Overleden: Zhao Ziyang, voormalige leider van Chinese Communistische Partij

Zhao Ziyang werd in 1989 afgezet als leider van de Chinese Communistische Partij (CCP) toen militairen komaf maakten met de pro-democratische protesten. Nu overleed hij op 85-jarige leeftijd na een aantal hartaanvallen.

Laurence Coates

Zhao’s dood kan problemen veroorzaken voor de Chinese heersers aangezien hij vervolgd werd wegens de weigering om de repressie te steunen en eerder een standpunt innam dat er "dialoog" met de actievoerders nodig was. In de huidige gespannen omstandigheden, met iedere dag betogingen en stakingen, kan dit inspelen op een gevoel dat aanwezig is onder de Chinezen. Het regime heeft de veiligheidsdiensten in het centrum van Peking opgedreven, aangezien het vreest dat de dood van Zhao kan leiden tot betogingen. In 1989 begon de beweging na de dood van de hervormingsgezinde partijleider Hu Yaobang in 1989. Dit leidde tot de acties op het Tienanmenplein waarmee ook de politieke carrière van Zhao ten einde kwam en China op het punt van een politieke revolutie kwam.

Het officiële persagentschap Xinhua maakte melding van de gebeurtenis met een korte aankondiging: "Kameraad Zhao Ziyang overlijdt", ook al stond "kameraad Zhao" reeds onder huisarrest sinds de protestacties op Tienanmen. Hij verscheen nooit meer op het publieke toneel na 19 mei 1989 toen hij het plein bezocht en een emotionele oproep deed aan de studentenleiders om de protestacties stop te zetten op de vooravond van de afkondiging van de noodtoestand. Zijn medestander, Wen Jiabao, die vandaag premier is, ging samen met hem mee naar het plein. Twee weken later kleurden de straten van Peking rood met het bloed van honderden, misschien zelfs duizenden, jonge arbeiders en studenten. In de 48 uur voor het onverwachte bezoek van Zhao, was er een betoging met 1 miljoen deelnemers in Peking als steun voor de studenten die in hongerstaking waren. Jonge arbeiders gingen naar het plein om er de vorming van autonome vakbonden aan te kondigen en een algemene 24-urenstaking in de hoofdstad tenzij de regering zou toegeven aan de eisen van de beweging.

"Nationale leiders" bezoeken Zhao

Zhao’s voormalige secretaris deed een publieke uitval naar de Chinese autoriteiten na het overlijden van Zhao. Bao Tong, die zeven jaar in de gevangenis zat en vandaag nog steeds onder toezicht staat, verklaarde aan buitenlandse media dat het huisarrest van Zhao een "toonbeeld van schande" was voor het Chinese gerecht en de CCP. "Het lot van Zhao Ziyang doet ook denken aan andere onrechtvaardigheden die de huidige machthebbers nog steeds op hun geweten hebben", verklaarde hij vlak voor zijn telefoon werd afgesneden.

De voorbije maanden waren er steeds meer oproepen binnen de CCP voor de vrijlating van Zhao, en zelfs voor eerherstel. Hu Jiwei, de voormalige hoofdredacteur van het "Dagblad van het Volk", stelde vorig jaar dat de vrijlating van Zhao de "geloofwaardigheid van de CCP" zou ten goede komen. Mao Yushi, een oude econoom, verwees naar Zhao in een artikel in het weekblad China Weekly vorig jaar en stelde: "De bevolking zal nooit diegenen vergeten die een bijdrage geleverd hebben aan de hervorming van China".

Volgens Zhao’s zoon, bezochten een aantal "nationale leiders" van de CCP wiens identiteit "beter" niet wordt vrijgegeven, Zhao in het ziekenhuis vlak voor zijn overlijden. Er waren op een aantal Chinese websites artikels die ingingen op het overlijden van Zhao en daarbij geregeld kritiek gaven op het regime.

Dat deel van de Chinese heersende elite dat voorstander is van snellere politieke ‘hervormingen’ (een verzachting en niet zozeer een opheffing van de dictatuur), zullen ongetwijfeld inspelen op de herinnering aan Zhao. Wat de CCP-leiding echter meer zorgen baart, is het feit dat er ook steeds meer vragen komen over de officiële versie van de slachtpartij op Tienanmen – officieel was dat een "contra-revolutionaire" opstand die moest worden neergeslaan. Vorig jaar verklaarde president Hu Jintao nog dat een herziening van die versie uitgesloten was, hij vreesde immers dat dit teveel zou losmaken en zou kunnen leiden tot de veroordeling van een reeks oude partijleiders die nog in leven zijn. Er zijn geruchten over een akkoord om het thema niet opnieuw te herbekijken, als onderdeel van het akkoord in september 2004 waarbij de voormalige president Jiang Zemin zijn controle over het leger opnieuw versterkte.

China’s Gorbatsjov?

Zhao werd tijdens de zogenaamde Culturele Revolutie door de Canton (Guangzhou) rondgesleurd in een ezelskap, maar werd in 1973 opnieuw in ere hersteld door Zhou Enlai die hem naar Sichuan, de grootste provincie van het land, stuurde om er eerste partijsecretaris te worden. Daar voerde hij een aantal landhervormingen door, schafte hij het gemeentesysteem af en nam hij een reeks maatregelen met het oog op het versterken van de vrije markt. Dit kreeg de aandacht van Deng Xiaoping, de Chinese "grote leider" (en later de architect van het bloedbad van 1989), die hem in de late jaren 1970 opnam in het Politbureau. Zhao werd premier in 1980 en kreeg daarnaast in 1987 ook de post van algemeen secretaris van de CCP.

Op een aantal vlakken kan Zhao gezien worden als een Chinese Gorbatsjov, die evenwel geen gelijkaardige rol kon spelen als de laatste Sovjetleider. De standpunten van beide mannen werd bepaald door de economische crisis van het stalinisme (het systeem van een bureaucratisch regime op basis van een genationaliseerde en geplande economie zonder arbeidersdemocratie), die begon te ontwikkelen in de jaren 1970 en 1980. De fundamentele redenen voor die economische crisis kwamen voort uit de aard van het bureaucratische bewind. Om het brutale "zelf-corrigerende" mechanisme van de markt te vervangen, heeft een geplande economie nood aan democratische controle en discussie door de bevolking in plaats van een controle door een kleine onverkozen dictatoriale laag van bureaucraten.

Gorbatsjov en Zhao probeerden om een antwoord te vinden voor de impasse en deden dit door een aantal methoden van het kapitalisme door te voeren, met nadruk op een groter inkomensverschil, meer financiële ‘aanmoedigingen’ voor managers en een beperktere greep van de overheid op de economie. Beiden wilden ook een aantal ‘politieke hervormingen’ doorvoeren zonder verder te gaan dan de grenzen van een stalinistische éénpartijstaat. Dit was een klassiek voorbeeld van "hervormingen van de top om een revolutie van onderuit tegen te gaan". Een aantal van de ideeën van Zhao worden vandaag overgenomen door de CCP, zo wordt gediscussieerd over directe verkiezingen voor de regering en voor "grondwettelijke hoven" waar functionarissen ook zouden kunnen veroordeeld worden in het geval van misbruiken.

Zhao’s opvattingen – de gids voor de jaren 1990

In 1989 was Zhao partijsecretaris en de troonopvolger van Deng. Op dat ogenblik hadden de economische ‘hervormingen’ van Zhao al geleid tot een scherpe stijging van de inflatie en een toename van de corruptie – twee factoren die essentieel waren in het versterken van het ongenoegen dat tot uiting kwam in de beweging van 1989. Zoals wij toen voorspelden, leidde de beweging wel tot het verwijderen van Zhao, maar greep de heersende kliek al snel terug naar een veriant van het economisch beleid van Zhao. De opvattingen van Zhao over politieke hervormingen werden wel in de koelkast gestopt, uit vrees voor een herhaling van de massale protesten van 1989. De heersende doctrine onder Jiang Zemin, de opvolger van Deng en Zhao, was er één van snelle economische groei op basis van het doorvoeren van een reeks kapitalistische elementen, maar dan wel op een gecontroleerde wijze om de chaos die gepaard ging met het opbreken van de Sovjetunie te vermijden. Het stalinisme blijft aanwezig in de vorm van politierepressie, maar het dient nu een nieuwe, kapitalistische, heerser.

Na Zhao’s dood is het waarschijnlijk dat een aantal woordvoerders van kapitalistische regeringen nadruk leggen op de noodzaak van "democratisering" in China. In werkelijkheid steunt de kapitalistische klasse wereldwijd de opvattingen van Deng, Jiang en andere leiders die verantwoordelijk waren voor de slachtpartij van 4 juni 1989 en niet de pogingen van Zhao om persoonlijk in oppositie te gaan. In een commentaar over de huidige onstabiliteit in China schreef Simon Murray, een adviseur die werkt voor de rijkste tycoon van Hong Kong en Azië, Li Ka-shing, recent dat er het gevaar is van een "gecoördineerde nationale opstand zoals in 1989". Hij stelde ook: "Als dat begint te ontwikkelen, zal China achteruit gaan."

Delen: Printen: