19 maart: massabetoging in Brussel

Op 19 maart werd massaal betoogd in Brussel. Drie betogingen kwamen samen in één grootse manifestatie met naar schatting zo’n 80.000 deelnemers vanuit heel Europa. De betoging gaf de sterkte van een Europese mobilisatie aan, de groeiende radicalisatie en actiebereidheid aan de basis, maar ook het gebrek aan een politiek verlengstuk waardoor de traditionele partijen zich een aanwezigheid konden permitteren.

Nikei De Pooter

De jongerenmars had de kop van de betoging gekregen. Hierin liepen ongeveer 2000 jongeren mee. Onze delegatie bestond uit ongeveer 300 arbeiders en jongeren, met ook kameraden uit Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Het was geen toeval dat de grootste delegaties op de jongerenmars de radicalere politieke delegaties waren. ABVV- en ACV-Jongeren waren aanwezig met verschillende carnaval-camions met loeiharde muziek, maar slaagden er niet in om meer dan enkele tientallen jongeren in hun delegatie te laten meestappen.

Naar aanloop van de jongerenmars voerden we met hen de discussie over het type mars. Volgens hen waren jongeren niet geïnteresseerd in een strijdbare mars, maar moest het een hippe soort love-parade worden. Dit kwam ook tot uitdrukking in de infantiele powerrangers op de mobilisatieaffiche. Ze probeerden bewust de mobilisatie en de betoging zo apolitiek mogelijk te houden. Ze wilden vermijden dat de jongerenmars zichzelf radicaal profileerde. Hun argument was dat een te radicale mars jongeren zou afschrikken en dat het vage programma een brede waaier van ondersteunende organisaties toeliet.

Deze strategie leidde er zelfs toe dat verschillende regeringspartijen niet enkel op de affiche stonden, maar zelfs in de jonge-renmars meestapten. CD&V door een gratis vat op een mobiele toog te geven, de N-VA door dit vat leeg te drinken. Animo, de jongeren van SP.A, slaagden erin hun spandoek te laten dragen door “minister voor de jacht op werklozen” Frank Vandenbroucke. Deze figuren werden door onze delegatie telkens verwelkomd met de slogan “neoliberalen: dikke asocialen!”

De Linkse Socialistische Partij had de Jongerenmars op de agenda gezet. We hebben er maandenlang campagne voor gevoerd. Voor ons lag de nadruk niet enkel op de betoging zelf, maar vooral op het uitbouwen van een krachtsverhouding aan de basis. We hebben de voorbije maanden onze aanwezigheid aan de doplokalen opgedreven en krijgen een steeds betere respons. Velen keken uit naar de Jongerenmars, ook al namen ze er zelf niet aan deel. Ook hebben we van de gelegenheid gebruik gemaakt om te bouwen aan een sterkere aanwezigheid in de bedrijven. Daarbij was het belangrijk dat we een programma naar voor brachten van het eenmaken van strijdbewegingen en daar een concreet initiatief aan konden koppelen met de Jongerenmars voor Werk.

Voor ons was de campagne geslaagd. We vormden een strijdbare delegatie, verkochten 500 exemplaren van ons maandblad, 100 exemplaren van internationale kranten en haalden 400 euro strijdfonds op. De Jongerenmars kwam misschien nog vroeg in die zin dat de bereidheid om het passieve ongenoegen tegenover de toenemende werkloosheid, flexibiliseringen, interimarbeid,… om te zetten in een actieve oppositie nog beperkt is. Maar na de beto-gingen tegen het IPA in december en in verschillende sectoren (de Witte Woede, de voedingssector, Splintex,…) kwam deze Jongeren-mars en de Europese betoging op een uitstekend moment.Voor ons is deze jongerenmars immers niet het eindpunt, maar een gelegenheid om de noodzaak van de uitbouw aan een linkse oppositie in de vakbonden en een politiek verlengstuk voor de strijdbewegingen op de agenda te zetten. Leen Pontezeele van de ACV-Jongeren verklaarde in de media dat deze Jongerenmars slechts een begin was, een eerste stap. Wij juichen dit standpunt toe, en roepen iedereen op om samen met ons de evaluatie op te maken, om daarna op het terrein terug te keren en te bouwen aan een nieuwe Jongerenmars!

CGT en FNV: strijdbare delegaties.

Naast de Jongerenmars betoogden ook het EVV tegen de richtlijn Bolkenstein (over de liberalisering van diensten) en het ESF. In de EVV-betoging vielen vooral de delegaties van de CGT en het FNV op. De CGT had ongeveer 30.000 aanwezigen in haar delegatie, in de Nederlandse delegatie liepen er ook ettelijke duizenden mee. De CGT profileerde zich ook tegen de Europese grondwet, waarover in Frankrijk een referendum wordt gehouden. De mobilisatie tegen de Europese grondwet drukt een groeiende woede en strijdbaarheid uit tegenover het neoliberale project van Europa. Het is geen toeval dat de delegaties van de CGT en het FNV de grootste waren. In beide landen is een radicalisatieproces bezig tegen de anti-sociale aanvallen van regering en patronaat.

De delegatie van het ESF was beperkter. Hier liepen een paar duizend mensen mee van verschillende “sociale bewegingen”. Voor die bewegingen zal het van cruciaal belang zijn om aansluiting te vinden bij de arbeidersbeweging.

Delen: Printen: