Het rapport van het Amerikaanse Antidoping-agentschap USADA over de zevenvoudige Tour-winnaar Lance Armstrong en zijn team US Postal zorgde enkele jaren na de zaak-Fuentes voor alweer een zwarte dag voor het wielrennen en de hele sportwereld. In het dossier getuigen verschillende ex-ploeggenoten over systematisch dopinggebruik bij US Postal en andere ploegen. Een van de spilfiguren is dokter Ferrari die aan deze doping- en witwaspraktijken ruim 30 miljoen euro verdiende.

Artikel door Wouter K (Gent) uit de novembereditie van ‘De Linkse Socialist’

Doping is al jaren aanwezig in de (wieler-)sport. De dood van Tom Simpson op de Mont Ventoux in 1967, wielergod Eddy Merckx die tot drie keer toe betrapt is, de Festina-affaire, de zaak Fuentes,… Er zijn voldoende voorbeelden die aangeven dat de sport allesbehalve clean is. En dit beperkt zich niet tot het wielrennen. In de zaak-Fuentes waren 200 atleten betrokken, waaronder grote namen uit het voetbal, Formule 1 en tennis.

De steeds groter wordende commerciële belangen versterken de prestatiedruk die voorheen al zeer hoog was. Lance Armstrong verdiende tijdens zijn profcarrière tot 17,5 miljoen dollar per jaar. Daarvan kwam ‘slechts’ drie miljoen van het prijzengeld voor zijn zeven eindzeges en diverse ritoverwinningen in de Tour de France. De rest kwam van gigantische bonussen die van privésponsors kwamen. Verzekeringsmaatschappij SCA bijvoorbeeld gaf Armstrong 5 miljoen euro bij zijn Tourzege in 2004.

Als er zo’n grote bedragen in het spel zijn, dan is de 1 miljoen euro die Armstrong aan dopingdokter Ferrari gaf een investering die snel werd terug verdiend. En als hij dan toch betrapt wordt, zijn er nog steeds de sponsors. Die hebben niet graag dat hun naam door het slijk wordt gehaald en zijn bereid om daar voor te betalen. De toenmalige voorzitter van de internationale wielerfederatie UCI, Hein Verbruggen, zou van Nike een half miljoen euro smeergeld hebben gekregen om een positieve dopingtest in 1999 onder tafel weg te moffelen.

We moeten opkomen voor een sportgebeuren dat op de eerste plaats zorgt voor ontspanning. De competitie, spanning,… moeten daarbij niet verdwijnen maar wel ontdaan worden van de commerciële belangen die vandaag het sportieve overheersen. Het verzwaren van de parcours om extra spektakel te krijgen, heeft de meeste wielerwedstrijden herleid tot een gesloten koers die pas in het laatste uur ontploft. Dat is misschien ideaal voor sponsors en rijke organisatoren als Wouter Vandenhaute, maar het is teleurstellend voor echte sportliefhebbers. Opkomen voor een “zuivere” sport, betekent voor ons ook opkomen voor een socialistische samenleving waarin de behoeften van de meerderheid van de bevolking centraal staan en niet het winstbejag van een kleine minderheid.

Een socialistische samenleving kan de sport vrij maken van alle negatieve kenmerken van het kapitalisme die de mensheid in zijn greep houdt, namelijk vijandigheid, egoïsme, valsheid, winstbejag, liegen en bedriegen. Onder het socialisme, waarbij een enorme toename van de vrije tijd mag worden verwacht via de herverdeling van het werk, kunnen de voorwaarden worden gecreëerd waarbij elk individu de kans en de tijd krijgt om sport te beoefenen, talenten te ontdekken en zich op een gezonde manier te meten aan anderen. Maar dit alles in een sfeer van vriendschappelijke competitie, respect en bewondering voor elkaar.