Semira Adamu: Proces van de rijkswachters

Het feit dat slechts 5 personen op de beklaagdenbank zaten in het proces rond de moord op Semira Adamu en niet de oversten, politiek verantwoordelijken,… geeft aan in welk kamp het gerecht zich bevindt en welke belangen het verdedigt.

Cédric Gérôme

De verdediging van 3 rijkswachters die de jonge Nigeriaanse vasthielden tijdens de poging tot repatriëring in 1998 vorderde voor de correctionele rechtbank een volledige opschorting. De 2 anderen vorderden een vonnis met uitstel, met betrekking tot de "vrijwillige slagen en verwondingen die geleid hebben tot de onopzettelijke dood".

De procureur was van oordeel dat de "ex-rijkswachters geen veroordeling verdienen omdat ze slechts bevelen hebben opgevolgd". Op iedere zitting werd duidelijk dat de verantwoordelijkheid ook hogerop moet worden gezocht. Het is gemakkelijk voor het gerecht om de politieke verantwoordelijken aan te wijzen, terwijl die zich kunnen beroepen op hun onschendbaarheid, om zo een vrijspraak voor de rijkswachters te bekomen. De advocaat van de Belgische staat rechtvaardigde het uitwijzingsbeleid en weigerde in te gaan op de vraag tot schadevergoeding van de familie van Semira, omdat die onvoldoende hun band met Semira konden bewijzen. De advocaat ging ook in op "het geweld dat van buitenaf" kwam, waarmee hij doelde op de acties en de betogingen van het Collectief tegen de Uitwijzingen, en de druk die dat gezet zou hebben op de vluchtelingen…

Bij dit proces wordt ruim aandacht geschonken aan dit soort standpunten, terwijl het stil blijft over de versie van diegenen die dicht bij Semira stonden. Er was wel een getuigenis van een adjudant van de rijkswacht die alles zag gebeuren en sprak over het geweld van de rijkswachters. Op de videobeelden die getoond werden, ontbraken 2 sleutelmomenten: het ogenblik waarop Semira zich zou verzet hebben tegen de uitwijzing en het ogenblik waarop de rijkswachters zouden hebben geprobeerd om haar te reanimeren.

De verstrenging van het uitwijzingsbeleid, de repressie tegenover militanten en vluchtelingen, tonen het ware gezicht van het gerecht, haar klassekarakter en hoe ver de burgerij en haar staatsapparaat bereid zijn te gaan in hun aanval. De strijd van de vluchtelingen en mensen-zonder-papieren moet verbreed worden tot een algemene strijd die verbonden wordt met de heropleving van strijd tegen de neo-liberale aanvallen van het patronaat en haar partijen. Het voorbeeld van de strijd van de Iraanse vluchtelingen aan de ULB toont aan dat er een krachtsverhouding moet worden opgebouwd om een overwinning te kunnen boeken en dat op basis van een consequent politiek programma.

Delen: Printen: