De afgelopen weken waren er opnieuw protestacties en confrontaties in Noord-Ierland. De aanleiding was de beslissing van de gemeenteraad van Belfast om de Britse vlag slechts beperkt toe te laten aan het stadhuis. Op maandag 17 december alleen waren er 80 verschillende protestacties. Er waren ook een aantal confrontaties tussen betogers en politie. We publiceren een verklaring van de Socialist Party uit Noord-Ierland over de vlaggendiscussie en hoe socialisten opkomen voor arbeiderseenheid tegen de sectaire verdeeldheid van de gevestigde besparingspartijen.

Verklaring van de Socialist Party (Noord-Ierland). Voor meer achtergrond over Noord-Ierland: het Peter Hadden archief op marxists.org met Nederlandstalige vertalingen van teksten door Peter Hadden, een voortijdig overleden voortrekker van de Noord-Ierse Socialist Party.

Het politieke establishment probeerde 2012 voor te stellen als een keerpunt voor Noord-Ierland waarbij de samenleving stilaan de oude sectaire verdeeldheid oversteeg. Er verschenen onder meer affiches met de slogan: ‘Onze tijd, onze plaats’. Alsof het de bedoeling was om de reclamecampagne meteen te doorprikken, gaf het conflict over de Britse vlag aan het stadhuis van Belfast aan dat dit een mythe is. Er werd eens te meer aangetoond dat het ‘vredesproces’ faalt. Noord-Ierland blijft een sterk verdeeld land met sectaire spanningen net onder de oppervlakte. Het conflict heeft ook aangetoond hoe groot het sluimerende ongenoegen in de protestantse gemeenschap is.

Op maandag 3 december stemde de gemeenteraad van Belfast de maatregel dat de Britse vlag enkel op specifieke dagen aan het stadhuis mag wapperen. De oorspronkelijke motie – ingediend door Sinn Féin en gesteund door de SDLP – stelde voor om de Britse vlag nooit uit te hangen, maar er kwam een amendement van de Alliance Party. Alle unionistische partijen in de gemeenteraad stemden tegen.

De controverse rond de vlag aan het stadhuis werd bewust opgezocht door Sinn Féin en de SDLP, het was niet dat er een grote druk vanuit de katholieke gemeenschap was om die vlag daar weg te krijgen. Het was onderdeel van een poging om de communautaire discussie terug centraal te plaatsen en de aandacht af te leiden van het rechtse besparingsbeleid waar alle gevestigde partijen zich achter scharen. Het is een veel gebruikte methode van sectaire politici langs beide kanten.

Regeringspartijen verenigd voor besparingen

Is het toeval dat de controverse er kwam in de nasleep van een hervorming van de uitkeringen waarbij de meest kwetsbare lagen in de samenleving het hardste worden geraakt? Deze hervorming is de zwaarste aanval op de arbeidersklasse totnutoe. De nationalistische partijen stonden onder druk rond dit thema en deden alsof ze zich ertegen verzetten, ze stemden tegen de wet in het Noord-Ierse parlement maar gebruikten hun veto niet om het ook effectief tegen te houden.

Toen de motie in de gemeenteraad van Belfast werd voorgesteld, waren de unionistische partijen er snel bij om de nationalisten te volgen met een gelijkaardige retoriek. Ze verdeelden in de aanloop naar de gemeenteraad zowat 40.000 pamfletten in protestantse wijken van Belfast met de oproep om druk te zetten op de Alliance Party om de Britse vlag het hele jaar door aan het stadhuis te houden. Dit was deels een poging om de electorale vooruitgang van de Alliance Party in de protestantse wijken te ondermijnen. Er werd ook opgeroepen om te betogen.

De agenda van de unionisten is even cynisch als die van de nationalisten. Ze reageerden verontwaardigd op het voorstel om de vlag slechts op specifieke dagen te laten wapperen, maar tegelijk stemden de DUP en de UUP in de gemeenteraad van Lisburn in met een gelijkaardig voorstel. Er werd ingespeeld op gevoeligheden om het eigen imago te verbeteren. Het is immers duidelijk dat het thema van de vlag een gevoelige snaar raakt in de protestantse gemeenschap. Het lijkt gevoeliger te liggen dan heel wat andere thema’s in het verleden, mogelijk zelfs dan de parades.

Op de avond van de stemming verzamelden 1.600 betogers zich voor het stadhuis. Sommigen doorbraken de veiligheidslinies en probeerden de bijeenkomst te verstoren. Sindsdien waren er tal van protestacties, blokkades, rellen en gevallen van intimidatie. De confrontaties gebeuren op een schaal die we in Noord-Ierland niet meer zagen sinds de crisis rond Drumcree. Unionistische paramilitairen speelden een centrale en sinistere rol hierin.

De Alliance Party stond centraal in de protestacties, deze partij wordt als verantwoordelijke gezien voor de beslissing om de vlag weg te halen. De partij zit op de wip in de gemeenteraad om ofwel de nationalisten ofwel de unionisten aan een meerderheid te helpen. Naast vreedzame protestacties waren er ook gewelddadige aanvallen op de huizen en kantoren van leden van de Alliance Party. Er waren ook doodsbedreigingen voor politici, zoals het parlementslid Naomi Long van Oost Belfast en vertegenwoordigers van Sinn Féin, SDLP en DUP. Vijftien gemaskerde mannen vielen met een brandbom een anonieme politiewagen aan in het kiesdistrict van Naomi Long. De Socialist Party veroordeelt deze aanvallen en de dreigementen van de paramilitairen.

De gevestigde partijen hebben op roekeloze wijze een gevoelig thema uitgespeeld in hun politieke ping-pongspel. Daarmee drijven ze de sectaire spanningen op, ook al heeft dat een impact op het leven van de gewone bevolking. De politici willen niet dat de stabiliteit van de politieke structuren wordt ondermijnd, maar anderzijds spelen ze wel op gevoeligheden in om de enge eigen belangen te dienen. Eens de geest uit de fles is gelaten, wordt het echter moeilijk om die er terug in te krijgen. De situatie is aan hun controle ontsnapt en begint een eigen leven te leiden. Het kan een uitlaatklep worden voor alle spanningen en frustraties in de samenleving, net zoals dat eerder het geval was met de parades.

Zonder enige hint van ironie riepen vertegenwoordigers van Sinn Féin zoals Gerry Kelly op tot een hard politieoptreden, niet alleen tegen de rellen en gewelddadige acties maar ook tegen vreedzaam protest. De unionistische partijen wasten hun handen in onschuld en wezen iedere verantwoordelijkheid voor het geweld af. Ze blijven intussen olie op het vuur gooien. Een unionistische ‘werkgroep’ – met vertegenwoordigers van DUP, UUP, TUV en PUP – wordt opgezet om een gezamenlijke strategie rond dit thema uit te werken. De unionistische politici willen een orgaan om het protest te controleren en de protestknop aan en af te zetten naargelang het hen uitkomt. Dat zou wel eens moeilijker kunnen zijn dan ze denken.

Vervreemding in protestantse wijken

Het feit dat dit zo gevoelig ligt in protestantse wijken bevestigt de trend waar de Socialist Party al langer op wijst. Een overgrote meerderheid van de bevolking in die wijken wil geen terugkeer naar de Troubles en verzet zich tegen het nieuwe geweld, maar tegelijk is er het gevoel dat het ‘vredesproces’ een lange reeks toegevingen aan de nationalisten betekende waarbij er een geleidelijke erosie van de culturele identiteit van de protestantse gemeenschap is. Er is het gevoel dat er een impliciete evolutie is in de richting van een kapitalistisch verenigd Ierland waarin de protestanten een achtergestelde minderheid vormen. Deze frustraties worden versterkt door het triomfantalisme van Sinn Féin en door de gewapende campagnes van de ‘dissidente’ republikeinse groepen.

Het gevoel van onveiligheid wordt versterkt door demografische veranderingen die bevestigd worden in de laatste censuscijfers. Voor het eerst sinds de oprichting van Noord-Ierland vormen de protestanten nu een minderheid (48%) terwijl de katholieke gemeenschap groeit tot 45% van de bevolking. Het weghalen van de Britse vlag van het stadhuis versterkt de angst en de frustratie.

Er is de perceptie dat de katholieke gemeenschap materieel bevoordeeld werd door het ‘vredesproces’ – dat deze gemeenschap meer jobs en diensten binnen haalde – en dit ten minste gedeeltelijk ten koste van de protestantse gemeenschap die hard geraakt wordt door het geleidelijke proces van desindustrialisering.

Dit leidt vaak tot ontevredenheid en woede tegenover de DUP en de UUP die ‘de gemeenschap laten stikken’ en ‘toegeven aan Sinn Féin’. PUP-leider Billy Hutchinson was prominent aanwezig op de protestacties en hoopt dat zijn partij sterker wordt als het een meer strijdbaar imago heeft dat sterker aansluit bij wat in de protestantse arbeidersbuurten leeft.

Deze gevoelens kunnen niet zomaar aan de kant geschoven worden, zoals sommigen ter linkerzijde lijken te denken. Het zijn gevoelens die ontwikkelden in de context van een politiek akkoord waarbij de sectaire tegenstellingen geïnstitutionaliseerd werden maar niet opgelost. Het sectaire opbod tussen de grote partijen die samen in de regionale regering zitten, heeft geleid tot een polarisering aan de basis. Er is een tendens naar een grotere segregatie op het vlak van huisvesting en in sommige buurten zelfs een uitputtingsslag rond territorium met het opzetten van nieuwe grenzen en ‘vredeslijnen’ en conflicten rond culturele thema’s.

Het thema van de vlaggen is gevoelig en kan explosief zijn. In de stellingenoorlog die het leven in Noord-Ierland tot op zekere hoogte domineerde in de periode van het ‘vredesproces’ werd langs beide kanten uitgebreid gebruik gemaakt van vlaggen, muurschilderingen, beschilderde stoepranden en andere symbolen die dienden om de grenzen en het territorium af te bakenen en de anderen te intimideren.

Vlaggen hebben verschillende connotaties in de verschillende gemeenschappen. Voor de meeste protestanten vertegenwoordigt de Britse vlag hun Britse identiteit en de positieve waarden die daarmee gepaard zouden gaan. Voor de katholieken vertegenwoordigt deze vlag de Britse heerschappij, de geschiedenis van unionistische dominantie, discriminatie en staatsrepressie. Voor veel katholieken is de Ierse driekleur evenzeer een symbool van hun Ierse identiteit, vrijheid en verzet tegen onderdrukking, terwijl het voor veel protestanten symbool staat voor de Provisional IRA en de jaren van gewapende strijd met vandaag de ‘dissidente’ republikeinse groepen die een bedreiging vormen voor hun identiteit en veiligheid.

Het gebruik van deze en andere vlaggen wijst op de sectaire tegenstellingen in onze samenleving. Het gebruik van de vlaggen beperken, zal echter niet bijdragen aan het verminderen van de spanningen. Integendeel, als de staat tussen komt om vlaggen weg te halen, leidt het eerder tot explosieve reacties en hardere posities. Individuen en gemeenschappen hebben het recht om hun culturele identiteit te uiten als ze dat willen. Tegelijk hebben mensen ook het recht om niet geïntimideerd te worden.

Deze twee rechten kunnen niet door politici met belangen bij het behoud van de sectaire verdeeldheid over de hoofden van de werkende bevolking heen met elkaar verzoend worden. Deze politici hebben er immer belang bij dat de gemeenschappen zich niet verenigen rond hun gezamenlijke belangen. Zoals we zagen, spelen ze cynisch op discussies in om hun eigen belangen te dienen. Er kunnen evenmin oplossingen bereikt worden door een harde meerderheidsstemming, welke kant dan ook de meeste stemmen heeft in het sectaire opbod.

De kwestie van de Britse vlag aan het stadhuis van Belfast is erg gevoelig voor de meeste protestanten die menen dat er een Britse vlag moet zijn in de zetel van de Noord-Ierse hoofdstad. Voor de meeste katholieken is het een overblijfsel van unionistische overheersing. Om een oplossing te vinden, is er een directe betrokkenheid van de arbeidersgemeenschappen nodig – gemeenschappen waar een meerderheid tegen een terugkeer naar het conflict is – in plaats van het aan politici over te laten die vooral misbruik maken van gevoelens.

Bovenop en naast het recht om een culturele identiteit te uiten en het recht om niet geïntimideerd te worden, is er het recht voor de arbeidersklasse in het algemeen om niet meegesleurd te worden in een sectair conflict. Het verzet van de meerderheid van de arbeidersklasse tegen stappen in de richting van een terugkeer van het conflict heeft elementen van de harde lijn tegen gehouden en een rem gezet op hoe conflicten rond de parades en andere thema’s uitgespeeld worden en verder ontwikkelen. Het verzet tegen een terugkeer van het conflict kan onder druk staan door een langere periode van sectaire controverse en toenemende spanningen.

Voor arbeiderseenheid tegen de besparingen van de sectaire partijen

Het besparingsprogramma van de regering komt in een nieuwe fase met hardere aanvallen op jobs en openbare diensten. Er wordt gehoopt op een herstel van de wereldeconomie, maar die hoop wordt niet ingelost. Het leeuwendeel van de 4,3 miljard pond besparingen werden doorverwezen naar de twee laatste jaren van de ambtstermijn. Tot nu toe werd slechts ongeveer een vijfde van de geplande besparingen doorgevoerd en dit heeft al vernietigende gevolgen. De gezondheidssector is in kritieke toestand en er dreigen levens verloren te gaan, de scholen liggen er schabouwelijk bij en de werkloosheid neemt toe, zeker onder jongeren. De jobverliezen in de publieke sector en de bevriezing van de lonen (in werkelijkheid inleveringen op de lonen) beperken de koopkracht en verzwakken ook de private sector. Heel wat winkelstraten liggen er steeds meer verlaten bij en het zal er niet beter op worden als de politici hun zin krijgen en nog eens de hakbijl zetten in duizenden jobs, scholen en ziekenhuizen.

Er zullen mogelijkheden zijn om tegen de sectaire partijen in te gaan, maar er zitten ook gevaren in deze situatie. De besparingen kunnen leiden tot woede en verenigd verzet in de vorm van syndicale acties, wijkcampagnes en mogelijk ook politieke ontwikkelingen. Anderzijds zullen de gevestigde partijen proberen om de besparingen in een communautair kader te plaatsen waarbij spanningen worden opgedreven rond thema’s als vlaggen. Het doel is om de aandacht van de rechtse agenda af te leiden. Het is mogelijk dat zowel sectaire spanningen als klassenstrijd een tijdlang samen ontwikkelen. Dat gebeurde ook in de jaren 1980 toen er strijd werd geleverd tegen het beleid van Thatcher en er tegelijk sectaire spanningen waren. Uiteindelijk zal een van beide echter dominant worden.

Vakbonden moeten massaal en aangehouden verzet tegen besparingen organiseren

De vakbonden hebben potentieel een enorme macht. Het is de grootste organisatie in de samenleving, veel groter dan alle sectaire groepen. Het is een massa-organisatie van de arbeidersklasse, zowel protestantse als katholieke arbeiders maken er deel van uit. Het kan als cruciaal tegengewicht dienen tegenover sectarisme als het opkomt voor de gezamenlijke belangen van de arbeidersklasse en het failliet van de sectaire partijen aantoont. Jammer genoeg wordt deze enorme potentiële kracht niet ingezet als gevolg van de zwakheden van de leiding de afgelopen decennia.

De enorme staking van de publieke sector op 30 november 2011 gaf een beeld van de potentiële kracht van de arbeidersklasse. Maar de vakbondsleiding heeft geen strijdbare strategie ontwikkeld om de besparingsagenda aan te pakken. Ze slaagden er niet in om de arbeiders het vertrouwen te geven dat er een alternatief mogelijk is en dat de besparingen kunnen gestopt worden. Dat gaf de vijf grote partijen de mogelijkheid om het besparingsbeleid door te voeren zonder dat hun asociale karakter volledig werd belicht. De armoede en wanhoop die uit de besparingen voortvloeien, kunnen intussen olie op de vlammen van de sectaire verdeeldheid vormen.

Het recente conflict geeft een beeld van de gevaren in de situatie. De betrokkenen bij de recente rellen – net zoals in Ardoyne in de zomer – waren vooral jonge mannen. Met 25% jongerenwerkloosheid is er een generatie van ‘verloren’ jongeren zonder hoop op een degelijke toekomst en zonder de directe ervaringen van de Troubles. Deze generatie kan de rangen van de paramilitairen, loyalisten en republikeinen, vervoegen. Van de vakbonden strijdbare en democratische organisaties maken, is een integraal onderdeel van de strijd tegen het gevaar van het sectarisme.

Bij het opveren van het communautaire conflict beperkt de vakbondsleiding zich tot een algemene veroordeling en een vage oproep tot vrede. Een strijdbare beweging met een echte autoriteit in de arbeidersbuurten zou haar invloed aanwenden om de sectaire spanningen tegen te gaan en te vermijden dat het conflict escaleert. In het verleden zagen we hoe vakbondsmilitanten opriepen tot stakingen en acties die paramilitairen dwongen om dreigementen tegen arbeiders in te trekken. Een strijdbare benadering tegenover het sectarisme zou een enorme impact hebben.

De afgelopen decennia heeft de vakbondsleiding zich steeds verzet tegen stappen in de richting van een nieuwe arbeiderspartij. De afwezigheid van een arbeiderspartij die zich baseert op de werkenden, vrouwen, jongeren, lokale activisten,… is een centrale zwakheid in de situatie en het biedt de sectaire krachten een monopolie in het politieke debat aan.

Een arbeiderspartij moet een politiek alternatief bieden op het kapitalistische besparingsbeleid en het zou ook een forum vormen voor arbeiders en jongeren van beide gemeenschappen in het streven naar oplossingen voor kwesties als de parades, vlaggen, veiligheid en culturele uitdrukkingen. In de context van de ontwikkeling van strijd tegen het beleid van de Noord-Ierse regering zou zo’n partij een rol spelen in het afbouwen van de sectaire verdeeldheid en het zou de basis leggen voor een echt vredesproces op basis van de eenheid van arbeidersgemeenschappen en niet op basis van sectaire politici.

In de komende periode zullen arbeiders en jongeren in strijd gaan tegen het beleid van de Noord-Ierse regering – tegen de besparingen in het onderwijs en de gezondheidszorg, de jobverliezen, looninleveringen, voor vrouwenrechten, gelijkheid,… Velen zullen de conclusie trekken dat de sectaire partijen hun belangen niet verdedigen. Er zullen kansen zijn voor een nieuwe arbeiderspartij die in staat is om sectaire verdeeldheid te overstijgen.

Om het sectarisme naar de geschiedenisboeken te verwijzen, moet een einde worden gemaakt aan het kapitalistische systeem. Internationaal zien we hoe de armoede en tekorten die uit dit systeem voortkomen, leiden tot meer verdeeldheid en conflicten. Een arbeiderspartij moet opkomen voor een socialistische toekomst waarbij de enorme rijkdom die aanwezig is uit de handen van een kleine elite wordt gehaald om het op een democratische en planmatige wijze in te zetten voor de belangen van de meerderheid van de bevolking.