Vrede en democratie in Irak?

Normaal gezien kiezen de Irakezen op 30 januari een nieuw parlement. Heel wat Irakezen zijn inmiddels gevlucht naar buurland Jordanië en kijken met gemengde gevoelens naar de verkiezingen en meer algemeen naar de toekomst van Irak. Ook in het land zelf is er geen vertrouwen in de verkiezingen.

Katrijn Zaman

In de aanloop naar 30 januari werden aanslagen en geweld een dagelijkse zaak. Heel wat Irakezen zullen niet kunnen of durven stemmen omwille van de chaotische situatie. Alleszins zullen de verkiezingen niet leiden tot een uitweg. De enige bedoeling is het verkrijgen van het resultaat dat gewenst wordt door de Amerikaanse bezetters en hun marionettenregering.

Wie toch zal stemmen, zal veelal twijfelen aan de eerlijkheid van de stembusgang. Een woordvoerder van het Witte Huis verklaarde reeds ‘dat er een wil is om flexibel te zijn met betrekking tot de resultaten’. Een aantal zetels zou voorbehouden worden aan soennietische kandidaten, ook al worden de verkiezingen geboycot in de Soennietische gebieden.

Het sturen van meer Britse troepen toont aan dat de bezettingsmacht steeds meer moeite heeft met het handhaven van de ‘orde’ in Irak. De vele berichten over Iraakse en Amerikaanse slachtoffers, en de ontvoeringen duiden op een zeer onstabiele situatie waarbij het onmogelijk is om eerlijke en veilige verkiezingen te organiseren. De laatste vier maanden van 2004 zijn 1.300 Iraakse politiemannen gedood door het verzet. De lokale veiligheidskrachten zijn niet opgewassen tegen het geweld, terwijl zij net zouden moeten instaan voor de bescherming van de kiesbureau’s!

Een aantal aanvallen werd opgeëist door radicale Soennieten die de verkiezingen willen verstoren en die de verdeeldheid tussen de verschillende etnische groepen versterken. Het feit dat Rumsfeld een Amerikaanse generaal naar Irak stuurde om een evaluatie te maken van de militaire operaties, verraadt een onzekerheid bij de regering-Bush. Dat is overigens niet verwonderlijk nu het aantal opstandelingen op 200.000 wordt geschat, wat meer is dan het aantal bezettingstroepen.

Niet enkel het geweld is een storend element. De verkiezingen op zich zullen een klucht zijn aangezien 4 van de 18 provincies (waar meer dan de helft van de bevolking woont) eigenlijk te instabiel zijn voor verkiezingen! Waar de verkiezingen wel doorgaan, zullen de kiezers geconfronteerd worden met geweld en intimidatie. De twee grootste Soennitische partijen hebben opgeroepen tot een boycot van de verkiezingen als protest tegen de bezetting en de VS-aanvallen op Fallujah.

Het feit dat de helft van de bevolking niet kan deelnemen en een groot aantal anderen niet wil deelnemen aan de verkiezingen, zal natuurlijk gevolgen hebben voor de legitimiteit en de stabiliteit van de regering. De Sjiieten, die de meerderheid van de bevolking vormen, zullen de dominante macht worden. Volgens een veiligheidsadviseur van Bush, Scowcroft, kunnen de verkiezingen het interne conflict nog verder verdiepen en tot een burgeroorlog leiden. Het VS-imperialisme is bereid om te steunen op Sjietische en Koerdische krachten om het Soennitische verzet te verslaan en hun eigen dominantie te behouden. Het Amerikaanse ministerie van Defensie overweegt om doodseskaders in te zetten tegen de rebellen, wat de spanningen nog verder zal doen oplaaien.

De oppositie in Irak zal na 30 januari blijven groeien. Sommige VS-bronnen spreken van een bezetting van 10 tot 15 jaar om de chaos die zij gecreëerd hebben op te lossen.

Enkel door eenheid in strijd kan de imperialistische bezettingsmacht verdreven worden en kan de Iraakse bevolking zelf beslissen over haar toekomst. Er is nood aan een onafhankelijk alternatief, los van etnische en religieuze verdeeldheid, dat strijdt voor de belangen van de Irakeze arbeiders en jongeren. Zo kan er een echte beweging voor opbouw van een socialistisch irak en een socialistische federatie van het Midden-Oosten beginnen.

Delen: Printen: