Libanon op een kookpunt

Na de moord op ex-premier Raffic Hariri op 14 februari stortte het Libanese regime in een diepe crisis. De heersende klasse was verdeeld. Honderdduizenden Libanezen betoogden om de beurt voor of tegen de regering en de bezettende macht van Syrië. De tegenstellingen in het 3,5 miljoen inwoners tellende land zijn zodanig dat het scenario van een burgeroorlog niet uit te sluiten valt.

Thierry Pierret

De crisis barstte los in september 2004. Raffic Hariri, toenmalig eerste minister, nam met slaande deuren ontslag. Dit uit protest tegen de ongrondwettelijke verlenging van het mandaat van de pro-Syrische president Lahoud. Vooraleer in de politiek te stappen, stapelde Hariri een kolossaal fortuin op door de wederopbouw van het land, dat 15 jaar lang door burgeroorlog was geteisterd. De bouwsector trok stromen kapitaal aan uit de Libanese diaspora en verschafte werk aan vele Syriërs.

Tijdens de wederopbouw stapelden zich ook de sociale ongelijkheden op. De grote infrastructuurwerken en het commercieel centrum in Beiroet kenden een heropleving. Daartegenover deinden de schrijnende toestanden in de volkswijken en de Palestijnse vluchtelingenkampen echter als een vlek uit. De markt van de wederopbouw zorgde voor enorme winsten. Burgerlijke politici van alle partijen verrijkten zich door een ongeziene corruptie.

Libanon is tevens de draaischijf van allerhande malafide handelspraktijken. Dit met medeweten van de militairen en de Libanese en Syrische inlichtelingendiensten. Deze praktijken verbitterden de armere lagen die niets konden meepikken van de koek van het "Libanese wonder", die enkel voor het gevestigde regime en de Syrische bezettingsmacht leek gebakken te zijn. De moord op Hariri was enkel het vuur aan de lont in dit kruitvat.

Welke uitweg uit de crisis?

Veel Libanezen wijzen Syrië met de vinger. Na een oproep van de oppositie kwamen honderdduizenden meermaals op straat, waarop de pro-Syrische eerste minister ontslag nam. De oppositie voelt de wind in de zeilen sinds de VN vorig jaar een resolutie goedkeurde waaron de terugtrekking van de Syrische troepen wordt geëist. Frankrijk hoopt daarmee voet aan de grond te krijgen in Libanon. De VS, van hun kant, hopen hiermee een stap verder naar de omverwerping van het Syrische Baath-regime te zetten.

Als Syrië zich effectief uit Libanon terugtrekt, heeft het geen drukkingsmiddel meer op Israël, aangezien de door haar gesteunde islamfundamentalistische Hezbollah zo in het nauw gedreven wordt. Daarnaast zou dit een deel (of alle) Syrische arbeiders die in Libanon werken – en door een deel van hun salaris naar Syrië te sturen daar de economie helpen overeind te houden – uit het land kunnen drijven.

Syrië heeft, onder enorme druk, besloten om haar troepen terug te trekken. Het zal nochtans niet aarzelen om Libanon opnieuw te destabiliseren, als de oppositie de verkiezingen dreigt te winnen in mei. Er vonden reeds terreur-aanslagen plaats in de christelijke wijken. Deze aanslagen zullen enkel toenemen in de aanloop naar de verkiezingen.

Syrië is ook begonnen met de mobilisatie van haar aanhangers in Libanon. In navolging van een oproep door Hezbollah betoogden op 8 maart een half miljoen sjiieten in Beiroet om hun steun aan Syrië te betuigen. Zelfs als de mobilisatiekracht van Hezbollah voornamelijk te danken is aan haar netwerk van sociale dienstverlening, en minder aan een actieve aanhang, is het risico op een confrontatie tussen de religieuze en etnische groepen in de bevolking niet minder dreigend.

Verschillende delen van de oppositie aarzelen niet om opzettelijk haat te zaaien tegen de Syrische gastarbeiders en de 400.000 Palestijnse vluchtelingen in het land. Deze ophitserij drijft deze bevolkingsgroepen enkel verder in de armen van Damascus. De andere betrokken landen, met of zonder de steun van het imperialisme, zullen trachten steunpunten te zoeken bij een van de Libanese bevolkingsgroepen, gericht tegen Syrië. Het gevaar bestaat dat de betrokken staten van het Midden-Oosten hun rekeningen zullen vereffenen op de rug van de Libanese bevolking.

De afwezigheid van een geloofwaardige, socialistische arbeidersoppositie laat zich hard voelen. Zo’n oppositie zou de strijd tegen de Syrische bezetting van het land linken met de strijd tegen de Libanese kapitalisten en haar corrupte politieke vertegenwoordigers. Zo’n oppositie zou de politieke en sociale gelijkheid van de Syrische, Libanese en Palestijnse arbeiders verdedigen en actief de eenheid organiseren van de hele arbeidersklasse van het land.

Delen: Printen: