijk met ontslag of overplaatsing.

Nog tijdens de onderhandelingen tussen de mijnwerkersvakbond en de regering beslist de Turkse regering eenzijdig op 26 januari 1991 alle stakingen voor een periode van zestig dagen te verbieden in het kader van de nationale veiligheid.

Toch heeft de staking positieve gevolgen. Er worden nieuwe, onafhankelijke vakbonden opgericht en vanaf dat moment zal de vakbeweging in Turkije zich terug beginnen opbouwen!

Is de situatie van de mijnwerkers er intussen op verbeterd?

Tussen 1991 en 2008 verloren in de mijnstreek Zonguldak meer dan 2.554 mijnwerkers het leven bij arbeidsongevallen en werden er meer dan 13.000 werkonbekwaam.

De werkomstandigheden van de mijnwerkers zijn abominabel. Op 19 december 2011 staakten achthonderd mijnwerkers die leven in het dorp Gökceler tegen de lage lonen en de werkomstandigheden. Een mijnwerker verdient ongeveer tussen de driehonderd tot vierhonderd euro per maand. (1)

Op 7 januari 2013 verloren weer 8 mijnwerkers het leven door een gasontploffing. Nochtans wist men heel duidelijk dat de situatie in de mijn onveilig was. Met een rapport, opgemaakt door de inspectiediensten, werd twee jaar geleden gevraagd om deze mijn te sluiten! Het enige dat men deed was een paar boetes geven.

De firma die het contract had gekregen om in de mijn te werken (een onderaannemer) (2) had geen enkele ervaring om tunnels in mijnen te graven. Er werden geen maatregelen genomen om veiligheidsvoorschriften na te leven. Ze werkten met ongeschoolde arbeiders die geen enkele ervaring hadden met mijnwerk! Ondanks verschillende waarschuwingen (mondeling en schriftelijk) werden geen voorgeschreven mijnwerkerslampen gebruikt. Tijdens ontploffingen (om gangen te maken) werd geen enkel beschermingsmiddel voorzien voor de mijnwerkers. Energiekabels werden niet samengebonden om explosies te vermijden. De energiekabels waren open aan het einde. Mechanismes om machines via temperatuur en gasmetende sensoren te meten waren niet operationeel.

Volgens Mehmet Torun, voorzitter van de Kamer van de Mijnwerkingenieurs (MMO) moesten er (volgens de veiligheidsvoorschriften) voor de mijngang van veertien vierkante meter minstens veertien boorgaten geboord worden met een diepte van 25 meter. In plaats daarvan waren er slechts zeven geboord en dit met een diepte van slechts tien meter. Deze boorgaten zijn noodzakelijk om gas dat ontsnapt te kunnen opvangen. Omdat dit niet was gebeurd kon het gas slechts ten dele ontsnappen met de dood van acht mijnwerkers tot gevolg! (3)

Vier dagen later was er weer een nieuwe gasontploffing in een mijn in Zonguldak, resultaat, één dode en vijf zwaargewonden, van wie één in kritieke toestand.

Alsof dit nog niet erg genoeg is, alsof overheid, mijndirectie en de minister van arbeid geen bloed aan hun handen hebben, is er de reactie van het Turkse Steenkool Instituut.

Het TKK (Turkse Steenkool Instituut) steekt de schuld van de arbeidsongevallen op de … schuldenlast die de mijnwerkers hebben.

“Ze kunnen zich door hun hoge schulden niet volledig concentreren op hun werk en vormen dus een veiligheidsrisico voor zichzelf en hun collega mijnwerkers.” Om hieraan te verhelpen vinden de mijnwerkersbazen dat zij het recht moeten hebben om mijnwerkers die schulden hebben na een jaar te ontslagen als ze er niet in slagen hun schulden terug te betalen. De grote baas van de TKK, Mahmut Özçelik, stelt: ”De schulden van de mijnwerkers hebben een weerslag op hun motivatie en hun productiviteit. Wettelijk kunnen we daar nog niks tegen doen. We nemen deze maatregel op lange termijn. We hebben dergelijke maatregelen nodig om de productie op te drijven.” (4)

Nu heb ik al veel staaltjes van patronale arrogantie gelezen maar Mahmut Özçelik, de grote baas van de mijnen, overtreft ze allemaal.

In plaats van enig respect te betonen voor de slachtoffers, criminaliseert hij ze!

De loonkost

Constant worden we in België geconfronteerd met het begrip ‘loonkost’. Turkije is één van de meest snelgroeiende economieën ter wereld. Er is een minimumloon (rond de 350 euro) maar voor het Turkse patronaat ligt de loonkost veel te hoog. Om daaraan tegemoet te komen heeft de AKP ervoor gezorgd dat onderaanneming en tijdelijke contracten bij wet de al bijna onbestaande arbeidsrechten verder ondermijnen. Tussen 2002 (aan de macht komen van de AKP) en nu is het aantal tijdelijke en uitbestede jobs gestegen van 400.000 naar 1.600.000. Deze ‘tijdelijke’ of ‘uitbestede’ werknemers hebben in vele gevallen zelfs geen sociale zekerheid, ze worden een stuk onder het minimumloon betaald, hebben geen syndicale vertegenwoordiging. Het is ook in deze categorie dat de arbeidsongevallen het hoogste zijn (ook de omgekomen mijnwerkers in Zonguldak werkten voor een onderaannemer). Deze cijfers komen van de regeringsgezinde krant Zaman (5) , dus in realiteit zal het nog wel een stuk erger zijn! En in dit geval spreken we over ‘geregistreerde’ arbeid, laat ons niet vergeten dat ongeveer de helft van de Turkse economie bestaat uit ‘niet geregistreerde arbeid’, zeg maar, ‘arbeid in het zwart’.

Maar ieder jaar opnieuw prijst de Europese Unie Turkije voor haar economische groei! Want dat is nu eenmaal waar de Europese Unie voor staat. Hoe die groei verwezenlijkt wordt is ondergeschikt! Europese commissarissen gaan nu eenmaal niet naar begrafenissen van verongelukte mijnwerkers!

Gelukkig zijn er nog partijen zoals de LSP die in plaats van productiviteitswinst, internationale solidariteit voorop stellen.

Socialisme of barbarij? Ik heb allang mijn keuze gemaakt!


Voetnoten

  1. http://www.hurriyetdailynews.com/miners-go-on-strike-for-better-conditions.aspx?pageID=238&nid=9569
  2. De regering Erdogan heeft ervoor gezorgd dat sinds een paar jaar bedrijven beroep kunnen doen op onderaannemers die in vele gevallen de sociale wetgeving omzeilen en aan dumpingprijzen hun diensten aanbieden. Slecht geschoolde, niet opgeleide werknemers komen terecht in de bouwsector, de mijnsector, de scheepsbouw (sectoren waar het aantal arbeidsongevallen oploopt in plaats van daalt). Zij werken dikwijls veel meer dan de wettelijk voorziene 48 uren grens, leven in onmenselijke omstandigheden en hebben (natuurlijk) geen vakbondsvertegenwoordiging.
  3. http://www.todayszaman.com/columnist-303580-tragedy-in-zonguldak.html
  4. http://www.hurriyetdailynews.com/turkish-coal-institute-blames-absent-minded-miners-for-accidents.aspx?pageID=238&nID=38846&NewsCatID=347
  5. http://www.todayszaman.com/news-303855-.html