Motie van wantrouwen tegen ALS

GRONDEN

A. Hinderen en verhinderen van activiteiten van andere verenigingen

Voor de uitspraken die gedaan zijn op de PFK-vergaderingen van 21-12-04 (verslag 4) en 22-02-05 (verslag 5) en een artikel op de ALS-website.

De ALS-vertegenwoordiger stelde op de vergadering van 21-12-04, zoals verbeterd op de vergadering van 22-02-05, dat ALS inderdaad had opgeroepen tot het blokkeren van het debat dat door het KVHV op 16 november was georganiseerd. “We hebben opgeroepen tot een protestactie en blokkage, nadat het debat verboden was.” Dat het debat niet mocht doorgaan in het auditorium van de universiteit doet geen afbreuk aan het feit dat het om een blokkering van een activiteit van een andere vereniging gaat.

Een verwijzing naar die actie is te vinden op de website (http://www.lsp-mas.be/als/2004-11-kvhvgent.php) van het ALS in een verslag geschreven door Koenraad Depauw (bijlage 1).

Op de vergadering van 22-02-05 stelde de ALS-vertegenwoordiger dat:

– “Er was pas een blokkade wanneer de toegang al was ontzegd.”

– “Wij willen dat fascistische activiteiten niet doorgaan aan de universiteit. Geen fascisten aan de universiteit. Wij willen dat bepaalde verenigingen hun mening niet kunnen uiten. De universiteit mag geen forum voor fascisme zijn. Zo’n activiteiten kunnen niet en wij zijn vrij om dat te kunnen zeggen.”

Gezien de uitspraken van de ALS-vertegenwoordiger in het PFK-verslag van 21-12-04 (na aanpassing, te vinden in het PFK-verslag van 22-02-05, door het ALS mee is goedgekeurd), de uitspraken in het PFK-verslag van 22-02-05 en het artikel op de ALS-website is er duidelijk sprake van een schending van de PFK-statuten en het Reglement m.b.t. de subsidiering van studentenactiviteiten.

1.) De PFK-statuten stellen immers in art. 30 dat wanneer uit activiteiten, publiciteit of ideologie van de vereniging blijkt dat deze aanzet tot racisme of seksisme, of dat ze handelt in strijd met de democratische beginselen of de principes zoals verwoord in de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, kan een motie van wantrouwen worden ingediend.

Art. 30. Wanneer uit de activiteiten, de publicaties of de ideologie van de vereniging blijkt dat deze aanzet tot racisme of seksisme, of dat ze handelt in strijd met de democratische beginselen of de principes zoals verwoord in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, kan een motie van wantrouwen worden ingediend tegen deze vereniging. Deze motie is slechts ontvankelijk wanneer zij door tenminste twee erkende verenigingen wordt ingediend en integraal wordt opgenomen in de voorbereidende documenten. De Algemene Vergadering kan over de motie slechts geldig beraadslagen indien tweederde van de erkende verenigingen aanwezig zijn. Indien de Algemene Vergadering de feiten voldoende ernstig en bewezen acht, kan zij bij een tweederde meerderheid beslissen de betrokken verenigingen uit het PFK te sluiten.

In casu is er duidelijk sprake van een schending van art. 2 juncto art. 18, 19 en 20 UVRM.

Art. 2. Een ieder mag zich beroepen op al de rechten en al de vrijheden die in deze Verklaring worden afgekondigd, zonder enig onderscheid, met name van ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of elke ander opinie, nationale of sociale afkomst, fortuin, geboorte of elk andere toestand. Bovendien zal geen onderscheid gemaakt worden dat berust op het politiek, administratief of internationaal statuut van het land of van het gebied waarvan een persoon onderhorige is, hetzij dit land of gebied onafhankelijk ofwel onder trustschap, niet-zelfbesturend of aan enige beperking van soevereiniteit onderworpen is.

Art. 18. Een ieder heeft het recht op vrijheid van gedachte, van geweten en van godsdienst; dit recht sluit de vrijheid in van godsdienst of van overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid, zijn godsdienst of zijn overtuiging te belijden, alleen of gemeenschappelijk, zowel in het openbaar als in eigen kring, door middel van onderwijs, praktijk, eredienst en ritus.

Art. 19. Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en van uiting van zijn mening, wat het recht insluit niet verontrust te worden omwille van zijn meningen en het recht door om het even welk uitdrukkingsmiddel en, zonder inachtneming van grenzen, inlichtingen en ideeën op te zoeken, te ontvangen en te verspreiden.

Art. 20.

1. Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging.

2. Niemand kan er toe gedwongen worden deel uit te maken van een vereniging.

2.) Op basis van art. 3 lid 5 van het Reglement m.b.t. de subsidiering van studentenactiviteiten, mag een activiteit geen inbreuk vormen op de democratische beginselen en de fundamentele rechten en vrijheden zoals vervat in de Grondwet en het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele vrijheden, noch tot dergelijke inbreuken aanzet of beoogd bij te dragen tot de legitimatie ervan.

Artikel 3. Een studentenactiviteit is subsidieerbaar indien:

1. ze wordt georganiseerd door een overeenkomstig afdeling IV erkende studentenvereniging;

2. de organiserende studentenvereniging niet geschorst is overeenkomstig art. 16;

3. de organiserende erkende vereniging in het burgerlijk jaar voorafgaand aan dat waarin de activiteit doorgaat ten minste tien openbare studentenactiviteiten heeft georganiseerd;

4. de activiteit kadert binnen de doelstellingen van de vereniging en de doelstellingen vermeld in art. 2 van dit reglement;

5. de activiteit geen inbreuk vormt op de democratische beginselen en de fundamentele rechten en vrijheden zoals vervat in de Grondwet en het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, noch tot dergelijke inbreuken aanzet of beoogt bij te dragen tot de legitimering ervan;

6. de activiteit openbaar is;

7. het geen activiteit met winstoogmerk betreft.

Voor verenigingen die pas in de loop van het voorgaande burgerlijk jaar erkend werden wordt het in eerste lid, 3° bepaalde aantal activiteiten herleid in verhouding tot het aantal maanden dat de vereniging erkend was, rekening houdend met de normale periodes van inactiviteit t.g.v. blok-, examen- en vakantieperiodes. Voor verenigingen die deel uitmaken van het Activiteitenkonvent geldt de bepaling uit artikel 6, eerste lid, 7°.

Gezien de feiten is er duidelijk een inbreuk op de in art. 9, 10 en 11 van het EVRM vervatten beginselen.

Art. 9. Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst

1. Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door de eredienst, door het onderwijzen ervan, door de practische toepassing ervan en het onderhouden van de geboden en voorschriften.

2. De vrijheid van godsdienst of overtuiging te belijden kan aan geen andere beperkingen zijn onderworpen dan die welke bij de wet zijn voorzien, en die in een democratische samenleving nodig zijn voor de openbare orde, gezondheid of zedelijkheid of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Art. 10. Vrijheid van meningsuiting

1. Eenieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of door te geven, zonder inmenging van overheidswege en ongeacht grenzen. Dit artikel belet niet dat Staten radio-omroep-, bioscoop- of televisie-ondernemingen kunnen onderwerpen aan een systeem van vergunningen.

2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, welke bij de wet worden voorzien en die in een democratische samenleving nodig zijn in het belang van ’s lands veiligheid, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.

Art. 11. Vrijheid van vergadering en vereniging

1. Eenieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vergadering en op vrijheid van vereniging, met inbegrip van het recht om vakverenigingen op te richten en zich bij vakverenigingen aan te sluiten voor de bescherming van zijn belangen.

2. De uitoefening van deze rechten kan aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die welke bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving nodig zijn in het belang van ’s lands veiligheid, de openbare veiligheid, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Dit artikel verbiedt niet, dat wettige beperkingen worden aangebracht in de uitoefening van deze rechten door leden van de gewapende macht, van de politie of van het ambtelijk apparaat van de Staat.

Er eveneens een inbreuk op art. 26 en 27 van de Grondwet.

Art. 26. De Belgen hebben het recht vreedzaam en ongewapend te vergaderen, mits zij zich gedragen naar de wetten, die het uitoefenen van dit recht kunnen regelen zonder het echter aan een voorafgaand verlof te onderwerpen.

Deze bepaling is niet van toepassing op bijeenkomsten in de open lucht, die ten volle aan de politiewetten onderworpen blijven.

Art. 27 De Belgen hebben het recht van vereniging; dit recht kan niet aan enige preventieve maatregel worden onderworpen.

B. Het beplakken van universitaire gebouwen

De bijgevoegde foto’s laten weinig aan de verbeelding over.

Naast de slechte reputatie en de kosten voor het verwijderen die het ALS de universiteit daarmee bezorgd, kan het plakken van affiches gezien worden als een inbreuk op het eigendomsrecht zoals het geformuleerd is in art. 17 UVRM, art. 1 van het aanvullend protocol van 20 maart 1952 bij het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en art. 16 van de Grondwet.

Art. 17 UVRM.

1. Ieder persoon, hetzij alleenstaand of tot een collectiviteit behorend, heeft recht op eigendom.

2. Niemand mag op willekeurige wijze uit zijn eigendom ontzet worden.

Artikel 1 – Bescherming van eigendom protocol van 20 maart 1952 bij het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht.

Art. 16 Grondwet. Niemand kan van zijn eigendom worden ontzet dan ten algemenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald en tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling.

Het is duidelijk dat er geen twijfel mogelijk is dat door de feiten die bewezen zijn en onomstotelijk vast staan, het ALS zich heeft schuldig gemaakt, niet enkel aan het besmeuren van de gevels en de goede naam van onze Alma Mater, maar eveneens tegen de meest elementaire regels van de VN, de Raad Van Europa en België.

C. Daarnaast moet ook worden opgemerkt dat het ALS niet aan zijn proefstuk toe is.

1. Tijdens het debat over vreemdelingenstemrecht werd door de studentenbeheerder vastgesteld dat enkele bestuursleden en leden van de erkende studentenverenigingen ALS (Actief Linkse Studenten) zich onder de tegenbetogers bevonden De genoemde erkende studentenvereniging was door deelname aan de tegenbetoging in overtreding tegen Art. 2 van het reglement m.b.t. de subsidiëring van studentenactiviteiten op basis van volgende constateringen. (https://www.ugent.be/nl/univgent/bestuur/organen/ca80a/verslagen/2004/sr20040429.pdf) (bijlage 3)

2. Het ALS slaagt er eveneens in herhaaldelijke vragen tot aanpassing van hun werkwijze naast zich neer te leggen.

– Het ALS blijft, zelfs na een terechtwijzing van DSA coördinator Nicolas Courant, affiches plakken op een privé-eigendom op de hoek van de Rozier en de Sint-Pietersnieuwstraat.

– Beneden in de Brug heeft het ALS, na voorafgaande terechtwijzing van DSA coördinator Nicolas Courant, opnieuw tafels dwars gezet, wat de weg versperde. Dat is onverantwoord aangezien het een groot gevaar betekend voor de veiligheid indien er in de Brug paniek zou uitbreken ten gevolge van bijvoorbeeld een brand.

BESLUIT.

Er is gezien de feiten ons inzien dan ook geen andere oplossing mogelijk dan het uitsluiten van het ALS.


donderdag 18 november 2004

Gentse unief: Vanhecke en KVHV moeten afdruipen.

Op dinsdag 16 november trachtte het KVHV een debat te organiseren met het Frank Vanhecke van het Vlaams Belang en Matthias Storme, een NVA’er met uitgesproken sympathie voor het Vlaams Blok/Belang. Na protest van de Actief Linkse Studenten besloot de rector het debat niet te laten doorgaan. Het KVHV had helemaal geen meeting aangevraagd met en over het Vlaams Blok/Belang, wel een debat over de toetreding van Turkije bij de EU. De gebouwen van de Universiteitstraat werd vroegtijdig gesloten zodat het Vlaams Blok geen zaal kon innemen.

Koenraad Depauw

De Actief Linkse Studenten besloten toch te mobiliseren voor een tegenactie. Net voor de ALS campagne ging voeren voor de anti-NSV-betoging vertrouwde een naïeve KVHV’er een ALS’er toe dat het debat wel zou doorgaan. De rector had weliswaar het debat in de gebouwen van de Universiteitstraat verboden, maar de meeting zou gewoon op straat doorgaan. Rond 14u startten we de mobilisatie. We gingen spreken in één les en deden een telefoonronde naar de ALS-ers. Om 19u15 aan de Kouter stonden een 70-tal mensen klaar om actie te voeren. We besloten de Universiteitstraat af te zetten zodat hun meeting ook niet kon doorgaan op straat.

Rond 20u kwam Frank Vanhecke toe. De actie was ondertussen aangezwollen tot een hondertal deelnemers. Na het lawaai, de slogans en het boe-geroep restte Frank Van Hecke niks anders dan te vertrekken. De actieve mobilisatie had er niet enkel voor gezorgd dat er geen debat plaatsvond in de Universiteit, er vond ook geen debat plaats in de buurt van de Universiteit. Naar verluidt zijn de Blokkers uiteindelijk naar de Overpoort getrokken en hebben daar nog een interne meeting met Van Hecke gehouden.

Actief Linkse Studenten Gent mobiliseren vandaag volop naar de anti-NSV betoging. De reacties van de studenten waren ondertussen reeds fantastisch. De campagne is pas gestart, ongeveer 45 nummers van Actief Links, studentenblad van de ALS, gingen al de deur uit, duizenden pamfletten werden verdeeld, de affiches worden op intensieve wijze verspreid. Tientallen mensen contacteerden ons om mee te helpen met de campagne. Op de laatste interne ALS-vergadering waren een 30-tal personen aanwezig. Binnenkort starten we ook met het spreken in de lessen, wat een nieuwe fase in de campagne moet worden.

De overwinning op het KVHV en Frank Van Hecke was een goede opwarmer voor de anti-NSV-betoging. We zien elkaar op 2 december om 19u aan de Zuid in Gent!

Agendapunt 3

Debat ‘vreemdelingenstemrecht”, georganiseerd door het KVHV. Tijdens het debat over vreemdelingenstemrecht werd door de studentenbeheerder vastgesteld dat enkele bestuursleden en leden van de erkende studentenverenigingen ALS (Actief Linkse Studenten) en STER (Studenten tegen Racisme) zich onder de tegenbetogers bevonden De genoemde erkende studentenverenigingen waren door deelname aan de tegenbetoging in overtreding tegen Art. 2 van het reglement m.b.t. de subsidiëring van studentenactiviteiten op basis van volgende constateringen:

• Met deze actie verhinderden ALS en STER het recht op vergadering van de erkende studentenvereniging KVHV en werd een officieel aangekondigde activiteit gesaboteerd.

• Zowel ALS als STER kondigden deze actie aan op hun website.

• (Bestuurs)leden van ALS en STER werden herkend onder de tegenbetogers.

• Tijdens de actie werd een vlag uitgehangen van “Internationaal Verzet”, een vereniging waar zowel ALS als STER aan gelinkt zijn en samen activiteiten mee organiseerden. De studentenbeheerder stelt voor om een sanctie uit te spreken tegen de verenigingen ALS en STER, bestaande uit een schorsing van 1 maand als erkende studentenvereniging of het geven van een blaam. Hij wenst dit via de Sociale Raad en eventueel via het Bestuurscollege te doen omdat hij dit een voorbeelddossier vindt waar de nodige aandacht moet aan gegeven worden.

Philippe DE BACKER formuleert de kern van de zaak: geen enkele erkende studentenvereniging mag de toelating geweigerd worden om een debat te voeren. Hij is van oordeel dat de link van de studentenbeweging ALS met de tegenbetogers wel duidelijk aanwezig is, maar heeft twijfels omtrent de volledige betrokkenheid van de studentenvereniging STER. De betrokkenheid van de studentenvereniging STER blijft beperkt tot de aanwezigheid van Mieke VAN DEN BROECK, woordvoerster van de studentenvereniging STER en haar deelname aan de actie. Dit impliceert niet dat de volledige vereniging STER bij deze actie betrokken was of met deze actie heeft ingestemd. Marc DE CLERCQ, vice-rector, vraagt of er voldoende bewijs is dat leden en bestuursleden van de studentenverenigingen ALS en STER deelgenomen hebben aan de tegenbetoging. Hij is ook van mening dat de deelname van bepaalde personen aan de actie niet impliceert dat de volledige vereniging deze actie ondeschrijft. Nicholas COURANT antwoordt dat er foto’s genomen zijn, en dat de betrokkenheid van bepaalde personen persoonlijk werden vastgesteld. Marc DE CLERCQ, vice-rector, gaat akkoord met de stelling dat voor de studentenvereniging ALS de betrokkenheid duidelijk is, maar stelt dat de betrokkenheid van de studentenvereniging STER niet voldoende aantoonbaar is. Philipe DE BACKER verklaart dat de materie de bevoegdheid is van de studentenbeheerder en dat in dit stadium het niet aan de Sociale Raad is om een standpunt in te nemen en bepaalde sancties voor te stellen. De studentenbeheerder moet zelf zijn verantwoordelijkheid opnemen.

Delen: Printen: