Geïndustrialiseerde wereld naar een nieuwe recessie?

In haar jaarverslag voor 2004 schetst de Nationale Bank voor België een vrij rooskleurig plaatje. De groei lag hoger dan in andere Europese landen – 2,7%, met dank aan een hogere consumptie van de gezinnen – en het budget bleef in evenwicht. De Belgische regering krijgt een schouderklopje voor haar budgettaire prestaties, al bleef de werkloosheid stijgen. Is het gematigde optimisme van Guy Quaden en zijn burgerlijke economen gerechtvaardigd in de huidige internationale omgeving?

Peter Delsing

Allereerst moet worden opgemerkt dat – ondanks de reële groei van 2,7% – de uitgaven voor de werkloosheidsuitkeringen door de RVA in 2004 bleven stijgen. Dit groeicijfer was niet voldoende om de meer dan 1 miljoen mensen die volledig of deels werkloos zijn in België enig respijt te geven. Dit weerspiegelt ook de zwakte van de huidige herleving op internationaal vlak. Als de kapitalisten al investeren, dan is het niet zozeer in jobs, maar in het doorvoeren van herstructureringen en de vervanging van machines.

Tussen 2001 en 2004 kende de Belgische economie een reële economische groei van achtereenvolgens 0,9%; 0,9%; 1,3% en 2,7%. Tegen de achtergrond van een internationale, officiële herneming van de economie – na de crisis in de VS van 2001 – is dat de zwakste groei tijdens een periode van “herstel” sinds Wereldoorlog II. Gemiddeld is dat 1,45%. Dit is een groei die gepaard gaat met voortdurend jobverlies, als je er mee rekening houdt dat de Belgische economie een gemiddelde productiviteitsstijging kent van 1 à 1,5% (met hetzelfde aantal arbeiders meer produceren door meer performante machines in te zetten of anderszins de uitbuiting op te drijven), en de vervangingsinvesteringen (investeringen zuiver in de vervanging van oude machines en materiaal) ongeveer 1% van het BBP uitmaken.

Lage rente niet vol te houden

De hogere consumptie recent had te maken met de historisch lage rentevoeten, de daarop gebaseerde groei van de woningbouw en het verminderde sparen, en de fiscale amnestie. België kende, net als andere landen, een sterke stijging van de woningbouw en huizenprijzen door de goedkope prijs van het lenen. In 2004 werden er 51.100 nieuwe woningen gebouwd. Dit is het grootste aantal sinds 1994. In Vlaanderen steeg het aantal vergunningen voor nieuwbouw het afgelopen jaar met bijna 18% (De Morgen, 19/2/2005). Tussen 1993 en 2003 steeg de prijs van een huis gemiddeld met 73%, voor appartementen was dat 64%. De prijs van bouwgrond is in dezelfde periode verdubbeld (studie door Century 21).

Het is duidelijk dat het vooral de beter begoede lagen zijn die in staat zijn om een huis te bouwen en elke maand bijvoorbeeld 600 euro voor de hypotheek op te hoesten. Enkel tweeverdienergezinnen of gezinnen waar er een beter betaalde kostwinner is, kunnen dit maandelijks aan. Ook de kapitalisten hebben van de lage rentevoeten geprofiteerd om te investeren in immobiliën en die duurder door te verkopen. De fiscale amnestie was eveneens een maatregel die de rijkere Belgen aanzette om geld terug naar België te halen en hier te consumeren.

De groei van de leningen zorgt er echter ook voor dat er meer mensen in de problemen komen om die terug af te betalen, zeker wanneer de rente zal worden verhoogd. Dit is onvermijdelijk, nu de Federal Reserve in de VS – de centrale bank – is begonnen met het geleidelijk verhogen van de rente om de schulden onder controle te houden. 85 procent van alle leningen die vorig jaar werden verstrekt in België, zijn jaarlijks herzienbaar op basis van veranderingen in de rente. Bij een stijging van de rente betekent dit dus onmiddellijk een klap voor heel wat gezinnen. Het aantal wanbetalers voor kredietopeningen steeg tussen 1997 en 2003 al van 99.530 naar maar liefst 190.226. Eind 2004 zaten er 41.027 mensen in de zwaarste aflossingsprocedure (de “collectieve schuldenregeling”), bijna 10 % meer dan in 2003.

Internationale omgeving: eurozone en Japan in de problemen

De regering gaat er vanuit dat de economie dit jaar opnieuw met 2,4% zal groeien. Als je de recente ontwikkelingen in de wereldeconomie bekijkt, is dit in toenemende mate onrealistisch. In Duitsland was er een negatieve groei van -0,2% tijdens het laatste kwartaal van 2004, in vergelijking met het kwartaal daarvoor. In Italië kromp de economie in dat 4e kwartaal met 0,3%. In Nederland met 0,1%. Die 3 landen vertegenwoordigen samen ongeveer de helft van het BBP in de eurozone. De helft van de productie in de eurozone gaat dus in de richting van een officiële recessie en wordt met zware jobverliezen geconfronteerd. In Duitsland zijn er nu 5,2 miljoen werklozen, het hoogste niveau sinds de jaren ’30. De groei in de eurozone in het laatste kwartaal van 2004 was 1,6% op jaarbasis, de traagste groei sinds het tweede kwartaal van 2003.

Japan kreeg in 2004 al een recessie te verwerken. In het tweede kwartaal ging de economie er met 0,2% achteruit, op kwartaalbasis. In het derde kwartaal met 0,3%. De eerste schattingen geven voor het vierde kwartaal een achteruitgang van 0,1%. In Japan daalde ook het handelsoverschot in januari met 60% op jaarbasis. De export naar China steeg nog wel met 13%, maar die naar de VS en Europa daalde.

VS: economische reus belaagd langs alle kanten

De ontwikkeling van de VS is cruciaal voor de wereldeconomie. Meermaals werd er voorspeld dat de economie nu echt vertrokken was voor sterkere groei die ook de werkgelegenheid zou optrekken. Daar is niets van in huis gekomen tot nu toe. In januari werden er maar 146.000 nieuwe jobs gecreëerd in de VS. Maandelijks zijn er echter al 150.000 nodig enkel om het aantal nieuwe toetreders op de arbeidsmarkt op te vangen (omwille van demografische factoren of immigratie). Dat is nog gerekend zonder de ontslagen die plaatsvinden. Tussen november en januari was er maar een gemiddelde toename van het aantal nieuwe jobs van 137.000. Voor een “gezonde” economische herleving rekent men op meer dan 300.000 nieuwe jobs per maand. De participatiegraad in de VS ligt op 65,8%, het laagste niveau sinds 1998.

Sinds de crisis van 2001 was de groei in de VS in belangrijke mate gebaseerd op een groei van de arbeidsproductiviteit, door de invoering van nieuwe technieken en een optrekken van de uitbuitingsgraad van de arbeiders. Dit werd gekoppeld aan een verder opdrijven van de schulden op basis van een erg lage rente. Die productiviteitsgroei zou in het laatste kwartaal van 2004 echter sterk zijn vertraagd: in een eerste schatting tot 0,8%, later opgetrokken tot 2,1%. Voor heel 2004 was er nog een productiviteitsgroei van 4,1%.

De situatie in de VS is dus dat er netto nog steeds jobs verdwijnen, op een moment dat de productiviteitsgroei lijkt te vertragen en de Federal Reserve een politiek voert van het geleidelijk optrekken van de rente, voornamelijk om de schulden te controleren. De Fed laat de rente stijgen om een verder uitrekken van de zeepbel op de huizenmarkt te vermijden. Die huizenmarkt was een belangrijke motor van de VS-groei de laatste jaren. Er was echter al een minder sterke stijging van de huizenprijzen in het laatste kwartaal van 2004. Analysten verwachten dat de prijzen in verschillende regio’s zullen beginnen te dalen. Als dat gebeurt, zal dat een knauw betekenen voor de groei in de VS.

Tegelijkertijd wordt Bush aangemaand om het tekort op de begroting terug te dringen en stijgen de olieprijzen tot recordhoogtes. In Europa en de VS liggen de prijzen weer boven de 50 dollar per vat. Een van de redenen voor de inval in Irak was het naar beneden drijven van de olieprijs door controle over de olierijkdommen in Irak, om zo de energiefactuur voor de grote bedrijven te drukken en de crisis voor zich uit te duwen. Die politieke gok is in het gezicht van Bush aan het ontploffen. Sinds de aanslagen van 11 september – onder de terroristen bevonden zich aanzienlijk wat figuren uit Saoedi-Arabië – is het bondgenootschap tussen de VS en het oliekoninkrijk onder druk komen te staan. Bush hamert op “democratische hervormingen” in het Midden-Oosten, om de voedingsbodem voor het terrorisme zogenaamd weg te nemen, zonder echter een verbetering van de sociale condities van de massa’s onder het kapitalistisme in het vooruitzicht te stellen.

Voor het regime in Saoedi-Arabië alvast genoeg reden om bij monde van haar olieminister, Ali Naimi, olieprijzen tussen de 40 en 50 dollar per vat te voorspellen voor de rest van het jaar. Het naoorlogse bondgenootschap tussen de VS en de Saoedische monarchie – lagere olieprijzen voor de Amerikaanse markt in ruil voor bescherming van het huis van Saoed – lijkt daarmee aan scherven te liggen. Tegelijk wordt zo nog een bom meer onder de wereldeconomie gelegd.

Daarmee eindigen de problemen niet voor Bush en de rest van de kapitalisten wereldwijd. Twee weken geleden was er een scherpe reactie van de markten toen de Bank van Korea aankondigde dat ze haar aankoop van buitenlandse munten in de toekomst zou diversifiëren: minder dollars kopen en meer euro’s. De waarde van de dollar zakte daarop met 1,3% tegenover de euro en de yen. Dit volgde op verklaringen van Thailand, Taiwan en Indonesië, die ook hadden gesteld dat ze hun buitenlandse deviezen zouden diversifiëren.

Tot nu toe voerden de Aziatische centrale banken een politiek van de aankoop van dollars, om zo hun eigen munt mee in waarde te laten zakken en hun exportpositie te behouden (ten koste van Europa, dikwijls). Tussen december 2001 en november 2004 stegen de reserves in vreemde munten wereldwijd met 1396 miljard dollar, waarvan 1068 miljard dollar in Azië alleen. Door de daling van de waarde van de dollar wordt het echter minder interessant om te beleggen in Amerikaanse staatsobligaties. Japan, dat de grootste dollarreserves heeft, ontkende meteen dat het zich ook meer op andere munten zou richten: dit zou een paniekreactie op de markten hebben teweeg gebracht. Een verdere, scherpe waardedaling van de dollar, door een minder snelle aankoop van dollars of zelfs een verkoop van Amerikaanse staatsobligaties door de Aziatische banken, zou de exportpositie van Europa helemaal nekken door de dure euro. Die steeg immers al met 38% in waarde tegenover de dollar sinds november 2000.

Niet alleen dat. Eind jaren ’90 trokken de VS kapitaal aan op basis van hun hogere winsten, in vergelijking met de rest van de wereld. Als de dollar een verdere val kent, dreigen niet alleen de Amerikaanse staatsobligaties, maar ook de aandelen op de beurs minder aantrekkelijk te worden. Hoe je het ook bekijkt in de VS: vanuit de gezinnen die in schulden zitten, de huizenzeepbel die op een bepaald moment moet barsten, de overheid die moet besparen, de export die wordt bedreigd door de extreem lage groei in de rest van de geïndustrialiseerde wereld, de bedrijven die de voordelen van hun nieuwe technieken voor de productiviteitsstijging dreigen uit te putten,… – dit systeem in crisis is ondermijnd in zijn economische fundamenten.

De timing is niet exact te voorspellen, maar na het zwakste herstel sinds Wereldoorlog II wordt de kapitalistische wereldeconomie opnieuw bedreigd door groeivertraging of recessie. Die diepere crisis, die doorheen de “jobloss growth” eigenlijk vandaag al bezig is, zal onvermijdelijk zijn effect niet missen op het bewustzijn van brede lagen van arbeiders en jongeren. De ideeën van collectieve strijd, de zoektocht naar een politiek verlengstuk voor die strijd, de discussie over de vorming van nieuwe arbeiderspartijen, de nood van een andere maatschappij,…: het kan de komende jaren in een veel hoger tempo doordringen tot de ervaring van een laag van arbeiders en jongeren in strijd. In dat proces zal het cruciaal zijn om een sterke revolutionaire pool te ontwikkelen in de vorm van de LSP en haar zusterpartijen wereldwijd.

Delen: Printen: