Welke solidariteit na de Tsunami in Zuidoost-Azië?

De reële omvang van de catastrofe in Zuidoost-Azië blijft onduidelijk. Officieel zijn er reeds meer dan 160.000 doden, maar het zouden er wel eens veel meer kunnen zijn. Zo beweert het regime in Birma dat er 59 doden waren in dit land, maar dit wordt sterk in twijfel getrokken door de oppositie. Ook in Maleisië komt er kritiek op de regering omdat deze de volledige omvang van de ramp op het eiland Langkawi wil toedekken om de toeristische sector niet te veel af te schrikken. In afgelegen dorpen of plaatsen waar de lijken reeds verbrand zijn, zal de omvang wellicht nooit volledig gekend zijn.

Op de regionale conferentie in Jakarta werd beweerd dat prioriteit zou gegeven worden aan de uitbouw van een waarschuwingssysteem. Dat zo’n systeem de omvang van de ramp sterk had kunnen beperken, werd duidelijk in een eerder artikel op deze site door een kameraad uit India. Die gaf een voorbeeld aan uit de lokale media uit het zuiden van India dat het verhaal bracht van een dorp waar geen enkel slachtoffer viel omdat een familielid van een visser die in Singapore verbleef op het internet de waarschuwingen had gezien voor de tsunami en zijn familie had gecontacteerd. In alle omringende dorpen vielen tal van slachtoffers, maar in dit ene dorp geen enkel.

De conferentie in Jakarta was vooral een poging van buitenlandse regeringen om in te spelen op de brede solidariteit voor het getroffen gebied. Terwijl de Amerikaanse minister Colin Powell aanvankelijk verklaarde: “We doen dit niet omwille van politiek voordeel of om op een beter blaadje te staan bij de moslims”, is het duidelijk dat de VS wel degelijk hoopt politiek voordeel te halen uit deze situatie. Het dagblad San Francisco Chronicle schreef dat de regering-Bush de steun ziet als “een cruciaal wapen om de harten en geesten van de moslims in het zuiden van Azië en elders in de moslim-wereld te winnen, waardoor hun gevoelens in het voordeel van de VS keren."

De verschillende landen concurreren momenteel om zoveel mogelijk te geven. Daarbij is het echter afwachten hoeveel effectief zal betaald worden. De discussie over de schuldenlasten – een bijzonder concrete discussie voor landen als Indonesië dat een schuld heeft van 130,8 miljard dollar – beperkt zich tot voorstellen inzake een moratorium of een tijdelijk uitstel voor de terugbetalingen. Anders zouden de terugbetalingen van intresten en schulden hoger zijn dan de steun die momenteel beloofd is… Zelfs een rechts weekblad als The Economist schrijft nu dat een kwijtschelding van schulden “een meer formele erkenning is, dan de beloftes van hulp”.

De discussie over de kwijtschelding van de schulden is belangrijk. Wij komen op voor een volledige en onvoorwaardelijke kwijtschelding, waarbij de middelen die hierdoor vrijkomen onder de controle van de bevolking worden geplaatst. Daarnaast kan een discussie over de kwijtschelding van de schulden weinig nut hebben indien het niet gekoppeld wordt aan een breuk met het huidig systeem. Onder het kapitalisme zou het enkel leiden tot het creëren van nieuwe schulden en de opbouw van een nieuwe schuldenlast. Het opbouwen van een schuldenlast is immers onlosmakelijk verbonden met de wijze waarop het huidig systeem is georganiseerd en de positie die ex-koloniale landen daarbij innemen.

Daarnaast was er even een korte discussie over het voorstel inzake een Tobin-taks om dit geld te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dit voorstel kwam er door De Decker van de liberale MR. Het was op voorhand duidelijk dat dit een lege doos was die er toch niet komt. Onmiddellijk werd gesteld dat dit er enkel zou komen indien er een voldoende Europese eensgezindheid rond zou zijn, wat uiteraard niet het geval is. Dit soort voorstellen vanuit de MR kan eerder gezien worden als een poging tot politieke profilering nu de MR niet langer in de regionale regeringen zit en zich wil positioneren tegenover de PS.

Delen: Printen: