Non-profit dwingt 100 miljoen af… maar meer is nodig en lag binnen handbereik

Balans van een historische beweging

Na een historische staking van 12 dagen keurden de vakbonden van de non-profit op 7 maart het voorakkoord voor de federale gezondheidsdiensten goed. Hoewel dat akkoord veraf staat van de oorspronkelijke eisenbundel, is het de eerste keer sedert lang dat de verworven rechten niet enkel behouden bleven, maar werden uitgebreid. Dit heeft zijn effect niet gemist. Sindsdien is de voedingssector in het offensief, gaan de Vlaamse ministeries in actie tegen de aanwervingsstop en ontwaken zelfs de onderwijsbonden.

Eric Byl

Gedurende 14 maanden voer-den de bonden van de non-profit actie. In december 2003 stelden ze, na raadpleging van 15.000 personeelsleden, een gezamenlijk eisenplatform op voor heel de sector. Daarin werd onder meer gepleit voor 25.000 extra banen, een 36-urenweek, een volledige 13e maand, verlenging van de 45+ CAO en brugpensioen op 57 jaar. Aan het geheel hing een prijskaartje van 3,7 miljard euro.

Die eisen waren niet eens zo enorm. 25.000 extra banen in een sector met 460.000 personeelsleden is een verhoging van het personeelsbestand met hooguit 5%. De regering heeft de mond vol over vergrijzing om ons langer te laten werken. Ze houdt er echter geen rekening mee als bijkomende middelen worden gevraagd door de sector.

De winstcijfers van de bedrijven zijn fors toegenomen door het opdrijven van de flexibiliteit en ongezond werk. Dat levert meer ziektekosten op. De patroons en de regering strijken graag de winsten op, maar willen de gezondheidsfactuur die daarmee gepaard gaat niet ophoesten. Een steeds kleinere groep staat in voor een steeds groter werkvolume. Personeelsleden raken uitgeblust en oververmoeid. De regering beseft dat ook, vandaar het eindeloopbaansysteem dat voorziet in extra dagen verlof voor +45-jarigen. Brugpensioen op 57 jaar en de uitbreiding van de eindeloopbaan-regeling naar alle personeelsleden zijn geen overbodige luxe.

Een studie van het HIVA toonde aan dat de lonen in de non-profit gemiddeld 10,5% lager liggen dan lonen voor vergelijkbare functies in andere sectoren. Een volledige 13e maand zou deze achterstand deels compenseren. Pas na 13 maanden actie was de regering bereid te praten. Intussen hadden de vakbonden hun eisen flink afgezwakt. Geen sprake meer van de 36-urenweek. Het eisenplatform waarmee ze naar de onderhandelingstafel trokken bedroeg nog maar 520 miljoen euro. Minder dan de 700 miljoen euro die Belgacom dit jaar wil uitkeren aan de aandeelhouders, of evenveel als de federale regering heeft uitgetrokken om risicokapi-taal aan de fiscus te onttrekken.

Maar zelfs dat was nog teveel voor de regering. Die wou slechts met 375 miljoen euro over 5 jaar tijd over de brug komen. Dit werd op 22 februari door de vakbonden verworpen. Bij BBTK/ Setca werden de militanten nauwelijks geraadpleegd. In de beroepscomités verklaarden de secretarissen achteraf dat de LBC het akkoord wel zou aanvaarden en dat het dus geen zin had om te staken. Bovendien stelde de sociaal-democratische fractie binnen BBTK/ Setca het voor alsof de LBC enkel staakte omdat CD&V en CDh niet in de regering zitten. De LBC staakt nochtans ook in de Vlaamse sectoren, ondanks een CD&V-minister voor Welzijn afkomstig uit de LBC. Resultaat: 66% van BBTK/Setca stemde voor werkhervatting. Zelfs het liberale ACLVB stemde op haar belangengroep non-profit met 75% het voorakkoord weg. De LBC raadpleegde 350 militanten en delegees op haar Staten-Generaal. Daar stemden slechts 2 aanwezigen voor het voorakkoord.

"Staking tot de finish"

Nadat de LBC het regeringsvoorstel had verworpen, verklaarde Walter Cornelis dat de maat vol was. Hij riep een “staking tot de finish” uit vanaf 24 februari. Niet enkel syndicalisten, maar zowat alle personeel was enthousiast om eindelijk eens een strijd aan te gaan die de vakbondsleiding niet zomaar halverwege zou uitverkopen. In het begin van de acties, vanaf de ge-zamenlijke militantenconcentratie in de Magdalenazaal in december 2003, beperkte de mobilisatie zich doorgaans tot de delegees aangedikt met een “vaste” groep betogers.

Dat veranderde vanaf 24 februari. Voor het eerst werden bredere lagen van het personeel betrokken. In sommige ziekenhuizen werden personeelsvergaderingen georganiseerd, ook voor de opgeëisten, elders werden stakerscomités opgezet. Mensen zullen zich maar echt betrokken voelen als ze mee kunnen beslissen. SP.a-minister voor Werk, Freya Vanden Bossche, wou niet onderhandelen onder druk van een staking, maar de snelle uitbreiding ervan dwong Miss “Mooi en meedogenloos” tot inkeer. Terwijl de acties en stakingen uitbreidden, het bewustzijn en de strijdbaarheid toenamen en er nog steeds werknemers aansloten die eerder niet betrokken waren… overlegde de regering met de vakbonden een nieuw voorakkoord ten belope van 471 miljoen euro.

Daarin onder meer een opwaardering van arbeiderscontracten naar bediendencontracten; een forse uitbreiding van de eindeloopbaanregeling; een lichte verhoging van de “aantrekkelijkheidspremie” van 300 euro naar 400 euro; een povere toename van de vergoeding voor onregelmatige prestaties van 50% naar 56% en een toeslag voor het middenkader. Inzake tewerkstelling: een verhoging van de normen voor de verzorging en verpleging, goed voor 3.432 voltijdse betrekkingen (VTE) in de ziekenhuizen. In de ROB/RVT 2.613 VTE, 80 in de thuisverpleging, 205 in geestelijke gezondheidszorg en 900 voor het opvangen van de eindeloopbaanregeling. Totaal: 7230 VTE.

Het is duidelijk dat de regering met spoed tot een akkoord wou komen. In die mate zelfs dat ze zaken heeft toegezegd die eigenlijk pas kunnen als ook de werkgevers hun handtekening zetten. Beco-privé, een organisatie van werkgevers in Wallonië en Brussel, heeft alvast laten weten op zijn minst met 5 punten uit het voorakkoord, en niet de minste, problemen te hebben. Tijdens de onderhandelingen vandaag (25 maart) op het kabinet van de werkgevers, zag het er niet naar uit dat ze het akkoord zouden aanvaarden.

De “finish” lag veel dichter dan de verwachtingen

Veel werknemers, geënthousiasmeerd door de harde opstelling van de LBC, waren ontgoocheld dat de acties plots gestopt werden zonder het advies in te winnen van die bredere lagen die in beweging waren gekomen. Velen ervaarden het bijna unaniem aannemen van het akkoord door de LBC als “onbegrijpelijk”, en in sommige gevallen regelrecht “verraad”. Vooral de verpleegkundigen voelden zich in de kou gezet. Het was duidelijk dat de LBC-top onder druk van haar basis illusies had gecreëerd die ze nooit van plan was te realiseren. De desillusie in de BBTK-top was al vanaf 22 februari een feit en keerde zich naar een grotere strijdbaarheid en kritische opstelling tegenover de eigen vakbondsleiding.

Paradoxaal was Cornelis in staat het huidige akkoord te verkopen juist door de grote autoriteit die hij verworven had met de harde taal over het vorige voorakkoord op 22 februari. Bij de LBC werd het akkoord gestemd in een Staten-Generaal: een grote meeting van 500 delegees en militanten met open micro waar eenieder één stem heeft. Bij de BBTK werd beslist door het federaal comité, dat vooral bestaat uit secretarissen en vrijgestelden, enkele afdelingen uitgezonderd – waaronder Brussel-Halle-Vilvoorde, dat dan ook tegenstemde. De stemming gebeurde per afdeling en werd niet proportioneel overgebracht, maar volgens het principe “the winner takes it all”.

Die bewuste maandag 7 maart moest, onder druk van de regering, het akkoord met alle mogelijke middelen worden goedgekeurd. De stemming was dan ook een voorbeeld van subtiele en minder subtiele manipulatie. Bij de BBTK kwam de tekst (die toch vrij lang en gedetailleerd is) pas in handen van de afgevaardigden bij het begin van de vergadering: onmogelijk dus om dit op een ernstige manier te bediscussiëren.

De LBC deed nog beter: daar kregen de militanten de tekst pas nadat de stemming had plaatsgegrepen (met het excuus dat men het akkoord nog aan het copiëren was). Men was aangewezen op de powerpointpresentatie en het commentaar van de vakbondsleiding.

In vergelijking met veel andere sectoren is het akkoord van de non-profit een forse stap vooruit. Als we echter kijken naar de noden van de sector en de snelheid waarmee de regering – zodra de staking menens werd – moest toegeven, was meer niet alleen nodig, maar zeker ook mogelijk geweest. LSP-sympathisanten in de non-profit publiceren een bedrijfsblad “Polsslag”. Wij zijn zowel actief in LBC als in BBTK en ACOD. Wil je mee vechten voor strijdbare en democratische vakbonden: contacteer ons.

Delen: Printen: