Chirac op weg naar een nederlaag bij referendum over Europese grondwet?

Op donderdag 10 maart kwamen in Frankrijk meer dan 1 miljoen mensen op straat voor een hoger loon en tegen een verlenging van de werkweek. Arbeiders uit de privé-sector sloten zich aan bij hun collega’s uit de openbare diensten. Veteranen van vorige betogingen betoogden samen met jonge arbeiders en scholieren die voor de eerste keer op straat kwamen. Dit was de vijfde nationale actiedag sinds het begin van 2005 en de belangrijkste sinds de lente van 2003, toen er protest was tegen de ‘hervormingen’ van de pensioenen door de rechtse regering, geleid door eerste minister, Jean-Pierre Raffarin. Volgens de vakbonden lag de opkomst twee maal zo hoog als de tijdens de vorige actiedag van 5 februari, wat nochtans een zaterdag was. De indrukwekkende vertoning van de arbeidersklasse heeft het Franse establishment en de rechtse regering in de verdediging geduwd.

Karl Debbaut

De regering-Raffarin, die ondersteund wordt door de strategen van de werkgeversorganisatie Medef en president Jacques Chirac, geloofde dat ze het verzet van de arbeiders gebroken had in de lente van 2003. De weigering van de vakbonden om een nationale staking te organiseren, liet de regering toe om de hervormingen van de pensioenen door te voeren. De regering ging door met het offensief van het patronaat. Ze privatiseerden delen van de energie- en gasvoorziening. Ze gingen door met de aanvallen op de sociale diensten en het onderwijs. Ze maakten de post en de spoorwegen ook klaar voor een privatisering. Op 8 februari maakte de regering een einde aan de 35-urenweek door de patroons in de praktijk de toestemming te geven om hun personeel langer te laten werken zonder ze daarvoor extra te betalen. Er is veel ongenoegen over de pogingen van de patroons om mensen meer te laten werken. Veel arbeiders zijn echter niet vergeten dat de invoering van de 35-urenweek door de laatste ‘linkse” regering – bestaande uit een coalitie van sociaal-democraten, groenen en ‘communisten’ en een aantal onafhankelijken – in de praktijk een brutale flexibilisering van de arbeidsmarkt in de privé-sector betekende. In de autofabriek van Citroën in Seine-Saint-Dennis worden er evenveel wagens geproduceerd in een 4 dagenweek als vroeger in een 5 dagenweek.

Pogingen van de patroons om de werkweek te verlengen, betekenen in de praktijk een verdere daling van de reële lonen van de Franse arbeiders uit de privé-sector. De 5,2 miljoen arbeiders in de publieke sector hebben dezelfde uitholling van hun lonen gezien. Volgens de CGT, de 2de grootste vakbondsfederatie in Frankrijk, zijn de reële lonen in Frankrijk de laatste 3 jaar tussen de 5% en de 6% gedaald. De overheid bood haar personeel een loonsverhoging aan van 0,5% vanaf 1 februari 2005 en een verhoging van nog eens 0.5% vanaf 1 november.

Raffarin wachtte 3 dagen om de acties van de vakbonden van 10 maart te beantwoorden. Toen hij de vertegenwoordigers van de vakbonden uitnodigde om te onderhandelen over de lonen in de openbare diensten stelde hij in zijn onnavolgbare stijl: “Vandaag moed hebben, wil zeggen hervormen…. Politieke helderheid toont de balans tussen luisteren en vastberadenheid…. In de eerstvolgende dagen zal ik tonen dat ik in staat ben om eerst het eerste en daarna het andere in de praktijk om te zetten”. Hij riep de patroons ook op om na te denken over concrete initiatieven om de loononderhandelingen in de privé-sector op te starten.

Antoine Seillière, voorzitter van Medef, verklaarde dat noch de overheid noch de werkgeversfederatie (Medef) over de autoriteit beschikte om de lonen in de privé-sector te bepalen. Hij betreurde ook dat de overheid zo snel reageerde op de protesten van de vakbonden. Raffarin en Chirac hebben besloten om van strategie te veranderen. Ze proberen tijd te winnen en hebben een aantal kleine toegevingen gedaan. Ze hebben schrik van de steeds groter wordende acties van de arbeiders uit de openbare diensten en de privé sector, en meer specifiek over de toenemende stemming onder de Franse bevolking tegen de Europese Unie (EU) en de Europese grondwet. De Franse arbeiders kijken naar het beleid van de Franse regering en de Europese Unie en komen tot de conclusie dat ze één pot nat zijn. De neoliberale drang om te privatiseren en de levens- en arbeidscondities van miljoenen arbeiders te dereguleren en te ondermijnen, staan centraal bij zowel de Franse regering als bij de Europese Unie.

De CGT roept op voor een stem tegen de Europese grondwet in het referendum dat voorzien is op 29 mei. Hierdoor hebben ze van het referendum een centraal element gemaakt in de mobilisatie van de arbeidersklasse tegen Raffarin en hebben ze zo de druk vergroot op de partijen die voorstanders zijn van de grondwet zowel in de regering als in de oppositie. Omdat de volgende nationale verkiezingen pas over 2 jaar zijn is het referendum de eerste kans om de huidige regering af te straffen. De steun voor de Europese grondwet neemt langzaam af in Frankrijk. 10 weken voor het referendum steunt nog slechts 56% van de bevolking de grondwet, wat 10% lager is dan 3 maanden geleden. Een opiniepeiling die verscheen in Le Parisien van 18 maart verklaart dat 49% voor zou zijn en 51% tegen. Het is de eerste keer dat de tegenstanders van de grondwet leiden in de opiniepeilingen en dit bericht zal veel Franse en Europese leiders zich wellicht in hun croissant hebben doen verslikken.

De rechterzijde is verdeeld over dit onderwerp met een aantal belangrijke figuren, zoals de voormalige minister van binnenlandse zaken Charles Pasqua, die zich tegen de grondwet uitspreken: “Dit verdrag legt de fundamenten van het “Nieuwe Europa” waar Donald Rumsfeld van droomt: ondergeschikt aan de financiële markten, gevormd in de Atlantische visie waar de toetreding van Turkijke een onderdeel van is en een Europa dat de facto onderdeel wordt van de ‘New World Order’.”

De PS (Parti Socialiste) organiseerde een intern referendum om de positie van de partij te bepalen. De leider van de PS, François Hollande voerde campagne voor de grondwet en won. Zijn belangrijkste tegenstander was voormalig eerste minister, Laurent Fabius, algemeen beschouwd als de nummer 2 van de partij. De tegenstanders kregen echter 42% van de stemmen. Dit wil echter niet zeggen dat de interne discussie voorbij is. Nieuwe opiniepeilingen stellen dat mocht het intern referendum nu hebben plaatsgevonden de tegenstanders met 59% van de stemmen zouden hebben gewonnen. Fabius en andere leiders van de PS gaan gewoon door met hun campagne tegen de grondwet, wat nog meer gewicht heeft aan hun ambitie om de PS te leiden in de verkiezingen van 2007. De interne strijd is brutaal en interne hergroeperingen of breuken kunnen niet worden uitgesloten. Henri Emmanuelli, leider van Nouveau Monde, één van de minderheidsgroeperingen binnen de PS en tegen de grondwet, vergeleek leden van de PS die de EU grondwet verdedigden met de socialisten die instemden met de volmachten aan het collaborerende Vichy regime van Henri Pétain in 1940.

De spanningen lopen zo hoog op dat Chirac publiekelijk afstand heeft genomen tegen de dienstenrichtlijn van Bolkenstein. Hij zei dat het “onaanvaarbaar” was en dat de twee zaken niet aan elkaar gelinkt mochten worden. Volgens geruchten heeft hij de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barosso, gevraagd om een betere controle uit te oefenen op zijn commissarisen. Recent hebben immers een aantal commissarisen opschudding veroorzaakt in de Franse media door hun openlijk neoliberale retoriek die niets aan de duidelijkheid te wensen over liet. Danuta Hübner, commissaris voor regionaal beleid, verklaarde dat: “in plaats van een einde te maken aan delokaliseringen de EU dit zou moeten stimuleren in de Europese Unie.” Nelli Kroes, commissaris voor concurrentiebeleid, voegde daar aan toe: “ EU steun aan arme regio’s binnen de rijkere EU lidstaten moet worden stopgezet.” Vladimir Spidla, commissaris voor sociale zaken gooide de knuppel in het hoenderhok door te stellen dat de: “ doelstelling in de eerste plaats flexibiliteit is.” Peter Mandelson, beloond door Tony Blair met een belangrijke post binnen de Europese Commissie, deed zijn deel door de lidstaten er aan te herinneren: “dat ze verder moesten gaan met de hervormingen van hun arbeidsmarkt en sociale zekerheid.”

De situatie in Frankrijk is zeer gespannen voor de regering en de elite. De strategie van Raffarin is om onderhandelingen voor te stellen en te proberen om de eenheid tussen de arbeiders in de privé sector en de openbare diensten te breken. Door een aantal toegevingen te doen aan de vakbondsbureaucratie zal hij proberen om de mobilisaties te breken en om tegelijkertijd een overwinning te boeken in het referendum. De arbeiders en jongeren in Frankrijk hebben veel inzicht en energie getoond in hun strijd tegen het neoliberalisme en kapitalisme. Deze strijd heeft Frankrijk beschermd voor de ergste uitwassen van het neoliberalisme. Deze situatie wordt door de nieuwe minister van financiën Thierry Breton omschreven als de: “collectieve weigering van een hele generatie…. om te hervormen wat hervormd moet worden en om overschot weg te snijden.”

De huidige beweging in Frankrijk en de mogelijkheid van een nee-stem over de Europese grondwet op 29 mei kan een zeer grote invloed hebben op de politieke ontwikkelingen. Het kan leiden tot breuken binnen de centrum-linkse en rechtse partijen en tot hergroeperingen in het politieke landschap. De arbeidersklasse wordt op dit moment nog geblokkeerd door een gebrek aan een echt socialistisch alternatief. Hoewel in het verleden vele kansen om een nieuwe arbeiderspartij op te richten werden gemist, zal de huidige situatie nieuwe kansen bieden aan de Franse arbeidersklasse en Europa om stappen vooruit te zetten.

Delen: Printen: