Atjeh: interview met premier in ballingschap

Vorige vrijdag spraken we met Teungku Malik Mahmood op het secretariaat van het weekblad Offensiv in Stockholm. Hij is in ballingschap, maar wordt door de Beweging Vrij Atjeh (GAM) erkend als de premier van de onafhankelijke staat Atjeh. Hij had het over de enorme kloof tussen de woorden en de daden van de Indonesische regering.

Arne Johansson

“We verwelkomen de mogelijkheid van nieuwe onderhandelingen en willen zo snel mogelijk een formeel bestand bereiken. Maar er is een groot verschil tussen de verklaringen van de Indonesische regering en de acties van dezelfde regering”, zei hij.

De dag ervoor had de vice-president van Indonesië, Yusuf Kalla, zich positief uitgesproken over het eenzijdig uitgeroepen bestand van de GAM. Hij verklaarde bereid te zijn tot gesprekken: “Indonesië zal daar ook inspanningen toe leveren.” Maar die verklaring kwam er slechts één dag nadat nieuwe beperkingen werden opgelegd voor hulpverleners die buiten Banda Atjeh of Meulabou willen reizen. Dat kan voortaan enkel met een escorte van Indonesische soldaten. De regering kondigde ook aan dat ze van plan is om nog eens 50.000 militairen naar Atjeh te sturen.

Daarenboven werd door de minister van buitenlandse zaken van Indonesië verklaard dat Jakarta wil dat alle buitenlandse hulpverleners binnen de drie maanden Atjeh verlaten. De minister van defensie kwam daar slechts aarzelend op terug en verklaarde dat de termijn van 3 maanden maar een algemene doelstelling was, een inschatting van de tijd die nodig is om de hulp te organiseren.

“Is het echt nodig om 50.000 extra militairen te sturen, als Atjeh compleet verwoest is door de katastrofe? We weten echt niet wat de reden is waarom geëist wordt dat hulpverleners begeleid worden door militairen, maar er is een eenzijdig bestand om de hulpverlening gemakkelijker te maken”, zegt Malik.

Er waren verschillende verslagen van militaire incidenten. Waren er na de tsunami meer aanvallen door het leger? “Het aantal militaire operaties nam in de eerste week na de katastrofe toe. Het begon in vijf sub-districten van Oostelijk Atjeh op de tweede dag en verspreidde zich hierna naar andere regio’s.”

Malik Mahmood hoopt dat er een mogelijkheid zal bestaan om het vredesproces dat begon met een akkoord in Genève in 2002 opnieuw op te starten. Toen werd het vredesproces gesaboteerd door het leger.

“Het was een akkoord over een driestappenproces, waarbij begonnen wordt met het stopzetten van de vijandigheden, gevolgd door een democratische politieke dialoog waarbij alle delen van de samenleving in Atjeh worden betrokken, gevolgd door verkiezingen.”

Kwam het ooit tot een dialoog?

“Nooit.”

Zelfs indien Indonesië nooit verder ging dan verschillende vormen van autonomie, blijft de eis voor volledige onafhankelijkheid sterk leven in Atjeh.

“In 1999 kwamen de inwoners van Atjeh massaal op straat voor een referendum. Eén miljoen op een totaal van vier miljoen inwoners, nam deel aan een massabetoging voor die eis”.

Het einde van het vredesbestand in mei 2003 werd gevolgd door een nieuw offensief van het Indonesische leger in een poging om de GAM volledig klein te krijgen.

“Het was de grootste vorm van agressie die we ooit zagen, ze stuurden nog eens 50.000 extra soldaten (bovenop de reeds aanwezige 40.000). Er werden noodwetten doorgevoerd en we werden aangevallen door F16-vliegtuigen, Scorpion tanks en Russische tanks. Ze gebruikten alles wat ze hadden. Er werden dorpen aangevallen zoals dit destijds gebeurde in Vietnam. Meer dan 2.300 activisten en burgers kwamen om sinds mei 2003. Sinds 1976, toen de gewapende strijd begon, kwamen er minstens 13.000 mensen om.”

En nu sturen ze dan nog eens 50.000 extra soldaten naar Atjeh?

“Inderdaad.”

Volgens Teungku Malik Mahmood is een belangrijk deel van het inkomen van Indonesië afhankelijk van de grote gasvoorraden in Atjeh. De uitbating van deze gasvelden gebeurt door ExxonMobile. Dit is het belangrijkste obstakel om tot een oplossing te komen voor het nationale conflict. Het belang is immers enorm voor de Indonesische overheid en het leger.

Hoe probeert de bevolking van Atjeh om steun te vinden onder andere lagen van de bevolking van Indonesië?

“Iedereen die dezelfde onderdrukking kent, begrijpt onze strijd. Er zijn bijvoorbeeld gelijkaardige gevoelens in Papua of de Molukken.”

En wat is de reactie van gewone arme inwoners van Java?

“Zij worden het meest van al uitgebuit. Zij krijgen niets van de rijkdom van Atjeh.”

De regering in ballingschap van Atjeh, verwelkomt de humanitaire steun, maar waarschuwt ook.

“We willen transparantie inzake de wijze waarop het geld besteed wordt, zodat de steun niet aangewend wordt om het militaire offensief tegen ons te betalen.”

Malik herinnert er ons aan dat het overgrote deel van de 100 miljoen dollar per maand die de Indonesische regering ontvangt van de gasinkomsten van Exxon Mobile, verdwijnt uit de regio. “Wij krijgen er bijzonder weinig van.”

Over de vraag hoe het misbruik van de steun kan vermeden worden, leggen we de eis uit van de United Socialist Party over de noodzaak van democratisch verkozen comité’s van arbeiders, vakbonden en lokale organisaties om de steun te beheren. “Dat is een erg goed idee en het zou ook in Indonesië moeten worden toegepast”, verklaart Malik.

Exxon Mobile betaalt Indonesische leger

Exxon Mobile is het grootste bedrijf in Atjeh en wordt algemeen gefeliciteerd omwille van haar gift van 5 miljoen dollar aan de slachtoffers van de tsunami in Atjeh. Maar het bedrijf wordt tegelijk ook beschuldigd van ernstige misdrijven tegen de mensheid door de Amerikaanse organisatie Labor Rights Fund. Die organisatie heeft het bedrijf aangeklaagd in naam van 11 inwoners van Atjeh.

Volgens een persbericht van democracynow.org (4 januari) wordt geschat dat Exxon Mobile tot 40 miljard dollar winst gemaakt heeft met de uitbating van de gasvoorraden in Atjeh. Om de veiligheid van haar productie te versterken, heeft het bedrijf eenheden van het Indonesische leger ingehuurd.

Het bedrijf wordt er nu van beschuldigd dat de ingehuurde soldaten systematisch aanvallen hebben uitgevoerd op lokale inwoners, met inbegrip van moorden, martelingen, verkrachtingen,… Mensenrechtenactivisten beweren dat Exxon Mobile nog steeds betaalt voor militaire bescherming en toelaat dat haar infrastructuur gebruikt wordt om massagraven te creëren om de misdaden te verstoppen.

Volgens Bama Athreya, vice-directeur van het Internationaal Labor Rights Fund in Washington, is het Indonesisch leger bijzonder corrupt. "Volgens schattingen wordt slechts 40% van de operationele kosten van het leger betaald door door de Indonesische regering. Dat betekent dat de andere 60% er komt op basis van corruptie." Los van jobs als waakhonden voor Exxon Mobile, wordt het leger ook beschuldigd van het afpersen van de lokale bevolking en zelfs van het organiseren van drugshandel en prostitutie in Atjeh.

Delen: Printen: