Libanon: protestacties leiden tot ontslag van regering

De Westerse media had het over een volksopstand nadat massale protesten de regering in Libanon dwongen om ontslag te nemen. Hierdoor kwam een einde aan de regering van de pro-Syrische premier Omar Karami. Sinds de moord op het superrijke oppositielid Rafik Harari op 14 februari legden duizenden mensen het verbod op protestacties naast zich neer om de straat op te gaan en het terugtrekken van de Syrische troepen uit Libanon te eisen.

De aanwezige Syrische troepen, zo’n 15.000 militairen op dit ogenblik, waren in het land sinds het begin van de 15 jaar durende burgeroorlog vanaf 1975-76. Westerse regering en in het bijzonder de VS en Frankrijk (de voormalige koloniale macht waarbij moet opgemerkt worden dat president Chirac politiek verbonden was met Harari) hebben aangedrongen op een einde van de Syrische bezetting. De VS noemde Syrië eerder een ‘voorpost van de tirannie’.

Bush heeft uiteraard eerder de oproepen om een einde te maken aan de bezetting van Irak naast zich neer gelegd. Hij negeerde ook de oproepen om druk te zetten op de Israëlische regering om terug te trekken uit de Palestijnse gebieden.

De Syrische dictator, president al-Assad, staat onder zware druk van het VS-imperialisme en ontkent iedere betrokkenheid bij de moord op Harari. Ongetwijfeld was hij wel akkoord met het ontslag van Karami in de hoop dat dit een einde zou maken aan de ontwikkelende massabeweging tegen de Syrische bezetting. De pro-Syrische president, Emile Lahoud, blijft wel op post. Assad suggereerde ook reeds dat er mogelijks een terugtrekking van de troepen komt, maar hij vreest dat het VS-imperialisme hierop Libanon zal domineren en een bedreiging zal vormen voor zijn regime.

De Amerikaanse republikeinse neo-conservatief Paul Wolfowitz verwelkomde de ‘ceder-revolutie’ in Libanon en ziet er een mogelijkheid in om de Westerse democratie verder te verspreiden in de regio. Om die ‘democratische’ ambities te ondersteunen, verwijst het Witte Huis ook naar de ‘verkiezingen’ in Irak, de bezette Palestijnse gebieden en de aankondiging van Egypte dat er ‘vrije’ presidentsverkiezingen zullen komen.

De regio heeft echter nood aan een echte democratie en een einde aan armoede, werkloosheid en uitbuiting. Enkel het komaf maken met het imperialisme en de kapitalistische heerschappij zal die eisen kunnen inwilligen. Er bestaat het gevaar dat bij gebrek aan een massale socialistische arbeiderspartij die de verschillende bevolkingsgroepen verenigt, de etnische verdeeldheid opnieuw een grotere rol zal spelen. De huidige crisis zal gebruikt worden door het imperialisme en door lokale sectaire kapitalistische politici wiens acties het land vrij snel opnieuw in een open oorlog kunnen terechtbrengen.

De massale protesten van de afgelopen weken werden gedomineerd door Soennieten, Christenen en Druzen. De Sjieten, die 40% van de bevolking uitmaken, bleven schijnbaar afwezig op de acties. Bij een pro-regeringsbetoging in Tripoli waren er rellen waarbij een aanhanger van de oppositie werd vermoord. Voor de regering viel, kwam de door Syrië gesteunde Hezbollah op straat met 150.000 aanhangers in het zuiden van Beiroet om het heilige Sjietische feest Ashura te vieren.

De arbeidersklasse in Libanon heeft een lange traditie van strijd waarop kan gebouwd worden om de socialistische krachten op te bouwen die nodig zijn om de samenleving fundamenteel te veranderen.

Delen: Printen: