Massabetoging in Brussel: nood aan eengemaakte strijd en een politiek alternatief

Op 19 maart werd massaal betoogd in Brussel. Drie betogingen kwamen samen in één grootse manifestatie met naar schatting zo’n 80.000 deelnemers vanuit heel Europa. De betoging gaf de sterkte van een Europese mobilisatie aan, de groeiende radicalisatie en actiebereidheid aan de basis, maar ook het gebrek aan een politiek verlengstuk waardoor de traditionele partijen zich een aanwezigheid konden permitteren.

Jongerenmars voor werk: oppositie tegen regering of luide muziek als steun voor regering?

Maandenlang werd campagne gevoerd voor de Jongerenmars voor Werk. Het initiatief voor deze betoging kwam van Blokbuster dat in april vorig jaar hieromtrent een brief verstuurde naar de vakbondsjongeren. We schreven toen dat het noodzakelijk was om in actie te komen tegen het ondermijnen van de arbeidscondities waarbij ook de geplande jacht op de werklozen dat gemakkelijker moest maken. In plaats van de werkloosheid aan te pakken, kiest de regering ervoor om de werklozen aan te pakken.

Daarnaast legden we nadruk op het feit dat het noodzakelijk is om strijdbewegingen of oppositie tegen het beleid te verenigen. Met de geplande privatiseringen en liberaliseringen in de openbare diensten, de aanval op de lonen in de privé-sector, de bedreiging van de arbeidsduur, … is het noodzakelijk om samen in actie te komen om zo een krachtsverhouding uit te bouwen.

De vakbondsjongeren gingen tot op zekere hoogte mee met deze logica. Het is te zeggen dat er een Jongerenmars gekomen is, maar dat wel geprobeerd werd om het karakter van deze betoging zo apolitiek mogelijk te houden. De luide muziek en het karnavaleske karakter dienden ertoe om te vermijden dat een radicale boodschap naar voor kwam. Het was dan ook geen toeval dat we in de betoging zelf figuren als Vandenbroucke of Stevaert zagen meelopen. Frank Vandenbroucke, de man van de jacht op de werklozen, die achter een spandoek aanloopt voor meer werk… Wellicht had de betoging nog meer een karnavalsstoet moeten zijn om de hypocrisie daarvan te verbergen. LSP is op de Jongerenmars tegen de aanwezigheid van de traditionele politici ingegaan met slogans als “neo-liberalen, dikke asocialen”.

De Linkse Socialistische Partij heeft maandenlang campagne gevoerd voor de Jongerenmars voor Werk. Voor ons lag de nadruk niet enkel op de betoging van 19 maart zelf, maar vooral op het uitbouwen van een krachtsverhouding aan de basis. We hebben de voorbije maanden onze aanwezigheid aan de doplokalen opgedreven en krijgen er een steeds betere respons. Velen keken uit naar de Jongerenmars, ook al namen ze er zelf niet aan deel. Ook hebben we van de gelegenheid gebruik gemaakt om te bouwen aan een sterkere aanwezigheid in de bedrijven. Daarbij was het belangrijk dat we een programma naar voor brachten van het eenmaken van strijdbewegingen en daar een concreet initiatief aan konden koppelen met de Jongerenmars voor werk.

Voor ons was de campagne voor de Jongerenmars een geslaagde campagne. Het kwam misschien nog vroeg in die zin dat de bereidheid om het passieve ongenoegen tegenover de toenemende werkloosheid, flexibiliseringen, interimarbeid, … om te zetten in een actieve oppositie nog beperkt is. Maar na de betogingen tegen het IPA in december en in verschillende sectoren (de Witte Woede, de voedingssector, Splintex, …) kwam deze Jongerenmars en de Europese betoging op een uitstekend moment.

Euromars: Franse CGT betoogt tegen Europese Grondwet

Het meest opvallende blok van de betoging was ongetwijfeld dat van de Franse vakbond CGT. Na de massale betogingen van de afgelopen weken in Frankrijk, was het duidelijk dat die radicalisatie ook gevolgen had voor de Europese betoging in Brussel. Duizenden aanhangers van de CGT zakten af naar Brussel en vormden er ongetwijfeld de meest indrukwekkende delegatie van de dag. Er waren slogans tegen de Europese Grondwet en tegen het neo-liberale beleid van de EU. Dat is opvallend aangezien vanuit de CGT-leiding aanvankelijk niet gekozen werd voor een standpunt tegen de Europese Grondwet.

Dat is een belangrijke vaststelling omdat het wijst op een tegenstelling tussen de standpunten van de basis en de actiebereidheid rond een thema als de neo-liberale EU-Grondwet enerzijds en de positie van de vakbondsleiding anderzijds. In het geval van de CGT heeft de leiding moeten plooien en moet ze zich uitspreken tegen de EU-grondwet.

De Europese betoging was gericht tegen de richtlijn-Bolkestein waarmee de dienstensector zou geliberaliseerd worden. Op de betoging zelf was het echter duidelijk dat heel het neo-liberale project van de Europese Unie niet aanvaard wordt. De Europese Grondwet was een belangrijk thema voor de betogers, omdat dit een nieuwe uitdrukking is van het neo-liberale project waarbij de referenda in verschillende landen kansen bieden om de bevolking te mobiliseren en zich te laten uitspreken tegen deze EU.

Indrukwekkende mobilisatie

Vooraf werd door de vakbondsleiding gedacht aan een opkomst van een 50.000-tal betogers. Uiteindelijk werden er het veel meer, de traditionele media heeft het over 60.000 maar dat lijkt ons een onderschatting. Het is moeilijk om een exact aantal te noemen voor de betoging, maar 80.000 lijkt ons realistisch. Over het cijfer kan gediscussieerd worden, maar alleszins staat vast dat er bijzonder veel betogers waren en meer dan verwacht. Bovendien werd duidelijk dat het idee van een Europese mobilisatie een zekere ingang gevonden heeft. Dat is onder meer één van de verdiensten van de antiglobaliseringsbeweging en de protestacties tegen de verschillende Europese toppen de afgelopen jaren.

Op de betoging werd echter ook duidelijk wat een aantal beperkingen zijn. De noodzaak van een strijdbare en democratische vakbondsleiding die in staat is om concrete strijdbewegingen te verbinden met mobilisaties rond bredere thema’s als de EU om van daaruit strijd één te maken. De mobilisatie vanuit de Belgische vakbonden was relatief beperkt en de band met concrete thema’s die vandaag belangrijk zijn (de loonnorm en de acties ertegen in de voedingssector of de witte woede van de afgelopen maanden), was niet sterk aanwezig.

Verder was ook vooral het gebrek aan een politiek alternatief voelbaar op de betoging. Dit maakte het voor de traditionele partijen mogelijk om aanwezig te zijn. Zowat het voltallige politieke establishment stuurde afgevaardigden. Naast de SP.A en Groen, zagen we ook CD&V, N-VA, … Die waren uiteraard niet aanwezig om tegen hun eigen beleid te protesteren of om de oppositie te versterken tegen het beleid waar ze mee verantwoordelijk voor zijn.

De creatie van een eigen politiek verlengstuk dat de belangen verdedigt van de arbeiders en hun gezinnen zou een fundamentele stap vooruit zijn en zou het de traditionele partijen moeilijker maken om hun hypocrisie vol te houden. Het zou bovendien strijdbewegingen versterken met een politiek perspectief waardoor de krachtsverhouding van de arbeiders en jongeren sterker zou zijn.

CWI op de betoging

Wij vormden een eigen delegatie op de Jongerenmars voor Werk. Enkele honderden jongeren liepen mee in ons blok en scandeerden slogans tegen de werkloosheid en voor een socialistisch alternatief. Door de drukte aan het vertrekpunt (Zuidstation), was het niet evident om jongeren naar het betogingsblok van de Jongerenmars te krijgen. De grote opkomst zorgde ervoor dat alles door elkaar kwam te staan. Toch slaagden we er in om enkele honderden jongeren in onze delegatie te organiseren. Daaronder waren er ook kameraden uit Frankrijk, Duitsland, Nederland en Engeland. We verdeelden voor de aanvang van de betoging een klein pamflet met een oproep om met ons mee op te stappen en tijdens de betoging verdeelden we een uitgebreid internationaal pamflet.

Daarnaast verkochten we heel wat politiek materiaal: onze krant, stickers, brochures, … Er werden zo’n 500 exemplaren van ons maandblad verkocht en nog eens ruim 100 van onze internationale kranten, waaronder 75 Franse kranten. We haalden daarnaast zo’n 400 euro op met politiek materiaal. Tenslotte werd ook strijdfonds opgehaald met broodjes en drank.

Nu zal het erop aankomen om vanuit deze sterke mobilisatie verder te gaan met onze campagnes tegen de jacht op de werklozen, voor degelijke jobs aan een degelijk loon, tegen de toenemende flexibilisering, voor arbeidsduurverkorting zonder loonsverlies en met bijkomende aanwervingen, … De Jongerenmars van 19 maart was slechts een beginpunt waarmee deze campagne in het startblok is gezet.

Delen: Printen: