Kirgizië: president ontvlucht land na opstand

De voormalige president Askar Akayev is de kleine Centraal-Aziatische republiek Kirgizië ontvlucht na massale protestacties met het karakter van een opstand. Zijn vertrek komt minder dan twee weken na de parlementsverkiezingen van 13 maart waarbij Akayev werd weggestemd.

Laurence Coates

Na het gewelddadig politie-optreden tegen massale protesten voor nieuwe verkiezingen, ging de revolte tegen Akayev in het offensief op basis van een steun onder de armste lagen in het etnisch meer diverse zuiden van het land. De beweging kwam op straat op maandag 21 maart en nam de controle over van overheidsgebouwen in vijf zuidelijke steden en van de luchthaven van Osh, de tweede grootste stad van het land.

Na een mislukte poging om de controle over Osh opnieuw te veroveren, sloegen aanhangers van Akayev op de vlucht waardoor de indruk van een ineenstortend regime werd versterkt. De leiders van de revolte in Osh en het naburige Jalal Abad riepen een eigen "volksregering" uit. Tegen het einde van vorige week kende de beweging een uitbreiding naar de hoofdstad Bishkek in het meer ontwikkelde noorden van het land. Hierop besefte Akayev dat zijn tijd gekomen was en vluchtte hij naar Alma Ata over de grens in Kazakstan.

De "revolutie" in Kirgizië is de derde op 17 maanden tijd in een voormalige Sovjetrepubliek. De beweging kwam zo snel op dat de westerse media zelfs geen tijd kreeg om het een kleur toe te kennen. Er zijn gelijkenissen met de "roze revolutie" in Georgië of de "oranje revolutie" in de Oekraïne, aangezien de basis van de rebellie voortkomt uit de economische problemen, de corruptie en de schandalen van de heersende politieke elite. Maar de houding van de regionale grootmachten, Rusland, de VS en China, was er meer één van zenuwachtigheid omdat ze vreesden dat het compleet fout zou kunnen lopen.

Er is immers de dreiging van een etnische burgeroorlog of een opstand van de rechtse politieke islam indien de situatie niet stabiliseert onder de leiders die door de revolte de macht hebben gegrepen. China en de autoritaire regimes in Kazakstan, Tadjikistan en Oezbekistan vrezen bovendien dat de gebeurtenissen in Kirgizië als een voorbeeld zullen gezien worden onder hun eigen bevolking, aangezien die onder gelijkaardige condities leeft.

De "meest democratische" heerser van Centraal-Azië

De voormalige president van Kirgizië werd lange tijd beschouwd als de "meest democratische" heerser in Centraal-Azië en hij kon bij Washinton op applaus rekenen voor zijn liberaliseringen (privatiseringen en dereguleringen) van de voormalige genationaliseerde geplande economie. Zijn "democratisch" imago weerhield de president er echter niet van om zijn zoon Aidar en zijn dochter Bemet te laten "verkiezen" in het parlement in de hoop dat één van hen zijn opvolger zou kunnen worden, net zoals de leider van Azerbeidjan, Heydar Aliyev, de macht had overgedragen aan zijn zoon Ilham.

Kirgizië was de eerste voormalige Sovjetrepubliek die lid werd van de Wereldhandelsorganisatie in 1998, terwijl bijvoorbeeld Rusland nog steeds niet is toegelaten. Akayev reageerde erg positief toen het imperialisme na 11 september 2001 in de regio een aantal militaire bases wou opzetten. Er zijn in het land militaire bases van Rusland en de VS en er zijn tevens gezamenlijke militaire oefeningen met China waaraan het land verbonden is door de Shangai Samenwerkingsorganisatie (SSO).

Akayev kwam aan de macht als stalinistische partijleider in oktober 1990 waarbij hij het land op weg zette van het kapitalisme na het opbreken van de Sovjetunie in 1991. Ondanks die achtergrond in het oude stalinistische apparaat, werd hij door de opeenvolgende Amerikaanse presidenten gezien als een leider waarmee zaken vielen te doen. Dit geldt echter ook voor de nieuwe leiders die nu aan de macht komen. Maar in plaats van dit te kunnen beschouwen als een overwinning voor de Amerikaanse neo-conservatieven en hun filosofie van regimeveranderingen in de moslimwereld, haalt Washington opgelucht adem dat de beweging schijnbaar snel tot een einde aan het komen is.

Vladimir Zharikhin van een denktank in Moskou verklaarde: "In tegenstelling tot de gebeurtenissen in de Oekraïne is er hier geen pro-Westerse of pro-Moskou zijde bij de onrust." Marcus Muller van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) stelde: "Ik ben vooral bang van het machtsvacuüm dat ontstaan is."

Explosieve etnische spanningen

De republiek met vijf miljoen inwoners heeft weinig elementen die strategisch aantrekkelijk zijn voor de grootmachten. Er is een kleine reserve aan olie en gas, maar de economie is vooral gebaseerd op landbouw. Geografisch gezien is het land echter wel belangrijk in een complexe regio. In het zuiden van Kirgizië, het bastion van de rebellie, ligt de vallei Fergana die verdeeld is onder Kirgizië, Oezbekistan en Tadjikistan waar er gedurende het laatste jaar van de Sovjetunie etnische rellen plaats vonden. Dit is het dichtst bevolkte deel van Centraal-Azië en een vruchtbare plaats voor de ontwikkeling van de rechtse politieke islam. De meerderheid van de bewoners in het Kirgizische deel van de vallei zijn etnische Oezbeken die één zesde van de totale bevolking van het land uitmaken. Deze minderheid werd systematisch gediscrimineerd door de Kirgizische elite en vandaag is er een grote steun voor de Islamitische Hizb-e Tahrir partij dat banden heeft met Al Qaeda. Het Chinese regime is bovendien bezorgd dat de kleine minderheid van de Uighur voor meer onafhankelijkheid zal opkomen en het voorbeeld zou stellen voor de Uighurese bevolking in de Chinese provincie Xinjiang.

Op dit ogenblik vormen de islamisten nog geen belangrijke factor in de massabeweging tegen Akayev, ondanks het feit dat wel eens het tegendeel wordt beweerd. Dit kan evenwel snel veranderen op basis van desillusies in de opvolgers van Akayev. De rebellie in het zuiden is gebaseerd op de groeiende armoede. "Iedereen hier is werkloos", verklaarde een etnisch Oezbeekse betoger in Jalal Abad. "Zoek maar eens iemand die voldoende meel of brood heeft. Sinds 1991 zijn we de slaven van Akayev geworden", verklaarde hij aan het persagentschap Reuters.

Kirgizië is de tweede armste voormalige Sovjetrepubliek na Tadjikistan. Alhoewel de economie in 2004 met 7% was gegroeid, komt het land nu slechts aan een zelfde BNP als in 1990 toen de bureaucratisch geplande Sovjeteconomie nog aan de macht was. Dat zegt veel over de zogenaamde superioriteit van de markteconomie. Zelfs The Economist (in haar dossier "Survey of Central Asia" op 26 juli 2003) moest toegeven: "Economisch gezien betekende de val van de Sovjetunie een ramp voor de regio."

Groeiende armoede onder het kapitalisme

Het aantal mensen in Kirgizië dat onder de armoedegrens leeft is toegenomen van één derde vlak voor de onafhankelijkheid tot de helft van de bevolking in 2003. Dit verklaart de grootschalige plunderingen van winkels en zelfs een aantal privé-woningen bij de anti-regeringsbetogingen. Terwijl dit begrijpbaar is omwille van de armoede onder de landelijke bevolking, wijst het ook op de afwezigheid van een sterk georganiseerde arbeidersbeweging als belangrijke kracht in de beweging.

Arbeidersorganisaties zouden overgaan tot de vorming van verkozen comités op de werkplaatsen en in de wijken om de protestacties op een democratische wijze te organiseren, om het voedsel en andere basisbehoeften in beslag te nemen en op een democratische en eerlijke wijze te verdelen waardoor kan worden ingegaan tegen de individuele plunderingen en vernielingen. De "leiders" van de revolte zijn een diverse groep van voormalige politici, vroegere aanhangers van de president die door het gebrek aan een duidelijk alternatief van de straat er in slagen om zichzelf aan het hoofd van de rebellie te plaatsen. Naast het feit dat ze allen ooit het slachtoffer werden van maneuvers van Akayev, worden ze enkel verenigd door hun vrees van een politiek vacuüm in het land. Dit leidde er hen toe om zich, minstens tijdelijk, te verenigen achter de voormalige premier Kurmanbek Bakiyev. Die gaf in een interview met de Washington Post reeds aan wat de vrees van deze groep is, toen hij verklaarde dat de situatie mogelijks uit de hand zou kunnen lopen.

Komt er nu stabiliteit?

Zowel Moskou als Washington zullen de nieuwe leiders verwelkomen in de hoop dat ze de situatie kunnen stabiliseren. Maar de nieuwe leiding is een verdeelde coalitie met tegengestelde ambities waarbij ze allen een basis hebben van steun in verschillende delen van het etnische lappendeken in het land.

Bakiyev moest in 2002 ontslag nemen als premier toen zes anti-regeringsbetogers werden doodgeschoten door de politie. Dat is bezwaarlijk een democratische daad. Zoals in Georgië werd aangetoond, komen elementen als corruptie, nepotisme en een autoritair bewind snel terug na het omverwerpen van een corrupte leider. Een gelijkaardig lot wacht Kirgizië indien het pro-kapitalistische programma van de nieuwe leiders wordt doorgevoerd. Dat is onvermijdelijk op kapitalistische basis aangezien dit systeem geen economische ontwikkeling of blijvende democratische rechten kan aanbieden in de regio.

Het beleid van de VS in de regio na de oorlogen in Afghanistan en Irak versterken de etnische spanningen en destabiliseren de samenleving verder, niet in het minst door de grote toevoer van heroïne uit Afghanistan. Daar vormt heroïne 20% van het BNP onder het regime dat een marionet is van de VS. De vallei Fergana is een cruciale handelsroute voor de drugs. Het aantal drugsverslaafden in Centraal-Azië is vernegenvoudigd sinds de val van de Sovjetunie.

Tegelijk vormt de ervaring van de "volksmacht", zelfs zonder een duidelijk programma of leiding die bereid is tegen de heersende orde in te gaan, een potentiële bedreiging voor het imperialisme en het kapitalisme in de regio. De massale acties hebben een corrupte despoot verdreven en dat is een gevaarlijk precedent voor alle heersers in de regio. Nu is er nood aan arbeidersorganisaties in de regio die een duidelijk socialistisch en internationalistisch alternatief aanbieden op de nachtmerrie van het kapitalisme met haar autoritaire regimes.

Delen: Printen: