Sri Lanka: optreden van regering bij de ‘hulp’ leidt tot sociale, politieke en nationale crisis

De manier waarop de Sri Lankese regering met grote trom het zogenaamde heropbouwplan voor het land lanceerde na de tsunami, doet velen de vraag stellen of het ‘verloren paradijs’ echt teruggebracht werd. De reclamecampagne werd vooral gevoerd ten behoeve van de rijke donorlanden om hen vrijgeviger te maken.

Siritunga Jayasuriya, United Socialist Party (Sri Lanka), en Jagadish Chandra, Socialist Alternative (India)

Zowat een miljoen mensen werden zwaar getroffen door de tsunami en hadden enorme verwachtingen in de hulpoperaties van de regering geleid door de United Peoples Freedom Alliance (UPFA) nadat deze enorm veel steun had gekregen van verschillende regeringen. Er worden echter politieke spelletjes gespeeld bij de verdeling van de hulp. Twee maanden na de tsunami hebben heel wat slachtoffers nog steeds geen enkele echte hulp gekregen. Tilak Ranaviraja, een regeringsverantwoordelijke, werd in een krant aangehaald toen hij stelde dat slechts 30% van de getroffenen effectief enige hulp krijgt.

De zogenaamde hulp is bijzonder beperkt, zelfs naar de normen van Sri Lanka. Er wordt een beperkte som van 15.000 Roepees betaald aan de familie van overledenen, 5.000 Roepees om het leven te ‘herstarten’, 2.5000 Roepees voor huishoudmateriaal en een wekelijks voedselrantsoen ter waarde van 375 Roepees. Die bedragen verdwijnen in het niets als we de inflatie bekijken.

De prijzen zijn sinds de tsunami enorm gestegen. Voor de ramp kostte een ei 4 Roepees, nu is dat al 8,50 Roepees. En zelfs de beperkte steun komt er enkel indien je bereid bent om dagelijks 6 tot 8 uur in een rij te wachten. Bij de hulpverlening is er heel wat nepotisme en bureaucratie. Een aantal bewoners van hulpkampen zijn het beu en stellen dat ze liever verhongeren dan vernederd te worden in de lange wachtrijen.

Het aantal getroffenen is bijzonder groot. 17.439 families leven nog steeds in hulpkampen. Zowat 413.000 families die moesten vluchten, verblijven nu bij vrienden of kennissen. Volgens regeringscijfers zijn er nog steeds 548.931 families die niet naar huis kunnen, onafhankelijke bronnen hebben het over 896.000.

In verschillende kampen waren er rellen tegen de slechte levenskwaliteit. Er waren spontane betogingen tegen de tekortkomingen vna de kampen in Galle en Matare in het zuiden en ook in het oosten van Sri Lanka. 4.000 tot 5.000 mensen namen deel aan de protestacties en riepen daarbij slogans tegen de regering, ze klagen er vooral over dat de regering haar burgers behandelt als bedelaars.

Een ander controversieel element is de maatregel waarbij een verbod wordt opgelegd om te bouwen op minder dan 100 meter van de kust. Die maatregel is het voorwerp van heel wat discussie omwille van de economie op het eiland die vooral gericht is op de visserij en het toerisme. Dit verbod kan leiden tot sociale explosies.

Bovendien is de maatregel zelf onwetenschappelijk en bevat het een discriminatie. Zo bevonden de hardst getroffen gebieden in het zuiden zich op meer dan 100 meter van de kust. In een dorpje dat Beruvala noemt, 50 mijl buiten Colombo, sloeg de tsunami bijzonder hard toe, maar in dorpen die even ver van de zee liggen als Beruvala was er geen schade. Het is bovendien hypocriet dat de regering de arme vissers en andere arbeiders vraagt om hun woonplaatsen te verlaten, terwijl ze zelf blijft overgaan tot het aanleggen van wegen en spoorwegen binnen de grens van 100 meter van de zee.

Denk maar aan het incident bij de tsunami toen de volledige trein ‘Samudra Devi’ (Zeekoninging) 100 meter meegesleurd werd door de golven waarbij 2.500 inzittenden omkwamen.

De belangrijkste kapitalistische oppositiepartij, de United National Party (UNP), probeert voordeel te halen uit de situatie en roept op tot verzet. Zo stelde UNP-leider en ex-premier Ranil Wickremasinghe op een meeting in Matara dat het verbod moet verworpen worden.

De United Socialist Party (USP) mobiliseert ook rond deze kwestie om de regering te dwingen de maatregel in te trekken en een meer wetenschappelijke benadering te hanteren. We eisen bovendien een ernstig alternatief voor de mensen die getroffen worden door de maatregel, waarbij goede grond en tewerkstellingsmogelijkheden aangeboden worden. Bovendien is nood aan voldoende financiële middelen voor wie moet verhuizen of een nieuw huis moet bouwen.

Met of zonder tsunami, de houding van de heersende klassen blijft dezelfde. In Sri Lanka is het politieke favoritisme en het nepotisme zo erg dat zelfs een aantal partners van de heersende UPFA kritiek gaven op de dominante partij, de Sri Lanka Freedom Party (SLFP), omdat deze te ver ging in de corruptie. Terwijl 40% van de schade aangebracht was in het oosten van het land, 20% in het noorden, 30% in het zuiden en 10% in het westen, gaat de meeste hulp naar Hambantota in het zuiden, de thuisbasis van de huidige premier Mahinda Rajapakshe.

Er wordt quasi geen hulp geboden aan de Tamils en de moslims in het noorden en het oosten van het land, nochtans bevindt zich daar zowat 60% van de schade. Zelfs donorlanden gaven kritiek op deze discriminatie. Enkel de USP voert campagne tegen deze politieke corruptie. Door middel van een speciaal pamflet, ‘Tsunami Janahanda’ (De stem van de getroffenen door de tsunami), brengt de USP deze punten naar voor om de bevolking te organiseren tegen de regering en de bureaucratie.

Het wordt algemeen aangenomen dat de enige die echt voordeel haalt uit de tsunami, de regering van Chandrika is. De staatskas was een week voor de tsunami zowat leeg, maar de hulp na de tsunami heeft de president en de regering gered. De nieuwe afbetalingsplannen aan het IMF, de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank, geven ademruimte voor de regering.

Maar de gevolgen zullen er ook naar zijn. Het IMF, de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank willen resultaten zien na hun inspanningen om de Sri Lankese regering te redden. Hierdoor zal de druk op de massa’s enorm toenemen door een programma van neo-liberale hervormingen op de rug van de bevolking.

De UPFA-regering van president Chandrika heeft onder het mom van de tsunami enorm gevaarlijke noodmaatregelen genomen en stelt een volledige privatisering voor. Water, elektriciteit, olie en een deel van de mijnbouw zouden allemaal geprivatiseerd worden. De spoorwegen liggen ook onder vuur en zullen wellicht deels geprivatiseerd worden. Het project rond de bouw van een mega stuwdam in Kotmale, destijds uitgesteld wegens de milieugevolgen, zal opnieuw opgestart worden. Als het op het uitvoeren van dictaten van het IMF en de Wereldhandelsorganisatie aankomt, kunnen de twee belangrijkste kapitalistische partijen – de UNP en de SLFP – erg goed samenwerken. Het programma van de door de SLFP geleide UPFA-coalitie is volledig gebaseerd op oudere projecten van de UNP en de Wereldbank.

Na jaren van etnische spanningen en oorlog, zal de arbeidersklasse in Sri Lanka de klassenstrijd moeten aangaan. De privatiseringsplannen van de regering zullen tot acties leiden. In de transportsector is er al een staking begonnen rond de eis van een loonsopslag met 2.500 Roepee die eerder beloofd werd. Die loonsopslag werd recent beloofd aan alle werknemers, maar uiteindelijk werd het enkel toegekend aan 5% van het overheidspersoneel. Ook in de ziekenhuizen kwam er geen loonsverhoging en de 93.000 werknemers in die sector dreigen nu met stakingsacties.

Er zijn een reeks sectoren waar met stakingsacties wordt gedreigd. De slapende reus in Sri Lanka – de arbeiders op de theeplantages – begint ook kwaad te worden door het verraad en de slechte behandeling van de afgelopen decennia. Eens de rest van de arbeidersklasse in actie komt, zullen die arbeiders ook mee in actie komen.

Chandrika’s regering is een vat vol tegenstellingen met partners zoals de Lanka Sama Samaja Party (ooit een trotskistische partij) en de nationalistische Janata Vimukti Perumuna (JVP, een partij die soms een maoïstisch klinkende retoriek naar voor brengt). De UPFA heeft sinds het aan de macht kwam alle krediet verloren. Chandrika kent zichzelf een autoritaire machtspositie toe waarbij recent de noodtoestand opnieuw werd opgelegd. Die noodtoestand maakt het de president mogelijk om gelijk welke burger op gelijk welk ogenblik aan te stellen als politie-agent die gemachtigd is om wapens te gebruiken en arrestaties te doen. Bij een grote stakingsgolf met massale stakingsacties, kan dat een bedreiging vormen voor de arbeidersbeweging.

Alsof het was om extra zout in de wonde te strooien in het noorden en het oosten van Sri Lanka, sloeg de tsunami bijzonder hard toe in deze door oorlog getekende regio. Naast de discriminatie bij de verdeling van de hulp, worden de Tamil Tijgers (LTTE) ook geconfronteerd met een bedekte oorlog van de het Sri Lankese leger. Terwijl er officieel reeds drie jaar een wapenstilstand is, vinden er nu opnieuw meer ontvoeringen en moorden plaats tegenover leidinggevende Tamil Tijgers. Het feit dat Karuna, de voormalige oostelijke leider van de LTTE, de handdoek in de touwen gegooid heeft en de recente moord op Kausalya (een prominente guerrilla leider) hebben de Tamils in het defensief gedrukt. De LTTE beschuldigt de Sri Lankese en Indische troepen. Voor de tsunami was er reeds een gedeeltelijke terugkeer naar een oorlogssituatie. Nu wordt dit enkel versterkt.

Enkel een massacampagne tegen dit winstsysteem dat verdedigd wordt door zowel de SLFP als de UNP, daarin gesteund door de JVP en de LSSP, kan een verschil maken. De Sinhelese bevolking, de Tamils en de Tamilsprekende moslims moeten op een klassenbasis georganiseerd worden. Dat is een belangrijk onderdeel van de werking van de United Socialist Party, zowel voor als na de tsunami.

Delen: Printen: